Gevolgen vervallen derogatie

In 2026 kan er geen gebruik meer worden gemaakt van derogatie. Daarmee is de stikstofplaatsingsruimte uit dierlijke mest 170 kilogram per hectare. Waarom kan het laten nemen van grondmonsters toch verstandig zijn?

Met het wegvallen van de derogatie vervalt ook de verplichting voor het nemen van grondmonsters. Toch kan het verstandig zijn deze wel te laten steken. Grondmonsters bepalen nl. hoeveel fosfaat er per hectare bemest mag worden. Zijn er geen grondmonsters beschikbaar dan wordt gerekend met de hoogste norm.

Fosfaatruimte is van invloed in diverse gevallen;

Plaatsing mest

De fosfaatplaatsingsruimte bepaalt de hoeveelheid drijfmest die uitgereden mag worden. Een grondmonster kan ervoor zorgen dat er meer fosfaatplaatsingsruimte is.  Tabel 1 geeft een overzicht van de fosfaatplaatsingsruimte per situatie.

 

Tabel 1. Fosfaatplaatsingsruimte in kg / hectare.

Fosfaatkunstmest

Als er extra fosfaatplaatsingsruimte is en deze niet volledig gevuld wordt met fosfaat uit dierlijke mest mag er fosfaatkunstmest gebruikt worden.

Boer- Boer mestafvoer

Deze regeling heeft als voorwaarde dat 75% van de fosfaatproductie op eigen grond geplaatst moet worden. Door het nemen van grondmonsters kan eerder aan deze eis voldaan worden.

Mestverwerking/VVO’s

Van het fosfaatoverschot moet soms een deel verwerkt worden, of er moeten VVO’s voor worden afgesloten. Als er door grondmonsters meer fosfaat geplaatst kan worden is het overschot minder groot en is er minder mestverwerking / zijn minder VVO’s noodzakelijk.

Verder geeft het afschaffen van derogatie ruimte voor meer bouwland. Een voorwaarde van derogatie was dat dat minstens 80% grasland moest zijn. Deze eis vervalt bij het wegvallen van derogatie. Wel is het goed om rekening te houden met de voorwaarde van gewasrotatie binnen het GLB.

 

 

Maximaal benutten jeugdgroei basis voor latere topproductie

Maatschap van Middelkoop in Middelstum heeft zo’n 230 koeien aan de melk. Maar voordat de dieren zo ver zijn, hebben ze op dit bedrijf al ruimschoots speciale aandacht en verzorging achter de rug. Door hard voeren, nauwkeurig werken en geleidelijke veranderingen doorvoeren wordt het jongvee voorbereid op het leveren van een topproductie. Om de jeugdgroei maximaal te kunnen benutten, spart de familie Van Middelkoop regelmatig met jongveespecialist Marinus Hofman van Gebrs. Fuite.

“Elke gram groei die je in de jeugd misloopt, kost je op een later moment liters melk. Alles wat je in de jongveeperiode mist, haal je later niet meer in. Direct hard voeren is daarom ons credo”, vertelt melkveehouder Henderik van Middelkoop. Deze duidelijke visie resulteert in een helder protocol waarin de koeien hun eerste twee levensjaren doorlopen (van geboorte tot aan afkalven). Om het maximale uit de jeugdgroei te kunnen halen, focust de melkveehouder vanaf dag 1 op voeding. Na de geboorte krijgen de kalveren standaard binnen twee uur vier liter biest toegediend. Biest met een brixwaarde onder de 25 gaat er niet in. Na drie dagen gaan ze van biest over op twee keer per dag 3,5 liter kunstmelk. Daarnaast hebben de kalveren vanaf het begin toegang tot vers water. Na veertien dagen in een eenlingbox gaan de kalveren door naar het strohok. Bij de drinkautomaat krijgen de kalveren gedurende 10 weken kunstmelk bereid met een concentratie van 170 gram melkpoeder per liter.

