Veel melkproductie met minder werkdruk: slim voeren en efficiënt kuilmanagement

Melkveehouders Sybren en Elbrich uit het Friese Itens streven dagelijks naar maximale efficiëntie op hun melkveebedrijf. Met 110 melkkoeien realiseren zij indrukwekkende resultaten: een rollend jaargemiddelde van 13.101 kg melk per koe, met 3,90% vet en 3,64% eiwit. De koeien behalen een BSK van 63,3 en een levensproductie bij afvoer van maar liefst 59.547 kg melk. De sleutel tot dit succes? Structuur, precisie en vooral zo min mogelijk onnodig werk.

 

Hoge melkproductie begint bij rust en regelmaat

Sybren omschrijft zichzelf als iemand die houdt van overzicht en efficiënt werken. “Ik heb een hekel aan prutsen,” vertelt hij. Die mentaliteit zie je overal terug op het bedrijf: van de verzorging van de koeien tot de inrichting van het erf en het voeren van het rantsoen. Volgens Sybren heeft iedere Holstein-koe de genetische aanleg om veel melk te produceren, mits ze daar de juiste omstandigheden voor krijgt. Daarom worden de koeien drie keer per dag gemolken. Dat verlaagt de druk op het uier en ondersteunt een constante melkproductie.

Elke dag exact hetzelfde voeren

De voeraanschuifrobot speelt ook een belangrijke rol. Doordat het voer continu beschikbaar en bereikbaar blijft, is de voeropname maximaal. En juist een constante voeropname is essentieel voor gezonde koeien én hoge producties. Op het bedrijf is voerconsistentie van groot belang. Het rantsoen moet elke dag hetzelfde zijn om schommelingen in penswerking en melkproductie te voorkomen. Sybren ziet broei in de kuil als één van de grootste risico’s voor productieverlies. Slecht geconserveerd voer kost niet alleen kwaliteit, maar uiteindelijk ook melk. Daarom besteden zij veel aandacht aan het goed afdekken en strak houden van de kuilen. “Een kuil goed afdekken en netjes losmaken kost normaal gesproken veel tijd,” vertelt Sybren. “Maar als je het niet goed doet, lever je uiteindelijk in op voerkwaliteit.”

 

Water op de kuil: veel druk, weinig werk

Onze melkveeadviseur Mark de Groot kwam enkele jaren geleden met een slimme oplossing: water gebruiken als gewicht op de kuil. Door een waterbassin op het plastic te leggen ontstaat er veel druk op de kuil, terwijl het relatief eenvoudig aan te leggen en weer te verwijderen is.

Werken met water als gewicht levert meerdere voordelen op:

  • Goede afsluiting van de kuil en dus minder kans op broei en broeiverlies;
  • sneller werken bij het uitkuilen;
  • minder fysieke arbeid;
  • meer rust en efficiëntie op het erf.

Wel ontdekten de melkveehouders dat er voorwaarden zijn om veilig en goed te kunnen werken met watergewicht op de kuil. Inmiddels heeft Sybren de nodige ervaring opgedaan en kan zo een aantal belangrijke tips delen:

  • Zorg dat de kuil volledig vlak ligt, want water zoekt altijd het laagste punt.
  • Creëer voldoende tegendruk aan de voorkant van de kuil om doorbraak te voorkomen.
  • Borg de oprolbuis altijd goed bij het uitkuilen. Er staat veel spanning op de buis, wat gevaarlijke situaties kan opleveren.
  • Rol bij de start voldoende slagen plastic op zodat het doek niet losschiet.
  • Werk voorzichtig met de pelikaanbak om beschadigingen te voorkomen.
  • Mocht er toch iets misgaan, dan is het erf in ieder geval direct schoon gespoeld.

 

Sneller uitkuilen en meer tijd voor andere werkzaamheden

Volgens Sybren levert deze manier van werken vooral veel tijdswinst op. Het losmaken van de kuil gaat snel en eenvoudig, waardoor de (loon)voerder efficiënter kan werken. Dagelijks zorgt Sybren ervoor dat er voldoende gras- en maïskuil klaar ligt. Daarnaast worden voorgeweekte krachtvoeders toegevoegd en gaat er ongeveer 1.000 kilo vers gras door het rantsoen voor extra smakelijkheid en opname. Doordat de loonvoerder rond 10.30 uur klaar is, blijft er meer tijd over voor andere werkzaamheden op het bedrijf. Minder onnodige arbeid en meer focus op management en diergezondheid: precies waar Sybren naar streeft.

