Minder drijfmest door afbouw derogatie: extra aandacht voor kalium.

Door de afschaffing van de derogatie mag er minder rundveedrijfmest op grasland worden uitgereden. Hierdoor neemt ook de aanvoer van kalium en natrium af. Vooral kalium is essentieel voor een goede grasgroei, droogtetolerantie en benutting van voedingsstoffen. Met name op lichte gronden verdient de kaliumvoorziening extra aandacht om de grasopbrengst en kwaliteit op peil te houden.

 

Kaliumtekort op grasland neemt toe

Drijfmest wordt  vooral uitgereden op de eerste sneden. Als u vervolgens meerdere sneden hebt gemaaid, dan kunt u op lichte gronden in de loop van juli / augustus een kaligebrek verwachten. Een kleine kaligift is dan op zijn plaats. Een verdeling van de hoeveelheid K over het hele jaar is verstandig, want dit element wordt snel opgenomen in het voorjaar. Een hoge kaligift in het voorjaar verdringt natrium in het gras en dat gaat ten koste van de smakelijkheid. Bovendien kan er in de zomermaanden een tekort aan K ontstaan. Een voorbeeld van de kaliumonttrekking op grasland:

  • Afvoer bij 10 ton droge stof opbrengst: 350 kg K₂O per hectare
  • Aanvoer via 40 m³ rundveedrijfmest: 200 kg K₂O per hectare
  • Tekort: ca. 150 kg K₂O per hectare

Om de bodemvoorraad op peil te houden is een aanvullende kalibemesting noodzakelijk. Het strooien van circa 200-250  kg K-60 per hectare (jaarbasis)is hiervoor een eenvoudige oplossing.

 

Kalium ondersteunt:

  • Betere stikstofbenutting
  • De waterhuishouding van de plant
  • Het transport van voedingsstoffen
  • Een krachtige wortelontwikkeling
  • Een gezonde bladgroei
  • Meer weerstand tegen stress en ziekten, zoals kroonroest

Omdat in droge perioden vaak minder drijfmest wordt uitgereden, komt de kaliumvoorziening juist dan onder druk te staan. Een aanvullende kalibemesting kan helpen om de opbrengst en kwaliteit en smaak (minder kroonroest) van het gras op peil te houden.

 

Welke kali meststoffen heeft Fuite zoal beschikbaar?

Mengsels van gekorrelde meststoffen

  • Novagran NK 5-25+ zwavel en Natrium
  • Novagran NK 13-25
  • Novagran NK 21-11

Enkelvoudige KALI meststoffen

  • NaKaMag
  • Kali 60 en
  • Kornkali 38

Wilt u weten welke bemesting het beste past bij uw situatie? Neem dan contact op voor een passend bemestingsadvies.

Doorzaaien verhoogt opbrengst

Voorkom nu een stijging van het aantal klauwproblemen

Hebben uw koeien met name in de zomer en in het najaar te kampen hebt gehad met aandoeningen als zoolbloedingen of wittelijn defecten? Dan is nu het moment om deze voor dit jaar te voorkomen.  Lees hier waarom dat zo is en hoe je dat doet.

1. Koeien met hittestress belasten de klauwen te veel

Koeien met hittestress staan gemiddeld 2 uur meer en liggen 2,5 uur minder. Klauwen worden al gauw overbelast wanneer koeien onvoldoende liguren maken. Het comfort en klimaat in de ligboxen is een zeer bepalende factor om dit ongewenste effect tegen te gaan.

Ook verdubbelt in geval van hittestress de tijd die wordt besteed aan drinken. Waar drukte ontstaat rondom drinkbakken, stijgt ook de kans op rangordeproblemen. De belasting op de klauwen neemt daar nog eens extra toe. Met als gevolg nog meer kans op kneuzing of beschadiging van de zool of witte lijn.

2.  Verminderde doorbloeding van de klauwen

Meer staan verminderd de doorbloeding van de klauwen. De aanvoer van essentiële voedingsstoffen, nodig voor de continue vorming van gezond nieuw klauwhoorn, neemt daardoor af. De kwaliteit van nieuw gevormd hoorn zal daardoor minder zijn.