Er wordt gestart met 8,5 liter per dag en dit wordt afgebouwd naar een week lang 1,5 liter waarna de kunstmelk stopt. In deze periode hebben de dieren onbeperkt hooi en brok tot hun beschikking. Tot vijf maanden leeftijd blijven de dieren nog op stro staan, waarna ze overgaan op roosters en later worden verhuisd naar de jongveelocatie. Daarbij worden er nooit twee veranderingen gelijktijdig doorgevoerd. Dit alles om stress te voorkomen. En wanneer het tijd is om terug te komen naar de hoofdlocatie, gaat dat ook met zo min mogelijk onrust. “Voorheen gaven de vaarzen zo’n twee liter biest, en dan was het wel klaar. Nu zitten de vaarzen ook zo aan vier à vijf liter. Het voorkomen van stress is de belangrijkste reden hiervoor.”

Een klassieker op het bedrijf is de 23 jaar oude drinkautomaat, die nog steeds trouw meedraait.

Melkveehouder Henderik van Middelkoop met Marinus Hofman, jongveespecialist bij Gebrs. Fuite.

 

De familie Van Middelkoop legt bewust de focus op voeding voor hun jongvee (v.l.n.r. Nienke, Wilmer en Henderik). 

Maximale ondersteuning

Deze duidelijke focus op jeugdgroei vraagt om een passend rantsoen. Daarom kiest Henderik voor Prominend Premium van Gebrs. Fuite. Dit is een rustig verteerbaar melkpoeder met een hoog aandeel magere melk. Het eiwit is 100 procent afkomstig uit zuivel, wat zorgt voor een goede opname en maximale ondersteuning van de jeugdgroei. “Regelmatig komt Marinus Hofman van Gebrs. Fuite langs of hebben we telefonisch contact over het optimaliseren van de gehele jongveeopfok. Kunnen we de concentratie toch nog iets verhogen of meer liters geven?”

Voorheen kregen de kalveren, na een periode van harde groei met de melkpoeder een tijdje een melkveerantsoen met 1.000 VEM. “Dat lijkt op papier heel mooi: een hoge voederwaarde, maar toch zagen we in de praktijk dat de kalveren dit niet goed konden verteren. Een klassieke speendip, met kortstondige groeiachterstand, lag hierdoor toch nog op de loer. Dit vereiste dan ook een aanpassing in het jongveerantsoen.”

In februari dit jaar is Van Middelkoop daarom gestart met het voeren van een nieuwe kalverbrok van Gebrs. Fuite: Kalf Robust. Deze smakelijke brok is rijk aan eiwit, wat zorgt voor ontwikkeling van organen, het skelet en uierweefsel. Daarnaast zit de brok ook hoog in energie, wat zorgt voor hoge conditiegroei. De Kalf Robust sluit hiermee naadloos aan op het hard voeren met de melkpoeder van Prominend. Daarnaast bevat deze brok een unieke toevoeging op natuurlijke basis die de weerstand verhoogt en bescherming biedt tegen coccidiose. “Deze bescherming is zeker welkom. De meeste ziekteverwekkers bij jongvee hadden we al goed onder controle”, zo vertelt Henderik, “maar coccidiose kwamen we nog vaak tegen. Kalveren waren dun op de mest en vielen terug in conditie. Sinds de nieuwe brok is dit enorm verbeterd. De coccidiose is niet weg, maar de kalveren zijn nu sterker en weerbaarder. Hierdoor hoeven we minder kalveren te behandelen tegen coccidiose. Dankzij het hanteren van de juiste bedrijfshygiëne en goed voeren krijgen de kalveren altijd voldoende voedingsstoffen binnen en kan de speendip voorkomen worden.”

Bovengemiddelde groei

Inmiddels staat de jongveeopfok bij Van Middelkoop dus als een huis. “De kalveren zijn daadwerkelijk ‘robuuster’ geworden. Er zit meer rug in, in plaats van dat de rug te zien is”, aldus Henderik. Dat blijkt ook uit een recente weergave van het groeiverloop van het jongvee, waarbij het gewicht van de kalveren is bepaald aan de hand van de borstomvang (zie foto). De dieren behalen de gewenste groei van ruim 1 kilogram per dag en de gemiddelde afkalfleeftijd ligt momenteel op 22,8 maanden. Het streven is 22 maanden. Ook is te zien dat de groei van de groep dicht bij elkaar ligt. Een mooie stabiele groei! “Voorheen was er meer spreiding te zien. De grafiek had meer een S-vorm, waarbij de kalveren tijdens de overgang van melkpoeder naar het melkveerantsoen duidelijk een dip hadden in de groei”, legt Hofman uit. Hij komt gemiddeld eens per anderhalve maand langs om te sparren over de gehele jongvee opfok.