 

Efficiënt werken loont in de melkveehouderij

Het verhaal van Sybren laat zien dat hoge melkproducties niet alleen afhangen van genetica of krachtvoer, maar dat slim management, constante voerkwaliteit en efficiënt werken hier ook aan bijdragen. Door processen te vereenvoudigen en arbeid slimmer in te richten, creëert hij rust op het bedrijf én optimale omstandigheden voor de koeien. Dat resulteert uiteindelijk in gezonde dieren, hoge levensproducties en een stabiele melkproductie het hele jaar door.

 

Lager vetgehalte in de zomer beperken: oorzaken en praktische oplossingen

In het voorjaar en de zomer zien we vaak een daling van het vet- en eiwitgehalte in de melk. Vanaf mei zien veel melkveehouders het vetpercentage teruglopen. Dit heeft direct invloed heeft op de melkprijs. Een daling helemaal voorkomen is lastig, maar met de juiste aanpak is het wel mogelijk om die te beperken. Welke factoren hebben de meeste invloed op de melkvetdaling in de zomer en wat is eraan te doen?

 

Langere daglengte stimuleert melkproductie

Een belangrijke oorzaak van een lager vetgehalte in de zomer is de langere daglengte. Meer lichturen stimuleren de melkproductie, terwijl de vetproductie vaak gelijk blijft. Hierdoor produceert de koe meer melk met relatief minder vet.

Hittestress verlaagt vet- en eiwitgehalte

Hittestress heeft grote invloed op de melkproductie én de melkgehaltes. Hoge temperaturen gecombineerd met een hoge luchtvochtigheid zorgen ervoor dat koeien hun warmte moeilijk kwijt kunnen. Vooral hoogproductieve dieren ondervinden negatieve effecten van hittestress. Door hittestress: daalt de ruwvoeropname, verandert de penswerking en dus dalen vet- en eiwitgehaltes in de melk. Milde hittestress ontstaat vaak al bij temperaturen tussen de 19 en 21 graden Celsius. Ook wanneer dieren nog geen duidelijke symptomen laten zien, kan de productie al negatief beïnvloed worden.

  • De ruwvoeropname vermindert door hittestress. Verstrek dus tijdig Fuite buffermix of natriumbicarbonaat om pens verzuring te voorkomen. Dit is ook enige tijd na de hitte van belang omdat het even duurt voordat het buffersysteem van de pens weer in staat is om goed te functioneren. Adviesdosering: 100 gr Fuite buffermix/dier/dag en bij natriumbicarbonaat is dit 250 gr / dier/dag.
  • Voer ’s morgens, ’s avonds en minder midden op de dag. ’s Ochtends en ’s avonds weiden en niet op het midden van de dag.
  • Daarnaast is het van belang om broei in het basisrantsoen te voorkomen. Door Selko TMR toe te voegen blijft het rantsoen langer koel en smakelijk. Hierdoor verbetert de DS-opname zodat de melkproductie minder onder druk staat. Bovendien blijven weerstand en conditie beter op peil.
  • Om de energie opname op peil te houden is het verstandig om 300 – 500 gram/ koe / dag beschermd vet te voeren. Hierdoor blijft het vetgehalte beter op peil en blijven de koeien gezond.

 

Vers gras beïnvloedt het melkvet

In het voorjaar wordt graskuil vaak deels vervangen door vers gras. Vers gras heeft doorgaans een hogere verteerbaarheid en een hogere voederwaarde. Hierdoor stijgt de melkproductie, maar daalt vaak het vetpercentage. Hoe hoger de voederwaarde van het gras, hoe groter meestal de melkproductie — met een lager vetgehalte als gevolg.