3. Een daling van de ruwvoeropname leidt tot een verminderde pensfunctie

Koeien die hittestress ervaren eten minder. Een daling van de ruwvoeropname leidt niet alleen tot een lagere productie, maar ook tot een verminderde pensfunctie en afgenomen weerstand. In een gezonde pens wordt het vitamine biotine  gemaakt. Biotine speelt een essentiële rol bij de vorming van gezond en sterk klauwhoorn. Wanneer de pensgezondheid onder druk komt te staan, daalt ook de aanmaak van biotine.

De gevolgen in de stal zijn niet direct zichtbaar

Nieuw hoorn ontstaat bovenaan de zool. Het hoorn waar de koe in oktober op zal moeten lopen, is in augustus al gemaakt.  Afhankelijk van de groeisnelheid en de slijtage van de klauw zal het effect van hittestress dus tot weken later, voor klauwproblemen zorgen.

Tips zodat het beter loopt

1. Verminder de klauwbelasting

  • Zorg voor een passende maatvoering van de ligboxen en houd ze schoon en droog.
  • Indien er op het bedrijf al sprake is van een lange wachttijd, overweeg dan om in twee groepen te melken. Zo verminder je de totale belasting op de klauwen.
  • Vermijd overbezetting. Repareer evt. kapotte boxen en zorg daarmee dat de koeien het maximale aantal ligboxen ook kunnen benutten.
  • Ventileer boven de ligboxen

2. Houdt de pens gezond en aan de gang

  • Leeg de drinkbak minimaal twee keer per week en maak hem minimaal een keer per week schoon.
  • Zorg voor voldoende verschillende drinkpunten met voldoende doorstroomsnelheid.
  • Twee keer daags voeren verhoogd het aanbod van fris voer en verhoogd direct de voeropname.
  • Stimuleer de koeien om te gaan vreten door vaker aan te schuiven.
  • Voer als het koel is.
  • Voeg een buffer toe aan het rantsoen voor een gezonde pens of verstrek eventueel likblokken.
  • Zorg voor voldoende aanbod van vitamines en spoorelementen, welke nodig zijn voor de vorming van sterke gezonde klauwen. Fuite heeft speciale klauwmineralen waar Biotine aan is toegevoegd.

Geslaagde workshops over kalveropfok en kalvermelk

Recentelijk organiseerden wij als jongveespecialisten diverse interactieve workshops rondom kalveropfok. Tijdens deze bijeenkomsten kwamen melkveehouders samen om praktijkervaringen uit te wisselen en meer inzicht te krijgen in verschillende strategieën voor het voeren van kalveren met diverse soorten kalvermelk.

Verschillen tussen soorten kalvermelk centraal

De workshops stonden volledig in het teken van het ontdekken van de verschillen tussen verschillende typen kalvermelk en de toepasbaarheid hiervan binnen uiteenlopende bedrijfsomstandigheden. Daarbij stonden onder andere de volgende onderwerpen centraal:

  • Het verschil tussen kalvermelk op basis van magere melk en wei
  • De vertering van kalvermelk in de lebmaag
  • Verschillende voerstrategieën binnen de kalveropfok
  • De verschillen tussen voersystemen

Praktijkervaringen en kennisdeling in de melkveehouderij

Tijdens de workshops ontstonden open gesprekken en waardevolle discussies tussen deelnemers. Daarbij werd opnieuw duidelijk dat iedere melkveehouderij uniek is en dat elke situatie vraagt om een passende aanpak binnen de kalveropfok.

Een voerstrategie die aansluit bij het bedrijf speelt een belangrijke rol in een succesvolle opfok van gezonde kalveren. De juiste aanpak zorgt niet alleen voor een goede start, maar vormt ook de basis voor een sterke ontwikkeling en toekomstbestendige veestapel.

Samen werken aan gezonde en sterke kalveren

Wij kijken terug op zeer geslaagde en interactieve middagen. Graag bedanken wij alle deelnemers en collega’s voor hun betrokkenheid, praktijkervaringen en waardevolle vragen.

