Verhoog maiskwaliteit met extra Kali

Kalium is een belangrijk element voor een goede groei van de maisplant. Bovendien draagt een goede kalivoorziening bij aan een betere droogte resistentie. Daarnaast heeft extra kali een positieve invloed op het zetmeelgehalte in de maïs.

Op alle maisland is eerst drijfmest uitgereden. Maar weet u eigenlijk wel hoeveel Kali daarmee is bemest? Heeft u de mest laten analyseren? De samenstelling van drijfmest varieert namelijk behoorlijk. Door uw mest te laten analyseren weet u hoeveel stikstof, fosfaat en kali een kuub drijfmest bevat! De verschillen worden veroorzaakt door onder andere verschillende gehalten in ruw- en krachtvoer, de hoeveelheid spoelwater en de samenstelling van de veestapel.

Verhoog uw maiskwaliteit door Kali toe te dienen

Na de drijfmest volgt de (rijen)bemesting met stikstof. Kali is een belangrijk element voor een sterke en gezonde maïsplant. Door de maïsteelt onttrekt u minimaal 300 kg K20 terwijl u bij een gift van 40 m3 drijfmest (met gemiddelde gehalten) 230 kg kali bemest. Extra kali bemesten is dus noodzakelijk om de onttrekking te compenseren. 175 kg Kali 40 per ha maisland is dan voldoende bij gemiddelde kali gehaltes in de drijfmest.

Prominend Colostrum nu ook in voordelige 3 kg verpakking verkrijgbaar

Prominend colostrum is een ziektevrije ingedroogde koebiest met gegarandeerde kwaliteit verrijkt met ei-antistoffen. Prominend Colostrum verbetert de biest kwaliteit en ondersteunt zo de weerstand van het pasgeboren kalf.

Ook als een koe helemaal geen biest heeft is de Prominend Colostrum een prima alternatief.  Doordat deze gemakkelijk op te lossen is in koemelk of e.v.t. water.

Product eigenschappen van Prominend Colostrum:

  • Gegarandeerde immunoglobulines
  • Vrij van besmettelijke ziekten

Product voordelen:

  • Verbetert biest kwaliteit
  • Ondersteunt in geval van biest tekorten

De Prominend Colostrum is nu ook verkrijgbaar in een 3 kg verpakking. Dat is bijna 20 % voordeliger dan de kleine Prominend Colostrum verpakking. Benieuwd naar dit product? Onze kalveropfokspecialisten vertellen er graag meer over!

Denk aan uw droge koeien in de zomer

Hittestress wordt veroorzaakt door luchtvochtigheid en temperatuur. Koeien kunnen niet goed zweten en raken daardoor moeilijker hun warmte kwijt. Door hittestress dalen de productie en de gehaltes. In de regel wordt er veel gesproken over melkvee en weinig over droge koeien als het gaat om hittestress.

 

Welke signalen geven droge koeien met hittestress?

Om warmte kwijt te raken zullen koeien de ademfrequentie verhogen om zo warmte kwijt te raken. Ook zien we dat ze minder snel gaan liggen. Zo kunnen ze warmte kwijt raken met behulp van de lucht die langs het lichaam stroomt. Als de nachten koel(er) zijn daalt de lichaamstemperatuur van de koe nog. Stijgen de nachttemperaturen dan wordt het moeilijker voor de koe. De uitdagingen rondom hittestress liggen daardoor met name in de tweede helft van de zomer. Als gevolg hiervan kalven koeien 2-8 dagen vroeger af en zijn de kalveren lichter dan normaal.

 

Wat kunnen we doen om droge koeien te ondersteunen?

Voeding:
Zorg dat de drogestof opname op peil blijft. Belangrijk hierbij is om een het rantsoen fris te houden en daarom is het raadzaam dagelijks te voeren.

Water:
Water is zeer belangrijk om te koelen. Zorg dus voor goede toegang tot voldoende fris en schoon water. De wateropname kan met 29% toenemen bij een temperatuurstijging van 20 naar 30 graden Celsius.

Omgeving:
Koelen door middel van ventilatoren is raadzaam bij droge koeien. Mest daarnaast vaker de strostal uit. Indien de strolaag dikker wordt kan deze veel warmte produceren en vasthouden.