 

Graslengte speelt een belangrijke rol

Ook de lengte van het gras bij inscharen heeft invloed op het melkvetgehalte. Kort gras bevat vaak meer energie en is beter verteerbaar dan langer gras. Daardoor nemen koeien meer energie op en stijgt de melkproductie sneller dan de vetproductie. Bij weiden selecteren koeien bovendien de smakelijkste en meest verteerbare delen van het gras eerst. Dit kan het vetgehalte extra laten dalen.

 

Verschil tussen beweiding en zomerstalvoeren

Bij zomerstalvoeren is het gras meestal langer en kunnen koeien minder selecteren. Daardoor ligt het vetgehalte vaak iets hoger dan bij beweiding. Verder is het vetgehalte natuurlijk afhankelijk van de bijvoeding in de weideperiode. Ook met het aandeel bijvoeding (ruwvoer, bijproducten en krachtvoer) kan gestuurd worden op meer melkproductie of meer vetproductie.

 

Gezonde koeien blijven het belangrijkst

Een lager vetgehalte in de zomer is niet volledig te voorkomen. Wel kunnen de gevolgen beperkt worden door extra aandacht te besteden aan stalklimaat, voeropname en rantsoensamenstelling.

Belangrijke aandachtspunten zijn:

  • voldoende ventilatie in de stal;
  • beperken van hittestress;
  • optimale ruwvoeropname;
  • uitgebalanceerde bijvoeding;
  • gezond en stabiel rantsoen.

Gezonde koeien en een goede melkeiwitproductie zijn belangrijker dan alleen een hoog vetpercentage. Door hittestress zoveel mogelijk te beperken en de voeropname op peil te houden, blijven koeien gezonder en produceren ze stabieler gedurende de zomerperiode.

Meer melk uit ruwvoer en eiwit van eigen land

Als veehouder wilt u maximaal melk produceren uit ruwvoer. Hoogwaardige ruwvoerkwaliteit vormt de basis voor een optimaal rantsoen en meer eiwit van eigen land. Door strengere bemestingsnormen en wisselende weersomstandigheden wordt het steeds belangrijker om efficiënt om te gaan met uw eigen ruwvoerteelt.

Waarom is ruwvoerkwaliteit zo belangrijk?

Goede ruwvoerkwaliteit is essentieel voor gezonde koeien en een hoge melkproductie. De juiste balans tussen energie en eiwit in de pens zorgt ervoor dat pensbacteriën optimaal functioneren en eiwit efficiënt wordt benut.

Succes begint bij goed inkuilen

Kwalitatief hoogwaardig ruwvoer begint al bij het inkuilen. Vooral bij een natte snede (<35% droge stof) is het gebruik van een inkuilmiddel aan te raden. Dit zorgt voor een snelle pH-daling, beperkt eiwitverlies en voorkomt de ontwikkeling van boterzuurbacteriën.

Bij lage (nacht)temperaturen zijn er minder natuurlijke melkzuurbacteriën aanwezig. Een inkuilmiddel ondersteunt dan een snelle en stabiele fermentatie, wat de ruwvoerkwaliteit ten goede komt.

Voorkom broei en schimmelvorming

Gecombineerde inkuilmiddelen stimuleren de vorming van azijnzuur en propionzuur. Dit helpt broei en schimmelvorming bij het uitkuilen te voorkomen en zorgt voor een smakelijke, stabiele kuil.

Een goede kuil kenmerkt zich door:

  • een snelle pH-daling
  • minimale verliezen en geen boterzuur
  • een frisse kuil zonder broei
  • hoge smakelijkheid (meer melkzuur, minder ammoniak)

Advies en inkuilmiddelen

Bij nattere kuilen adviseren wij altijd een geschikt inkuilmiddel te gebruiken. Gebrs. Fuite levert diverse inkuilmiddelen en helpt u met praktisch advies voor optimale ruwvoerkwaliteit, meer eiwitbenutting en maximale melkproductie.

Weidegang en grasgroei: optimaal inspelen op het voorjaar

In veel regio’s is de drijfmest dit voorjaar onder goede omstandigheden uitgereden. In sommige delen van het land was het echter vrij nat, wat de werkzaamheden bemoeilijkte. De kunstmest heeft gelukkig veelal voldoende neerslag gekregen, wat samen met de stijgende temperaturen zorgt voor een flinke grasgroei.