Ook de komende periode blijven wij inzetten op kennisdeling, samenwerking en innovatie binnen de sector. Samen werken we aan gezonde, sterke kalveren en een toekomstbestendige melkveehouderij. Wilt u ook zo’n bijeenkomst organiseren bij u in de buurt? We horen het graag!

Hittestress in de zomer: hoe kunt u uw koeien ondersteunen?

Hittestress bij koeien ontstaat door een combinatie van (hoge) temperaturen en luchtvochtigheid. Koeien kunnen nauwelijks zweten en raken daardoor hun lichaamswarmte moeilijk kwijt. Vooral tijdens warme zomernachten wordt het lastig voor koeien om voldoende af te koelen. Dit heeft direct invloed op de gezondheid, melkproductie en vruchtbaarheid van zowel melkkoeien als droge koeien.

Hoe reguleert een koe haar lichaamstemperatuur?

Koeien proberen overtollige warmte kwijt te raken door sneller te ademen. Door deze verhoogde ademhalingsfrequentie verliezen zij warmte, maar ook vocht en CO2. Om de daling van CO2 in het bloed te compenseren, scheidt de koe extra bicarbonaat uit via de urine. Kortom, het hijgen veroorzaakt niet alleen verlies van speeksel, maar ook verlies van buffercapaciteit. Dit zien we zowel bij zowel melkkoeien als droge koeien. Bij melkkoeien leidt dit vaak tot een lagere voeropname en melkproductie. Bij droge koeien kan hittestress zorgen voor een 2 tot 8 dagen vroegere afkalving.

Hoe kunt u melkkoeien helpen bij hittestress?

Een hoge drogestofopname blijft jaarrond essentieel voor een gezonde en efficiënte melkproductie. Door het hijgen en verliezen van buffercapaciteit komt de voeropname echter onder druk te staan. Met onderstaande maatregelen kunt u melkkoeien ondersteunen tijdens hitte:

  • Voer een buffermix om de pens-pH stabiel te houden.
  • Om de energie opname op peil te houden is het verstandig om 300 – 500 gram/ koe / dag beschermd vet te voeren.
  • Zorg voor voldoende schoon en fris drinkwater, aangezien de wateropname sterk stijgt bij warm weer.
  • Voorkom broei in het rantsoen door dagelijks vers voer aan te bieden of een broeiremmer toe te voegen.

Hoe kunt u droge koeien ondersteunen in de zomer?

Bij droge koeien ligt de nadruk vooral op managementmaatregelen. Ook hier zijn voldoende water- en voeropname belangrijk.

Praktische maatregelen tegen hittestress

  • Mest strostallen vaker uit in de zomer. Een warme pot verhoogt de hittestress.
  • Zorg voor voldoende ventilatie en luchtcirculatie in de stal.
  • Beperk hittestress met schaduw en koeling waar mogelijk.

De droogstand is essentieel voor het herstel en de vernieuwing van het uierweefsel. Dit proces duurt gemiddeld 6 tot 8 weken. Onderzoek laat zien dat een vroegere afkalving door hittestress ervoor kan zorgen dat het uierweefsel onvoldoende herstelt. Dit heeft negatieve gevolgen voor de melkproductie gedurende de gehele volgende lactatie.

Daarom is het verstandig om koeien in de zomer minimaal 7 tot 8 weken droog te zetten. Zo krijgt het uier voldoende tijd om zich optimaal voor te bereiden op de volgende lactatie, ook wanneer een koe door warmte eerder afkalft.

Advies over hittestress bij koeien?

Wilt u meer advies over het beperken van hittestress bij melkkoeien of droge koeien? Neem gerust contact op met ons kantoor of vraag advies aan één van onze melkveespecialisten.

Veel melkproductie met minder werkdruk: slim voeren en efficiënt kuilmanagement

Melkveehouders Sybren en Elbrich uit het Friese Itens streven dagelijks naar maximale efficiëntie op hun melkveebedrijf. Met 110 melkkoeien realiseren zij indrukwekkende resultaten: een rollend jaargemiddelde van 13.101 kg melk per koe, met 3,90% vet en 3,64% eiwit. De koeien behalen een BSK van 63,3 en een levensproductie bij afvoer van maar liefst 59.547 kg melk. De sleutel tot dit succes? Structuur, precisie en vooral zo min mogelijk onnodig werk.