Wij brengen groei in kaart door het meten van de borstomvang.


Tot 5 maanden worden de kalveren in groepsstrohokken gehuisvest.

Vervolgens gaan ze over op roosters en worden verhuisd naar de jongvee locatie. Daarbij worden nooit twee veranderingen tegelijkertijd doorgevoerd.

Nieuwe generatie

Op deze manier werkt Van Middelkoop aan een sterke nieuwe generatie melkkoeien. Op zijn koppel van 230 melkkoeien houdt hij dan ook bewust 120 stuks jongvee aan. Kijkend naar het vervangingspercentage zit hij dus ruim. Naast de twintig procent die hij nodig heeft als vervanging, heeft hij nog eens tien procent jongvee beschikbaar als extra ruimte. Dankzij deze ruimte maakt melkvee met een lactatiewaarde van onder de 85 plaats voor de jongere generatie.

En hoe wil de melkveehouder jeugdgroei in het nieuwe jaar nog verder optimaliseren? “Voeren doen we al maximaal, maar optimalisatie is nog wel mogelijk, bijvoorbeeld door het huidige werk nog efficiënter uit te voeren en door het werk vast te leggen in protocollen, zodat ook andere mensen het kunnen overnemen wanneer dit nodig is. Qua jeugdgroei en ontwikkeling zitten we op dit moment op een hoog niveau, hierover ben ik erg tevreden. Het is een plezier om naar de kalveren te kijken!”

Verhoog energieopname bij koud weer

Bij koud weer gebruiken kalveren meer energie uit melk om hun lichaamstemperatuur op peil te houden. Als de energie gift niet verhoogd wordt zal dit ten koste gaan van groei en gezondheid.

Voorzorgsmaatregelen bij koud weer

  • Kalveren hebben meer energie nodig om hun lichaamstemperatuur op peil te houden. Meer energie verstrekken kan heel eenvoudig door de concentratie van de melkpoeder te verhogen zoals in dit voerschema.
  • Vaker per dag warme melk verstrekken kan ook.
  • Hang een thermometer op bij de kalveren.  Voor elke graad onder de 10°C heeft een jong kalf 2% meer energie uit melk nodig om zichzelf warm te houden.
  • Strooi hokken dik in. Een kalf ligt in genoeg stro als je de pootjes bijna niet meer ziet
  • Gebruik een kalverbodywarmer vanaf geboorte tot 4 weken. De kalveren houden hun lichaamswarmte dan beter vast. Dit voorkomt energieverlies en bevordert de groei van het kalf. Bestel hier een kalverbodywarmer. 
  • Let op dat kalvermelk hard afkoelt in de winter. Advies aanmaaktemperatuur: 50 graden. Voertemperatuur: 42 graden. (gebruik onze melk thermometers)

Waar dient u rekening mee te houden voor uw melkvee? Koeien hebben geen last van kou, wel van tocht. 

pH verhogen kan opbrengst wel tot twintig procent verhogen

Sommige grondsoorten hebben van nature een (te) lage pH. Ook door het toedienen van kunstmest verzuurt de bodem. Een goede pH is een belangrijk onderdeel van een gezonde bodem. Verhogen van de pH kan de opbrengst tot wel twintig procent verhogen.

Een goede pH is een belangrijk onderdeel van een gezonde bodem. Zo heeft de pH een sterk effect op de beschikbaarheid van de nutriënten. Bij een lage pH zijn veel bindingsplaatsen bezet door waterstofdeeltjes, wat de opname van belangrijke elementen zoals calcium, magnesium en natrium belemmert.  Daarnaast is de pH van invloed op het bodemleven.

 

Verhogen van pH  kan opbrengst fors verhogen

Meer dan 30% van de Nederlandse zandgronden heeft een pH die onder de streefwaarde (pH 5) ligt, blijkt uit onderzoek door Eurofins Agro (zie afbeelding 1.)