 

Wanneer starten met beweiden?

Wanneer er direct vanaf de eerste snede wordt beweid, lopen de koeien mogelijk al buiten. In andere gevallen is het verstandig om hier op korte termijn mee te starten. Begin liever iets te vroeg dan te laat met weidegang. Wanneer er teveel gras staat bij het inscharen bestaat het risico dat de grasgroei sneller gaat dan de opname door de koeien.

 

Keuze in weidesystemen

Er zijn verschillende vormen van weidegang mogelijk. De keuze voor een bepaald systeem hangt af van uw melksysteem en de gewenste samenstelling van het rantsoen. Waarbij een optimale melkproductie het streven is.

 

Eenvoudig basisrantsoen: Op bedrijven met een relatief eenvoudig rantsoen kan vers gras zorgen voor een duidelijke stijging in melkproductie. Dit komt doordat de voederwaarde van vers gras vaak hoger ligt dan het stalrantsoen.

Rijk basisrantsoen: Bedrijven met een intensiever rantsoen, inclusief veel krachtvoer, zien niet altijd een productiestijging. Hier ligt de uitdaging vooral in het goed afstemmen van de voeropname in de stal op het grasaanbod in de weide. In deze situatie is het belangrijk om een duidelijke keuze te maken: kiest u voor volop weiden of blijft het bij een (beperkte) uitloop?

 

Invloed van het melksysteem

Het melksysteem speelt een belangrijke rol bij weidegang. In een conventioneel melksysteem blijft de melkfrequentie constant, ongeacht het beweiden. Bij een automatisch melksysteem (AMS) heeft weidegang wel invloed op het melkgedrag van de koeien.

 

Weidegang is zeker mogelijk i.c.m. een automatisch melksysteem, maar vraagt om een doordachte aanpak. Met een goed plan kunnen de resultaten optimaal aansluiten bij de verwachtingen en blijft de melkproductie op peil.

 

Onze verkoopadviseurs denken graag met u mee over een weideplan voor de komende zomer.

Succesvolle omschakeling naar Jerseykoeien bij familie Van Gorp

Na jaren van zoeken en omschakelen draait het melkveebedrijf van Johan en Suzanne van Gorp in Alphen weer naar volle tevredenheid. Vier jaar geleden zetten zij voorzichtig de eerste stap richting Jerseykoeien. Inmiddels hebben deze kleine, maar robuuste dieren hun hart veroverd. “Jerseys hebben sterke klauwen, zijn nieuwsgierig en lopen daardoor vlot naar de melkrobot. Hun grootste kracht zit in de hoge gehalten,” vertelt Johan.

 

De overstap van Holstein naar Jersey

Op het bedrijf worden momenteel twee koppels koeien gemolken in een serrestal: een groep van 50 Holsteins en een groep met 70 Jerseys. De omschakeling naar volledig Jersey is in volle gang. Beide groepen worden gemolken met een DeLaval Classic melkrobot, waarbij elke groep een eigen robot gebruikt. Het bedrijf beschikt over 52 hectare grond, waarvan het grootste deel wordt benut voor de teelt van snijmaïs.

 

Keerpunt na gezondheidsproblemen

De omschakeling begon na een periode waarin de gezondheid van het vee onder druk stond. Doorgaan op dezelfde manier was geen optie meer. Op advies zijn Johan en Suzanne zich gaan verdiepen in Jerseykoeien. Waar Johan in eerste instantie twijfelde, dook Suzanne dieper in de materie. Uiteindelijk werd de knoop doorgehakt en werden de eerste 30 Jerseys aangekocht. De beginjaren waren uitdagend: de productie bleef achter en het melken verliep nog niet optimaal. In 2025 volgde een volgende stap: de overstap van gangbare weidemelk naar levering van VLOG Euro melk.