 

Hoge melkproductie begint bij rust en regelmaat

Sybren omschrijft zichzelf als iemand die houdt van overzicht en efficiënt werken. “Ik heb een hekel aan prutsen,” vertelt hij. Die mentaliteit zie je overal terug op het bedrijf: van de verzorging van de koeien tot de inrichting van het erf en het voeren van het rantsoen. Volgens Sybren heeft iedere Holstein-koe de genetische aanleg om veel melk te produceren, mits ze daar de juiste omstandigheden voor krijgt. Daarom worden de koeien drie keer per dag gemolken. Dat verlaagt de druk op het uier en ondersteunt een constante melkproductie.

Elke dag exact hetzelfde voeren

De voeraanschuifrobot speelt ook een belangrijke rol. Doordat het voer continu beschikbaar en bereikbaar blijft, is de voeropname maximaal. En juist een constante voeropname is essentieel voor gezonde koeien én hoge producties. Op het bedrijf is voerconsistentie van groot belang. Het rantsoen moet elke dag hetzelfde zijn om schommelingen in penswerking en melkproductie te voorkomen. Sybren ziet broei in de kuil als één van de grootste risico’s voor productieverlies. Slecht geconserveerd voer kost niet alleen kwaliteit, maar uiteindelijk ook melk. Daarom besteden zij veel aandacht aan het goed afdekken en strak houden van de kuilen. “Een kuil goed afdekken en netjes losmaken kost normaal gesproken veel tijd,” vertelt Sybren. “Maar als je het niet goed doet, lever je uiteindelijk in op voerkwaliteit.”

 

Water op de kuil: veel druk, weinig werk

Onze melkveeadviseur Mark de Groot kwam enkele jaren geleden met een slimme oplossing: water gebruiken als gewicht op de kuil. Door een waterbassin op het plastic te leggen ontstaat er veel druk op de kuil, terwijl het relatief eenvoudig aan te leggen en weer te verwijderen is.

Werken met water als gewicht levert meerdere voordelen op:

  • Goede afsluiting van de kuil en dus minder kans op broei en broeiverlies;
  • sneller werken bij het uitkuilen;
  • minder fysieke arbeid;
  • meer rust en efficiëntie op het erf.

Wel ontdekten de melkveehouders dat er voorwaarden zijn om veilig en goed te kunnen werken met watergewicht op de kuil. Inmiddels heeft Sybren de nodige ervaring opgedaan en kan zo een aantal belangrijke tips delen:

  • Zorg dat de kuil volledig vlak ligt, want water zoekt altijd het laagste punt.
  • Creëer voldoende tegendruk aan de voorkant van de kuil om doorbraak te voorkomen.
  • Borg de oprolbuis altijd goed bij het uitkuilen. Er staat veel spanning op de buis, wat gevaarlijke situaties kan opleveren.
  • Rol bij de start voldoende slagen plastic op zodat het doek niet losschiet.
  • Werk voorzichtig met de pelikaanbak om beschadigingen te voorkomen.
  • Mocht er toch iets misgaan, dan is het erf in ieder geval direct schoon gespoeld.

 

Sneller uitkuilen en meer tijd voor andere werkzaamheden

Volgens Sybren levert deze manier van werken vooral veel tijdswinst op. Het losmaken van de kuil gaat snel en eenvoudig, waardoor de (loon)voerder efficiënter kan werken. Dagelijks zorgt Sybren ervoor dat er voldoende gras- en maïskuil klaar ligt. Daarnaast worden voorgeweekte krachtvoeders toegevoegd en gaat er ongeveer 1.000 kilo vers gras door het rantsoen voor extra smakelijkheid en opname. Doordat de loonvoerder rond 10.30 uur klaar is, blijft er meer tijd over voor andere werkzaamheden op het bedrijf. Minder onnodige arbeid en meer focus op management en diergezondheid: precies waar Sybren naar streeft.