Verhogen van de pH van 4,0 naar 5,0 kan de opbrengst met 10 tot 20% verhogen zo bleek uit praktijkproeven. Een te lage pH (lager dan 5) kan nu nog (tot 14 dagen voor het uitrijden van de drijfmest) gecompenseerd worden door te bekalken.

 

Meer opbrengst door optimale pH

Uit praktijkproeven is gebleken dat bij een optimale pH:

  • Stikstof, fosfaat, kali en magnesium beter worden opgenomen uit de bodem.
  • Het gewas zich beter ontwikkelt en wortels meer stikstof opnemen.
  • De opbrengst van kg DS, VEM en RE toeneemt en minder stikstof uitspoelt.

Gebrs. Fuite kan diverse kalksoorten leveren. Vraag onze verkoopbinnendienst voor meer informatie.

 

Eén jaar na de introductie van VLOG Lam Alpha

Gebrs. Fuite introduceerde ruim een jaar geleden haar nieuwe opfokbrok, Vlog Lam Alpha. De familie Kreuwel-Wissink-Luising fokten er bijna 400 lammeren mee op.

Ervaring familie Kreuwel-Wissink-Luising, Geesteren (Ov.)

We vragen aan Ilse Luising hoe haar ervaring ermee was afgelopen seizoen. Ilse runt samen met haar man Christiaan en haar ouders een melkgeitenbedrijf in Geesteren (Ov.)

Ilse vertelt enthousiast dat ze bijzonder tevreden waren over de opname van de Vlog Lam Alpha. “Met name na het spenen zagen we de lammeren heel snel veel brok opnemen”.

Vanaf een paar weken oud wordt er een mengsel van brok en stofvrij gehakseld stro in een vaste verhouding aangeboden. Dit constante mengsel wordt gevoerd totdat de lammeren ruim 5 maanden oud zijn.

De lammeren krijgen vanaf het begin iedere dag weer vers van bovenstaand mengsel. “We voeren ze onbeperkt en zagen de lammeren een paar weken na spenen al 0,4 kg per dag Vlog Lam Alpha opnemen. Dit hebben we opgeschaald tot maximaal 0,8 kg per lam per dag, vanaf dat moment konden ze ook ad lib hooi opnemen”.

Geen groeidip door coccidiose!

Opvallend was dat de lammeren weinig speendip hadden en in tegenstelling tot voorgaande jaren ook geen groeidip door coccidiose. “Ondanks dat we ze eenmalig, min of meer preventief, hebben behandeld lijkt coccidiose beter beheersbaar met de Vlog Lam Alpha”.

 

 


Ervaring Goffe de Boer, Buitenpost (Frl.)

Goffe de Boer uit Buitenpost heeft afgelopen jaar ook Alpha aan zijn opfoklammeren gevoerd. In de melkperiode kregen de lammeren naast stro en hooi (lammeren hebben dan voorkeur voor stro, aldus Goffe), Alpha gemengd met een geplet granenmengsel en maisvlokken. “Alle lammeren starten bij ons altijd met biest van de moeder, zodat ze de beste afweer mee krijgen”, zei Goffe. “In de melkperiode namen ze de Alpha na een paar weken al goed op.”

Na het spenen kregen ze nog 3 à 4 weken onbeperkt Alpha gemengd met granenmix en maisvlokken, maar dan krijgt het hooi de voorkeur boven stro. Vanaf ongeveer 12 weken leeftijd kregen ze onbeperkt Alpha met hooi. Met 5 à 6 maand gaan ze over naar hooi en kuil met onbeperkt Basisbrok. De lammeren zijn niet gevaccineerd tegen Clostridium.

“Voorgaande jaren hadden we altijd een aantal weken na het spenen last van coccidiose, ondanks dat alle lammeren geitenbiest van de moeder kregen en onbeperkt gevoerd werden. Afgelopen jaar hebben we alleen de brok veranderd naar Alpha. We hebben het hele jaar geen verschijnselen van coccidiose gezien en hebben de lammeren dus niet hoeven te behandelen!”