 

Aangepast rantsoen voor optimale prestaties

In het najaar van 2023 ontstond het eerste contact met melkvee adviseur Ruud van den Oever. Het rantsoen werd volledig herzien en bestaat uit:

  • 70% snijmaïs
  • 30% graskuil
  • Aangevuld met perspulp en maïsbostel

Daarnaast krijgen de koeien 1,5 kilo krachtvoer in de basis, bestaande uit maïsvlokken en een eiwitaanvulling. Via de krachtvoerbox en melkrobots wordt aanvullend gevoerd met VLOG Euro Lacto en VLOG Euro Maiskern. Hoewel beide koppels hetzelfde basisrantsoen krijgen, zit het verschil in de krachtvoerinstellingen. Jerseys vragen namelijk een andere benadering dan Holsteins. Door hun hoge gehalten leveren zij relatief veel meetmelk, en daar zijn de krachtvoerinstellingen specifiek op afgestemd.

 

Sterke resultaten en tevreden ondernemers

 

De inspanningen werpen hun vruchten af. “Het loopt lekker,” zegt Johan tevreden. “En we melken ook enorm hard met de Jerseys.” Eind december 2025 werd een belangrijke mijlpaal bereikt: de Jerseys doorbraken de grens van BSK 50, met een productie van 2,9 kilogram vet en eiwit. Ook het melkgedrag is uitstekend: gemiddeld 2,8 tot 3,1 melkbeurten per dag. Per keer 8 tot 12 liter melk. Na jaren van uitdagingen staat het bedrijf er nu weer sterk voor, met een duidelijke toekomst richting Jerseykoeien.

 

Slimme instellingen in de krachtvoerinstelling in de melkrobot

De robot waar de Jerseys op gemolken worden is op enkele onderdelen aangepast. Zo gaat de achterdeur een stukje verder dicht en is er een ventilator geplaatst tegen de vliegen, dat gaf veel meer rust. Ook zijn er speciale tepelvoeringen geplaatst die passen bij de kleinere spenen van de koeien. Daarnaast is er extra aandacht gegeven aan het zo comfortabel mogelijk bezoeken van de melkrobot.

Deze aanpassingen zorgen ervoor dat de koeien de robot gemakkelijker en rustiger bezoeken.

Standaard ijzer toedienen aan kalveren bij voeren poedermelk niet noodzakelijk

Kalveren worden geboren met een lage ijzervoorraad. Omdat ijzer essentieel is voor groei, weerstand en zuurstoftransport, rijst vaak de vraag: is extra ijzer toedienen wenselijk? In veel gevallen is het antwoord: nee, mits de kalveren goed worden gevoerd en gezond zijn.

Waarom is ijzer belangrijk voor kalveren?

IJzer speelt een cruciale rol in het lichaam van het kalf. Het is een belangrijk bestanddeel van:

Hemoglobine (voor zuurstoftransport in het bloed) en Myoglobine (voor zuurstofopslag in spieren).

 

Daarnaast heeft ijzer een belangrijke rol bij;

  • de ontwikkeling van het immuunsysteem
  • energiemetabolisme
  • de afweer
  • algemene groei en ontwikkeling

 

Lage ijzervoorraad bij geboorte is normaal

Het is normaal dat kalveren met een relatief lage ijzervoorraad worden geboren. Factoren zoals ras, geslacht, seizoen en tweelingdracht kunnen hier invloed op hebben. Uit onderzoeken naar de ijzervoorraad bij de geboorte, blijkt dat er geen verband bestaat tussen de ijzervoorraad van de moeder en die van het pasgeboren kalf. Extra ijzer geven aan de koe tijdens de dracht heeft dus geen effect op de ijzervoorraad van het kalf.

 

Koemelk versus poedermelk: verschil in ijzergehalte

Koemelk bevat van nature weinig ijzer en voorziet daarom niet volledig in de behoefte van jonge kalveren. Vast voer bevat meestal wel voldoende ijzer, maar jonge kalveren nemen hier in het begin nog te weinig van op. Melkpoeder bevat wel voldoende ijzer. Ongeveer 10 keer zoveel ijzer als koemelk. Hierdoor krijgen kalveren die voldoende poedermelk drinken doorgaans genoeg ijzer binnen.