 

Efficiënt werken loont in de melkveehouderij

Het verhaal van Sybren laat zien dat hoge melkproducties niet alleen afhangen van genetica of krachtvoer, maar dat slim management, constante voerkwaliteit en efficiënt werken hier ook aan bijdragen. Door processen te vereenvoudigen en arbeid slimmer in te richten, creëert hij rust op het bedrijf én optimale omstandigheden voor de koeien. Dat resulteert uiteindelijk in gezonde dieren, hoge levensproducties en een stabiele melkproductie het hele jaar door.

 

Lager vetgehalte in de zomer beperken: oorzaken en praktische oplossingen

In het voorjaar en de zomer zien we vaak een daling van het vet- en eiwitgehalte in de melk. Vanaf mei zien veel melkveehouders het vetpercentage teruglopen. Dit heeft direct invloed heeft op de melkprijs. Een daling helemaal voorkomen is lastig, maar met de juiste aanpak is het wel mogelijk om die te beperken. Welke factoren hebben de meeste invloed op de melkvetdaling in de zomer en wat is eraan te doen?

 

Langere daglengte stimuleert melkproductie

Een belangrijke oorzaak van een lager vetgehalte in de zomer is de langere daglengte. Meer lichturen stimuleren de melkproductie, terwijl de vetproductie vaak gelijk blijft. Hierdoor produceert de koe meer melk met relatief minder vet.

Hittestress verlaagt vet- en eiwitgehalte

Hittestress heeft grote invloed op de melkproductie én de melkgehaltes. Hoge temperaturen gecombineerd met een hoge luchtvochtigheid zorgen ervoor dat koeien hun warmte moeilijk kwijt kunnen. Vooral hoogproductieve dieren ondervinden negatieve effecten van hittestress. Door hittestress: daalt de ruwvoeropname, verandert de penswerking en dus dalen vet- en eiwitgehaltes in de melk. Milde hittestress ontstaat vaak al bij temperaturen tussen de 19 en 21 graden Celsius. Ook wanneer dieren nog geen duidelijke symptomen laten zien, kan de productie al negatief beïnvloed worden.

  • De ruwvoeropname vermindert door hittestress. Verstrek dus tijdig Fuite buffermix of natriumbicarbonaat om pens verzuring te voorkomen. Dit is ook enige tijd na de hitte van belang omdat het even duurt voordat het buffersysteem van de pens weer in staat is om goed te functioneren. Adviesdosering: 100 gr Fuite buffermix/dier/dag en bij natriumbicarbonaat is dit 250 gr / dier/dag.
  • Voer ’s morgens, ’s avonds en minder midden op de dag. ’s Ochtends en ’s avonds weiden en niet op het midden van de dag.
  • Daarnaast is het van belang om broei in het basisrantsoen te voorkomen. Door Selko TMR toe te voegen blijft het rantsoen langer koel en smakelijk. Hierdoor verbetert de DS-opname zodat de melkproductie minder onder druk staat. Bovendien blijven weerstand en conditie beter op peil.
  • Om de energie opname op peil te houden is het verstandig om 300 – 500 gram/ koe / dag beschermd vet te voeren. Hierdoor blijft het vetgehalte beter op peil en blijven de koeien gezond.

 

Vers gras beïnvloedt het melkvet

In het voorjaar wordt graskuil vaak deels vervangen door vers gras. Vers gras heeft doorgaans een hogere verteerbaarheid en een hogere voederwaarde. Hierdoor stijgt de melkproductie, maar daalt vaak het vetpercentage. Hoe hoger de voederwaarde van het gras, hoe groter meestal de melkproductie — met een lager vetgehalte als gevolg.

 

Graslengte speelt een belangrijke rol

Ook de lengte van het gras bij inscharen heeft invloed op het melkvetgehalte. Kort gras bevat vaak meer energie en is beter verteerbaar dan langer gras. Daardoor nemen koeien meer energie op en stijgt de melkproductie sneller dan de vetproductie. Bij weiden selecteren koeien bovendien de smakelijkste en meest verteerbare delen van het gras eerst. Dit kan het vetgehalte extra laten dalen.