De meesten gaan aflammeren op 11 maanden!

De lammeren groeiden zo goed dat ze vroeg bij de bok zijn gegaan. “Ze waren allemaal snel drachtig zodat de meesten op 11 maanden leeftijd gaan aflammeren. De ontvanger van de drachtige opfoklammeren was erg tevreden met de ontwikkeling en conditie, dus dit jaar gaan we het zeker weer zo doen”. “Als het goed gaat moet je niets veranderen”, aldus een tevreden Goffe de Boer!

 

Meer weten over Vlog Lam Alpha?

Johanna 61 passeert 15.000 kg v/e grens

Op een dikke laag stro ligt ze rustig te herkauwen; Johanna 61. Ze blijft erg rustig onder alle belangstelling. Toch verdient Prins Holsteins Johanna 61 het om in de belangstelling te staan. Ze is de kleinste van de stal maar dwingt ontzag af met haar respectabele leeftijd en productie!

 

Het is ruim 18 jaar geleden dat Rutger stage liep bij KI Samen. Na een fijne stageperiode ontvangt hij als vergoeding enkele rietjes sperma van Skalsumer Jorryn. Uit één van die rietjes wordt Johanna 61 geboren. Een kleine maar kranige en taaie koe, met hele beste gehaltes. In haar dertiende lactatie heeft ze de grens van 15.000 kg vet en eiwit gepasseerd. Met een lopend levenstotaal van 194.004 kg melk met 4,19% vet en 3,60% eiwit (15.113 kg vet en eiwit) in 5251 dagen. Extra bijzonder omdat Johanna flink last heeft gehad van een blauwtong besmetting.

 

Gezond oud worden en optimaal kunnen presteren

Familie Prins melkt aan de rand van Hasselt ruim 160 koeien.  De zorg voor het melkvee neemt Rutger met hulp van vader Asje voor zijn rekening. De jongvee opfok wordt gedaan door echtgenote Willeke. ‘Dertig jaar geleden was ik één van de eersten in Grafhorst die koos voor een Amerikaanse stier’ vertelt Asje. ‘Regelmatig verklaarde men mij voor gek. Maar ach dat veranderde vanzelf toen de eerste vaarzen aan de melk kwamen. Als een koe gemiddeld 5800 liter melk gaf was dat een prima productie. Wat is er dan in de afgelopen jaren veel veranderd.’ Hoewel vader en zoon niet altijd op 1 lijn lagen wat stierkeuze betreft zijn ze het over het fokdoel wel eens; stieren die levensduur vererven. Koeien moeten gemakkelijk (lees gezond) oud kunnen worden. ‘We zien graag gezonde koeien die daardoor optimaal kunnen presteren. En als er dan wat overblijft in de portemonnee dan is het prima’.

 

Ook bij fokkerij geldt; de zwakste schakel breekt de ketting

Door gevoel en ervaring hebben we in de afgelopen jaren veel geleerd vertelt Rutger. ‘Ik zeg altijd maar zo; de zwakste schakel breekt de ketting. Wat als je een koe hebt die veel melk geeft maar die constant ziek is. Met fokkerij leg je de basis. Daarnaast doe ik elke dag mijn best om onze koeien een optimale verzorging te geven.’ Laatst liep er een stagiaire tussen de koeien. Hij stelde verbaasd vast dat er geen enkele koe kreupel liep. Natuurlijk hebben wij ook wel eens was maar dan gaat zo’n koe meteen in de bekap box. Allemaal van zulke kleine plusjes maakt samen een grote plus. ‘Toch heb ik in de laatste jaren mijn ideaalbeeld van een koe wel bijgesteld. Ik fokte op een grote, ruime koe die makkelijk voer kan verteren. Maar op een zeker moment kon de melkrobot enkele dieren niet meer aansluiten omdat hun uier simpelweg te hoog zat. Ik zie graag een mooie koe in de stal maar goed uiteindelijk hebben we ze voor de melk.’