Symptomen van ijzertekort bij kalveren

Een ijzertekort (bloedarmoede) kan leiden tot:

  • Bleke slijmvliezen (neus en ogen)
  • Lusteloosheid
  • Verminderde drinklust
  • Slechtere groei
  • Vatbaarder voor ziektes

Bij twijfel kan het hemoglobinegehalte in het bloed worden gemeten. Extra ijzer toedienen kan nodig zijn in specifieke situaties, zoals: bij ziekte of door bloedverlies (bijvoorbeeld door diarree).

Toedienen van ijzer kan via injecties, drankjes of bolussen. Als kalveren voldoende poedermelk opnemen, goed groeien en gezond zijn is standaard ijzer toedienen niet nodig.

 

Voorkom vliegenoverlast bij stijgende temperaturen

Met de oplopende temperaturen in de afgelopen weken neemt ook het aantal vliegen rondom dieren toe. Vooral in stallen kan dit al snel leiden tot ernstige vliegenoverlast. Dit zorgt niet alleen voor irritatie, maar heeft ook invloed op het welzijn en de prestaties van je dieren.

Denk bijvoorbeeld aan koeien die tijdens het melken onrustig worden en blijven trappen. Of drinkemmers bij kalveren die vol zitten met vliegen. Dit zijn veelvoorkomende problemen die eenvoudig verminderd kunnen worden door tijdig in te grijpen.

Begin op tijd met vliegen bestrijden

Het is belangrijk om vroeg in het seizoen te starten met het bestrijden van vliegen. Vliegen planten zich snel voort en kunnen in korte tijd uitgroeien tot een plaag als er niet tijdig actie wordt ondernomen.

Daarnaast vormen vliegen een serieus gezondheidsrisico voor jonge dieren, zoals kalveren en lammeren. Ze kunnen namelijk ziekteverwekkers verspreiden. Stalvliegen spugen eerst op hun voedsel voordat ze het opnemen, waardoor bacteriën en ziektekiemen gemakkelijk worden overgedragen.

Bescherm je dieren en voorkom problemen

Door preventief maatregelen te nemen tegen vliegen, verbeter je niet alleen het comfort in de stal, maar verklein je ook de kans op ziektes. Een effectieve vliegenbestrijding draagt bij aan gezonde dieren en betere prestaties op je bedrijf.

Neporex is breed toepasbaar

Neporex stopt de ontwikkeling van larven. Ze groeien niet meer uit tot poppen en vliegen. Het beste effect wordt bereikt door Neporex in te zetten in strohokken, iglo’s en eenlinghokken, strohokken (bij kalveren en afkalfhok) en eventueel langs de randen van de mestkelder. Er zijn drie verschillende toepassingsmethoden:

  • strooien (poeder)
  • gieten (opgelost in water)
  • spuiten

De natuurlijke vijanden (o.a. kevers, sluipwespen en mijten) blijven in leven en bestrijden dus, samen met de Neporex, de vliegenmaden.

Voor meer informatie neem contact op met uw rundveeadviseur of kalveropfokspecialist. Zij kunnen alles vertellen over verpakking, gebruik en dosering.

Hoeveel biest moet een kalf hebben?

Meer lebmaagverplaatsingen bij koeien tijdens het weideseizoen?

Tijdens het weideseizoen krijgen melkkoeien te maken met wisselende grassamenstellingen en hogere temperaturen. Dit kan leiden tot een minder constante voeropname. Juist daardoor zien we in het weideseizoen vaker gevallen van lebmaagverplaatsing bij koeien.

Wat is een lebmaagverplaatsing?

De lebmaag is de vierde maag van de koe en vergelijkbaar met de menselijke maag. Normaal ligt deze op de buikbodem. Wanneer er gas ophoopt en er ruimte ontstaat in de buik, kan de lebmaag omhoog bewegen langs de buikwand. Deze verplaatsing kan naar links of naar rechts optreden.