 

Verschil tussen beweiding en zomerstalvoeren

Bij zomerstalvoeren is het gras meestal langer en kunnen koeien minder selecteren. Daardoor ligt het vetgehalte vaak iets hoger dan bij beweiding. Verder is het vetgehalte natuurlijk afhankelijk van de bijvoeding in de weideperiode. Ook met het aandeel bijvoeding (ruwvoer, bijproducten en krachtvoer) kan gestuurd worden op meer melkproductie of meer vetproductie.

 

Gezonde koeien blijven het belangrijkst

Een lager vetgehalte in de zomer is niet volledig te voorkomen. Wel kunnen de gevolgen beperkt worden door extra aandacht te besteden aan stalklimaat, voeropname en rantsoensamenstelling.

Belangrijke aandachtspunten zijn:

  • voldoende ventilatie in de stal;
  • beperken van hittestress;
  • optimale ruwvoeropname;
  • uitgebalanceerde bijvoeding;
  • gezond en stabiel rantsoen.

Gezonde koeien en een goede melkeiwitproductie zijn belangrijker dan alleen een hoog vetpercentage. Door hittestress zoveel mogelijk te beperken en de voeropname op peil te houden, blijven koeien gezonder en produceren ze stabieler gedurende de zomerperiode.

Meer melk uit ruwvoer en eiwit van eigen land

Als veehouder wilt u maximaal melk produceren uit ruwvoer. Hoogwaardige ruwvoerkwaliteit vormt de basis voor een optimaal rantsoen en meer eiwit van eigen land. Door strengere bemestingsnormen en wisselende weersomstandigheden wordt het steeds belangrijker om efficiënt om te gaan met uw eigen ruwvoerteelt.

Waarom is ruwvoerkwaliteit zo belangrijk?

Goede ruwvoerkwaliteit is essentieel voor gezonde koeien en een hoge melkproductie. De juiste balans tussen energie en eiwit in de pens zorgt ervoor dat pensbacteriën optimaal functioneren en eiwit efficiënt wordt benut.

Succes begint bij goed inkuilen

Kwalitatief hoogwaardig ruwvoer begint al bij het inkuilen. Vooral bij een natte snede (<35% droge stof) is het gebruik van een inkuilmiddel aan te raden. Dit zorgt voor een snelle pH-daling, beperkt eiwitverlies en voorkomt de ontwikkeling van boterzuurbacteriën.

Bij lage (nacht)temperaturen zijn er minder natuurlijke melkzuurbacteriën aanwezig. Een inkuilmiddel ondersteunt dan een snelle en stabiele fermentatie, wat de ruwvoerkwaliteit ten goede komt.

Voorkom broei en schimmelvorming

Gecombineerde inkuilmiddelen stimuleren de vorming van azijnzuur en propionzuur. Dit helpt broei en schimmelvorming bij het uitkuilen te voorkomen en zorgt voor een smakelijke, stabiele kuil.

Een goede kuil kenmerkt zich door:

  • een snelle pH-daling
  • minimale verliezen en geen boterzuur
  • een frisse kuil zonder broei
  • hoge smakelijkheid (meer melkzuur, minder ammoniak)

Advies en inkuilmiddelen

Bij nattere kuilen adviseren wij altijd een geschikt inkuilmiddel te gebruiken. Gebrs. Fuite levert diverse inkuilmiddelen en helpt u met praktisch advies voor optimale ruwvoerkwaliteit, meer eiwitbenutting en maximale melkproductie.

Weidegang en grasgroei: optimaal inspelen op het voorjaar

In veel regio’s is de drijfmest dit voorjaar onder goede omstandigheden uitgereden. In sommige delen van het land was het echter vrij nat, wat de werkzaamheden bemoeilijkte. De kunstmest heeft gelukkig veelal voldoende neerslag gekregen, wat samen met de stijgende temperaturen zorgt voor een flinke grasgroei.

 

Wanneer starten met beweiden?

Wanneer er direct vanaf de eerste snede wordt beweid, lopen de koeien mogelijk al buiten. In andere gevallen is het verstandig om hier op korte termijn mee te starten. Begin liever iets te vroeg dan te laat met weidegang. Wanneer er teveel gras staat bij het inscharen bestaat het risico dat de grasgroei sneller gaat dan de opname door de koeien.