 

Gedrevenheid, gezondheid en goed voerbeleid vormen basis voor hoge levensproductie

‘Ik zet het werk graag rond zonder personeel dus groeien is zeker geen wens. Maar door veranderende regelgeving en ontwikkelingen wordt ik steeds uitgedaagd. En dan durf ik best opmerkelijke keuzes te maken. Zo durf ik hard te voeren’ geeft Rutger aan. In de praktijk zie je dat hoge voerkosten lage veeartskosten tot gevolg hebben. Toch is het ook wel eens puzzelen. ‘Onlangs starten we te voeren van een kuil waarvan je op papier goed kon melken. Toch viel de productie wat tegen. Onze melkveeadviseur Hugo Lentferink adviseerde toen om een kilo soja meer te voeren in de basis. Enkele dagen later hadden we drie liter melk mee. Het blijft een leuke uitdaging om daar elke dag mee bezig te zijn’.

Eindejaarsbericht 2025

Geachte relatie,

Is de tijd een vriend of een vijand?

We moeten bekennen dat, al naar gelang de omstandigheden, hier heel verschillend op geantwoord kan worden.

Overdenken wat geweest is, aandachtig toekijken wat gebeurt en hoopvolle verwachting koesteren voor de toekomst. Op deze wijze beantwoordde de geleerde Augustinus die vraag.

Als Gebrs. Fuite beseffen we zeer goed dat er zakelijk en realistisch gedacht moet worden. Met feiten werken en innoverend bezig zijn is cruciaal. De wereldwijde ontwikkelingen zijn met recht reden tot bezorgdheid. Maar laten wij ons concentreren waar we wel invloed op hebben; resultaten op stal. Dat is de drijfveer van ons dagelijks werk.

Innovatieve ontwikkelingen op voedingsgebied blijven doorgaan, en worden door onze specialisten vertaald naar de stal. Zeker nu, in moeilijke afzetmarkten en lagere opbrengstprijzen is het van belang om als partners de juiste doelen te stellen en een koers ernaar toe uit te zetten.

Wat uitermate belangrijk is onder alle omstandigheden, maar noodzakelijk in moeilijke tijden, is eenheid. Dat geldt voor een bedrijf, een sector, maar zeker voor een gezin en familiebanden. Daarin ligt een fundamentele kracht die gekoesterd moet worden.

Over veel valt er te schrijven. Afgelopen jaar kenmerkte zich door onrust en onzekerheid. Toch blijven we hameren op het aambeeld van focus op de stal. Waar je invloed op hebt doe dat goed!

Is de tijd een vriend of vijand? Het antwoord van Augustinus hierop was diep doordacht. Juist rond kerst en bij het afscheid nemen van het oude jaar krijgen deze woorden een bijzondere betekenis. Overdenken wat geweest is, aandachtig toekijken wat geschied en dan verwachting, hoopvolle verwachting voor de toekomst.

In een verre geschiedenis waren er ook veehouders die hun plicht kenden. In een donkere nacht en in een wereld vol verwarring hielden zij trouw de wacht bij hun kudde. Scherp toeziend op gevaren van buitenaf en hun oog gericht op het vee! En dan.. terwijl zij waakzaam zijn, dan juist krijgen die herders de wonderlijke boodschap van kerst: Vreest niet want ik verkondig u grote blijdschap die al den volke wezen zal! En wat staat er dan in het Lukas evangelie? De herders gingen met haast naar het Kindeke in de kribbe….nooit is de kudde veiliger geweest dan toen de herders afreisden naar Bethlehem!

Gebrs. Fuite, medewerkers en familie, wensen u en de uwen in alle opzichten gezegende kerstdagen en een voorspoedig 2026.

 

Maisjaar met grote lokale verschillen!

De weersomstandigheden waren in het voorjaar van 2025 vaak ideaal. Daardoor kon de mais op veel plekken mooi op tijd in de grond. Toch zien we dit jaar wel veel regionale verschillen. Zo was het in het zuiden lang droog terwijl in het midden van het land regelmatig een mooie bui viel. En in het noorden viel zelfs meer regen dan normaal.

 

Juni begon koel en werd daarna zonnig droog en warm. Ideaal om de mais een goede start te geven. Daarna begon Juli met een hittegolf gevolgd door koeler zomer weer. Toch begon men in zuid/zuidwest Nederland de mais vaak al te beregenen vanwege de droogte.