Lebmaagverplaatsing naar links (meest voorkomend):

  • Komt meestal voor 1 tot 3 weken na afkalven
  • Daling in melkproductie
  • Verminderde herkauwactiviteit
  • Dunne, slecht verteerde mest
  • Geen koorts
  • Soms zichtbare opbolling in de linkerflank

 

Lebmaagverplaatsing naar rechts (ernstiger):

  • Grotere kans op draaiing van de maag (torsie)
  • Kan leiden tot een levensbedreigende situatie
  • Koe is vaak ernstig ziek
  • Operatief ingrijpen is noodzakelijk

Sommige bedrijven hebben er nauwelijks last van, terwijl het op andere bedrijven regelmatig voorkomt. Meerdere gevallen binnen één koppel wijzen vaak op problemen in het rantsoen of de voeropname tijdens de transitieperiode.

Risicofactoren voor lebmaagverplaatsing bij koeien

Een lebmaagverplaatsing ontstaat vrijwel altijd door onderliggende factoren:

  • Verminderde voeropname → zorgt voor een lege(re) pens en meer ruimte in de buik
  • Snelle veranderingen rond afkalven → zoals ruimte die vrijkomt na geboorte
  • Stofwisselingsziekten, zoals: Melkziekte (calciumtekort)  of Ketose (slepende melkziekte / energietekort)
  • Verminderde penswerking

In de praktijk zien we vaak dat koeien met een lebmaagverplaatsing ook last hebben van ketose.

Lebmaagverplaatsing voorkomen: praktische tips

Preventie begint bij een hoge en stabiele voeropname rond het afkalven. Met de juiste aanpak verklein je het risico aanzienlijk:

  • Zorg voor een smakelijk en uitgebalanceerd droogstandsrantsoen
  • Voorkom transitieziekten zoals melkziekte en ketose
  • Bouw het lactatierantsoen geleidelijk op na afkalven
  • Monitor de voeropname in de eerste lactatiedagen
  • Let extra op risicokoeien, zoals:
    • Tweelingkoeien
    • Kreupele koeien
    • Koeien met melkziekte
    • Koeien na een zware geboorte
  • Grijp vroegtijdig in bij: verminderde pensvulling en minder herkauwen

Snelle actie kan een lebmaagverplaatsing voorkomen. Lebmaagverplaatsing bij koeien komt vaker voor tijdens het weideseizoen door schommelingen in voeropname en rantsoen. Door aandacht te besteden aan voeding, transitiemanagement en vroege signalen, zijn veel problemen voorkomen. Voorkomen is beter dan genezen – een goede voorbereiding maakt het verschil.

Kleur mee en win!

Ben jij net als wij dol op dieren én houd je ook van kleuren? Dan hebben wij iets leuks voor jou! Ga aan de slag met onze kleurplaat en maak kans op een superleuke boerderijprijs 🐄🎁

👉 Download hier de kleurplaat   en begin meteen!

Er zijn vier leeftijdscategorieën:

  • t/m 3 jaar
  • 4 t/m 6 jaar
  • 7 t/m 9 jaar
  • 10 jaar en ouder

Dus of je nu net begint met kleuren of al een echte kunstenaar bent – iedereen kan meedoen!

📬 Stuur jouw mooiste kunstwerk uiterlijk 2 mei a.s. naar:
reactie@fuite.nl

Laat je fantasie de vrije loop en wie weet ben jij één van de winnaars!

Precusoren verklaring

Een precusorenverklaring is een verplicht document onder EU-verordening 2019/1148 waarin u verklaart dat stikstofhoudende meststoffen of specifieke chemicaliën uitsluitend voor legitieme, professionele doeleinden (zoals landbouw) worden gebruikt.

  • Het doel is het voorkomen van misbruik bij de productie van explosieven.
  • De verklaring is meestal 12 maanden geldig.
  • Als leverancier zijn wij verplicht gesteld om bij verkoop van deze producten boven de gestelde grenswaarde een controle op de juiste toepassing van het gebruik voor professionele doeleinden van deze producten uit te voeren bij de afnemer.
  • Daarnaast dient ook een identiteitsverificatie en registratie uitgevoerd te worden.
  • Deze verplichtingen zijn opgenomen in de verklaring.
  • Wij dienen u tevens te informeren dat wanneer er door ons of u een verdachte verdwijning of transactie waargenomen wordt van dit product, er een meldingsplicht geldt aan de autoriteiten.

Meststoffenverklaring 2026

Meer informatie ontvangen? Neem contact op met onze verkoop binnendienst.