 

Keuze in weidesystemen

Er zijn verschillende vormen van weidegang mogelijk. De keuze voor een bepaald systeem hangt af van uw melksysteem en de gewenste samenstelling van het rantsoen. Waarbij een optimale melkproductie het streven is.

 

Eenvoudig basisrantsoen: Op bedrijven met een relatief eenvoudig rantsoen kan vers gras zorgen voor een duidelijke stijging in melkproductie. Dit komt doordat de voederwaarde van vers gras vaak hoger ligt dan het stalrantsoen.

Rijk basisrantsoen: Bedrijven met een intensiever rantsoen, inclusief veel krachtvoer, zien niet altijd een productiestijging. Hier ligt de uitdaging vooral in het goed afstemmen van de voeropname in de stal op het grasaanbod in de weide. In deze situatie is het belangrijk om een duidelijke keuze te maken: kiest u voor volop weiden of blijft het bij een (beperkte) uitloop?

 

Invloed van het melksysteem

Het melksysteem speelt een belangrijke rol bij weidegang. In een conventioneel melksysteem blijft de melkfrequentie constant, ongeacht het beweiden. Bij een automatisch melksysteem (AMS) heeft weidegang wel invloed op het melkgedrag van de koeien.

 

Weidegang is zeker mogelijk i.c.m. een automatisch melksysteem, maar vraagt om een doordachte aanpak. Met een goed plan kunnen de resultaten optimaal aansluiten bij de verwachtingen en blijft de melkproductie op peil.

 

Onze verkoopadviseurs denken graag met u mee over een weideplan voor de komende zomer.

Succesvolle omschakeling naar Jerseykoeien bij familie Van Gorp

Na jaren van zoeken en omschakelen draait het melkveebedrijf van Johan en Suzanne van Gorp in Alphen weer naar volle tevredenheid. Vier jaar geleden zetten zij voorzichtig de eerste stap richting Jerseykoeien. Inmiddels hebben deze kleine, maar robuuste dieren hun hart veroverd. “Jerseys hebben sterke klauwen, zijn nieuwsgierig en lopen daardoor vlot naar de melkrobot. Hun grootste kracht zit in de hoge gehalten,” vertelt Johan.

 

De overstap van Holstein naar Jersey

Op het bedrijf worden momenteel twee koppels koeien gemolken in een serrestal: een groep van 50 Holsteins en een groep met 70 Jerseys. De omschakeling naar volledig Jersey is in volle gang. Beide groepen worden gemolken met een DeLaval Classic melkrobot, waarbij elke groep een eigen robot gebruikt. Het bedrijf beschikt over 52 hectare grond, waarvan het grootste deel wordt benut voor de teelt van snijmaïs.

 

Keerpunt na gezondheidsproblemen

De omschakeling begon na een periode waarin de gezondheid van het vee onder druk stond. Doorgaan op dezelfde manier was geen optie meer. Op advies zijn Johan en Suzanne zich gaan verdiepen in Jerseykoeien. Waar Johan in eerste instantie twijfelde, dook Suzanne dieper in de materie. Uiteindelijk werd de knoop doorgehakt en werden de eerste 30 Jerseys aangekocht. De beginjaren waren uitdagend: de productie bleef achter en het melken verliep nog niet optimaal. In 2025 volgde een volgende stap: de overstap van gangbare weidemelk naar levering van VLOG Euro melk.

 

Aangepast rantsoen voor optimale prestaties

In het najaar van 2023 ontstond het eerste contact met melkvee adviseur Ruud van den Oever. Het rantsoen werd volledig herzien en bestaat uit:

  • 70% snijmaïs
  • 30% graskuil
  • Aangevuld met perspulp en maïsbostel

Daarnaast krijgen de koeien 1,5 kilo krachtvoer in de basis, bestaande uit maïsvlokken en een eiwitaanvulling. Via de krachtvoerbox en melkrobots wordt aanvullend gevoerd met VLOG Euro Lacto en VLOG Euro Maiskern. Hoewel beide koppels hetzelfde basisrantsoen krijgen, zit het verschil in de krachtvoerinstellingen. Jerseys vragen namelijk een andere benadering dan Holsteins. Door hun hoge gehalten leveren zij relatief veel meetmelk, en daar zijn de krachtvoerinstellingen specifiek op afgestemd.