Augustus was warmer en droger dan voorgaande jaren. Dit versnelde, voornamelijk in het zuiden, de maisoogst. Er kon zeer vroeg gehakseld worden. De regelmatige regenbuitjes in de rest van het land vertraagden de vroege oogst in andere delen van het land.

De spreiding in de maisanalyses, zie tabel 1, is daardoor ook vrij groot. Door grote verschillen in temperatuur werd er mais noodrijp geoogst maar we zien ook mais die perfect heeft kunnen afrijpen. Gemiddeld zien we nette VEM waarden en iets achterblijvend zetmeel.

 

 

 

Tabel 1: voederwaarde snijmais 2025 t.o.v. voorgaande jaren

Grote spreiding!

Door de warme augustus is een deel van de mais noodrijp geoogst. Dat is in de analyses te zien als droge mais met weinig zetmeel. Ook is mais vanwege rustgewas vroeger geoogst als dat hij rijp was. Deze spreiding is ook in tabel 1 te zien.  De mais heeft deels weinig en deels heel veel ruwe celstof (RC). Daarbij is het nog belangrijker de kuilen goed te bemonsteren om een afgewogen rantsoen voor de koeien te kunnen maken.

Water het (te) vaak vergeten nutriënt

Water is een van de meest belangrijkste nutriënten en er wordt vaak weinig aandacht aan besteed. Vooral bij pas gespeende biggen. De reden voor dit feit lijkt tweeledig. Lang is water nooit gezien als een economische waarde in de biggenopfok. Bovendien, veevoederdeskundigen hebben altijd aangenomen dat de opneembaarheid van water niet een beperkende factor is voor een maximaal prestatievermogen van een big.


Het vergeten nutriënt

Ondanks de interesse in water en het betitelen van water als ‘het vergeten nutriënt’ is de watervoorziening in veel gevallen tijdens de biggenopfok niet passend voor de biggen. Wanneer het belang van water bij varkens wordt geëvalueerd, zijn er twee groepen die extra aandacht vragen. De lacterende zeug en het pas gespeende big. Een verminderde wateropname is vaak de oorzaak van een verminderde voeropname van pas gespeende biggen. Vaak wordt het biggenvoer aangepast bij onvoldoende prestaties echter de maximale groei wordt, zelfs met het kwalitatief hoogste voer, niet gehaald als de wateropname te laag is.

Voor het spenen ontvangt de big de meeste voedingsstoffen, inclusief water, in de vorm van melk van de zeug. Na het spenen worden voer en water vaak gescheiden aangeboden in de vorm van (droog)mengvoer in een trog, droogvoerbak of brijbak en water uit een nippel.

De jonge big zal zoveel voer opnemen als zijn wateropname toelaat, omdat water nodig is om de afgewerkte stoffen uit het lichaam te verwijderen. Het gescheiden aanbieden van water en voer kan hierdoor een beperking van de voeropname geven en daardoor een beperking in de prestatie van de big.

De biggen die het laagst in rangorde zijn kunnen soms niet eens tussen hun medehokgenoten door om naar de nippel te gaan of komen soms niet eens aan de beurt om te drinken. Dit resulteert in een lagere voeropname en lagere groei.

Op de tweede dag ligt de wateropname ver boven de gewenste wateropname als gevolg van het te weinig drinken op de eerste dag na het spenen. Na de derde dag zal de wateropname iedere dag stijgen.

De lage wateropname op de eerste dag leidt ertoe dat er te weinig voer wordt opgenomen, echter de overmatige wateropname van de tweede dag leidt eveneens tot een lage voeropname omdat er geen plaats meer is voor voer.

Deze verlaagde voeropname heeft een duidelijke negatieve invloed op de groei na het spenen.
Als we ervoor kunnen zorgen dat de wateropname van de eerste drie dagen uit bovenstaand figuur niet voorkomt bij onze gespeende biggen dan zal de voeropname tijdens deze periode stijgen.

 

Beschikbaarheid van water + ontoereikende drinktijd

Een van de belangrijkste factoren voor de lage wateropname op de eerste dag is de beschikbaarheid van water voor de biggen. Het lijkt erop dat biggen na het spenen niet klaar zijn om genoeg drinkwater op te nemen om de maximale voeropname te bereiken. Daarom is een waterafgifte, van de nippel, van minimaal 500 – 600 ml per minuut voor pas gespeende biggen nodig om de maximale voeropname te bereiken.
Verder is de vorm, oftewel de manier van aanbieden van water zeer bepalend voor de opname. Een smalle, donkere, drinker waar de big de kop in moet steken is minder uitnodigend dan een open, brede en lichte, drinkplaats. Daarnaast kunnen we ons de vraag stellen hoe hebben we de biggen geleerd water te drinken tijdens de zoogperiode? Denk hierbij aan verschil tussen bijt- en pen of druknippel.

 

Samenvattend

Het is belangrijk om een goede regelmatige wateropname te creëren ter voorkoming van uitdroging en een verminderde voeropname in de eerste dagen na het spenen. Een goede wateropname is de basis voor het bereiken van de maximale groei. Misschien zou water
“het goedkoopste nutriënt” in plaats van “het vergeten nutriënt” genoemd moeten worden.

 

Wilt u een passende aanpak voor uw watermanagement bij uw gespeende biggen?

 

 

NIEUW: Pigger Muesli

De speenfase is voor de big een zeer grote verandering. Van moedermelk en klein deel vast voedsel naar 100% vast voedsel. Kijken we in de natuur naar de biggen, dan gaan die zelf op zoek naar verschillende grondstoffen om te wennen aan vast voedsel. Om dit gedrag van de dieren na te bootsen, heeft Gebrs. Fuite een nieuw speenvoer ontwikkeld: Pigger Muesli.
Dit voer bestaat uit een mooie mix van een luxe speenkorrel en muesli.

 

Enkele opmerkingen vanuit de ervaring van zeugenhouders die inmiddels dit nieuwe voer hebben ingezet:

“Biggen zijn nieuwsgierig naar het voer in de voerbak en aan het zoeken naar iets wat hen op dat moment het beste past.”
“Opname van dit nieuwe speenvoer is heel goed en geeft een hele mooie mestconsistentie.”
“De problematiek met speendiarree is volledig opgelost.”
“De overgang van moedermelk naar vast voer gaat gemakkelijker.”

 

Blijven eten is de sleutel tot succes

Een probleemloze speenfase start met een hoge vast voeropname van de zuigende biggen. In de kraamstal wordt de basis gelegd voor een gezond darmmicrobioom (zie voorgaande nieuwsbrieven).
De biggen vinden Pigger Muesli zeer interessant omdat de textuur, deeltjesgrootte en geur ze uitdaagt tot snelle en goede voeropname. Daarnaast is Pigger Muesli een echte smaakmaker waardoor de biggen gemakkelijker vreten immers blijven eten vanaf moment van spenen is de sleutel tot succes. Biggen die op dit speenvoer staan vallen op door een nog betere buikvulling.

 

 

Speendiarree verlagend

Een van de effecten van Pigger Muesli is dat biggen meer kauwen op het voer hetgeen de speekselproductie stimuleert. Een hogere speekselproductie ondersteunt de maagwerking weer positief.
Pigger Muesli bevordert de ontwikkeling van een gezond darmmicrobioom.
Zowel de fermenteerbare als structurele (inerte) vezels hebben biologische functies in het maagdarmkanaal. Fermenteerbare vezels bevorderen de ontwikkeling van het microbioom en dragen bij aan een goede darmgezondheid, via de productie van kortketenige vetzuren. Inerte vezels stimuleren de maagontwikkeling, moduleren de passage van voer door het maagdarmkanaal en ondersteunen de barrièrefunctie van de darmwand, de enzymsecretie en het microbioom. Beide vezeltypen zijn rijkelijk verwerkt in het nieuwe speenvoer.
De combinatie van fermenteerbare en inerte vezels met daarnaast choice feeding maakt dat het resultaat van Pigger Muesli is dat het speendiarree verlagend werkt,  een geleidelijke voeropname en stimulering van wroet en eetgedrag van de biggen.

Wilt u weten wat Pigger Muesli voor uw bedrijf in de speenfase kan betekenen?