 

Sterke resultaten en tevreden ondernemers

 

De inspanningen werpen hun vruchten af. “Het loopt lekker,” zegt Johan tevreden. “En we melken ook enorm hard met de Jerseys.” Eind december 2025 werd een belangrijke mijlpaal bereikt: de Jerseys doorbraken de grens van BSK 50, met een productie van 2,9 kilogram vet en eiwit. Ook het melkgedrag is uitstekend: gemiddeld 2,8 tot 3,1 melkbeurten per dag. Per keer 8 tot 12 liter melk. Na jaren van uitdagingen staat het bedrijf er nu weer sterk voor, met een duidelijke toekomst richting Jerseykoeien.

 

Slimme instellingen in de krachtvoerinstelling in de melkrobot

De robot waar de Jerseys op gemolken worden is op enkele onderdelen aangepast. Zo gaat de achterdeur een stukje verder dicht en is er een ventilator geplaatst tegen de vliegen, dat gaf veel meer rust. Ook zijn er speciale tepelvoeringen geplaatst die passen bij de kleinere spenen van de koeien. Daarnaast is er extra aandacht gegeven aan het zo comfortabel mogelijk bezoeken van de melkrobot.

Deze aanpassingen zorgen ervoor dat de koeien de robot gemakkelijker en rustiger bezoeken.

Standaard ijzer toedienen aan kalveren bij voeren poedermelk niet noodzakelijk

Kalveren worden geboren met een lage ijzervoorraad. Omdat ijzer essentieel is voor groei, weerstand en zuurstoftransport, rijst vaak de vraag: is extra ijzer toedienen wenselijk? In veel gevallen is het antwoord: nee, mits de kalveren goed worden gevoerd en gezond zijn.

Waarom is ijzer belangrijk voor kalveren?

IJzer speelt een cruciale rol in het lichaam van het kalf. Het is een belangrijk bestanddeel van:

Hemoglobine (voor zuurstoftransport in het bloed) en Myoglobine (voor zuurstofopslag in spieren).

 

Daarnaast heeft ijzer een belangrijke rol bij;

  • de ontwikkeling van het immuunsysteem
  • energiemetabolisme
  • de afweer
  • algemene groei en ontwikkeling

 

Lage ijzervoorraad bij geboorte is normaal

Het is normaal dat kalveren met een relatief lage ijzervoorraad worden geboren. Factoren zoals ras, geslacht, seizoen en tweelingdracht kunnen hier invloed op hebben. Uit onderzoeken naar de ijzervoorraad bij de geboorte, blijkt dat er geen verband bestaat tussen de ijzervoorraad van de moeder en die van het pasgeboren kalf. Extra ijzer geven aan de koe tijdens de dracht heeft dus geen effect op de ijzervoorraad van het kalf.

 

Koemelk versus poedermelk: verschil in ijzergehalte

Koemelk bevat van nature weinig ijzer en voorziet daarom niet volledig in de behoefte van jonge kalveren. Vast voer bevat meestal wel voldoende ijzer, maar jonge kalveren nemen hier in het begin nog te weinig van op. Melkpoeder bevat wel voldoende ijzer. Ongeveer 10 keer zoveel ijzer als koemelk. Hierdoor krijgen kalveren die voldoende poedermelk drinken doorgaans genoeg ijzer binnen.

Symptomen van ijzertekort bij kalveren

Een ijzertekort (bloedarmoede) kan leiden tot:

  • Bleke slijmvliezen (neus en ogen)
  • Lusteloosheid
  • Verminderde drinklust
  • Slechtere groei
  • Vatbaarder voor ziektes

Bij twijfel kan het hemoglobinegehalte in het bloed worden gemeten. Extra ijzer toedienen kan nodig zijn in specifieke situaties, zoals: bij ziekte of door bloedverlies (bijvoorbeeld door diarree).

Toedienen van ijzer kan via injecties, drankjes of bolussen. Als kalveren voldoende poedermelk opnemen, goed groeien en gezond zijn is standaard ijzer toedienen niet nodig.