Droogstandslengte:
De droogstand is belangrijk voor het uierweefsel om zich te  Dit proces duurt 6-8 weken. Onderzoek laat zien dat door vroegere kalfdatum, en dus niet volledig hersteld uierweefsel, de melkproductie over de hele lactatie achterblijft. Zet daarom nu de koeien 7 tot 8 weken droog om het uier de kans te geven zich goed voor te bereiden ook als de koe vanwege de hitte eerder kalft.

 

Voor verdere vragen of advies vraag één van onze adviseurs.

Stabiele broksoorten zorgen dat het soepel loopt in de stal

VOF Kapper – Lammers te Zutphen heeft een melkveebedrijf in combinatie met een goedlopende horecatak. Het bedrijf wordt geleid door Ben en Irma Lammers in samenwerking met zoon Benjamin. Het bedrijf telt 70 melkkoeien en 40 stuks jongvee. De horecatak bestaat uit een winkel en catering voor feestjes. Daarnaast worden zo’n vijfhonderd maaltijden per dag geleverd aan instellingen in de buurt. “Zeker de helft van onze tijd zit in het horecagedeelte, maar daar is de winstverdeling ook naar. In de stal moet het soepel lopen, zodat we tijd hebben om aan de slag te kunnen in de keuken”, aldus Ben.

‘Onze grond beter leren kennen’

Het bedrijf is extensief met 10.500 kilogram melk per hectare. De VOF kiest er voor om eigen krachtvoerproducten te verbouwen. Van de 64 hectare is het grootste gedeelte in gebruik als grasland. Naast gras wordt er zomergerst, mais, deels MKS, voederbieten en luzerne geteeld. In 2023 zijn er ook veldbonen geteeld. “Dat was mooi om te proberen, maar de opbrengst viel tegen terwijl er wel veel gewasverzorging nodig was”, aldus Benjamin. Dat het bedrijf slaagt in het verbouwen en inzetten van eigen krachtvoer blijkt ook uit de cijfers. In 2023 lag het voerverbruik op 16,5-17 kg aangekocht krachtvoer per 100 kilogram melk, bij een gemiddelde BSK van 47.

“We doen mee aan het project Vruchtbare Kringloop Achterhoek. Dat houdt ons scherp en geeft inzicht”, verteld Ben verder. “We leren onze grond zo beter kennen en anticiperen daar op door specifiek te bemesten en in ons geval gips te strooien. De pH van de grond was goed, maar het calciumgehalte te laag.”. Zo hebben we afgelopen jaar voor het eerst luzerne geteeld. Aan de hand van grondmonsters hebben we extra Kali bemest, met zichtbaar resultaat en een goede opbrengst”, aldus Benjamin. Het bewust bezig zijn met bemesting is volgens Benjamin nog een kans voor veel bedrijven.

Broksoorten stabiel houden bij rantsoenwijzigingen

De koeien worden gemolken met een Lely A4 melkrobot. De 70 koeien zijn goed voor 10.000 kg melk per koe met 4.70% vet en 3.75% eiwit. Relatief veel melk en vooral veel kilogrammen vet en eiwit uit één melkrobot dus. Het basisrantsoen bestond afgelopen winter uit: graskuil, luzerne, MKS, voederbieten en veldbonen. In de melkrobot krijgen de koeien twee verschillende productiebrokken, waarvan één gemengd met maisvlokken . De verse koeien krijgen daarnaast de eerste 120 dagen eigen gerst op de krachtvoerbox.

In de zomer wordt er veel geweid. Het weidegras wordt aangevuld met snijmais en een derde snede gras met daarin de tweede snede luzerne. In de 15 jaar dat melkveespecialist Freek Giessen bij familie Lammers komt, zijn de krachtvoersoorten maar zelden gewijzigd. “We kunnen sturen door de ene soort te verhogen en de andere te verlagen. In mijn ogen is het juist goed voor de koe om de broksoorten stabiel te houden” geeft Freek aan. “Bij een rantsoenwijziging verandert er al genoeg, ik laat de brokken dan juist graag hetzelfde”.

 

Een optimaal gemengd rantsoen

Onze melkveevertegenwoordigers komen geregeld bijelkaar om kennis en ervaringen met elkaar te delen. ‘Gemengd voeren’ stond in april als thema op de agenda. De collega’s zijn aan de slag gegaan met onder meer de kuilen, de mengwagen en het rantsoen. Hieronder leest u het antwoord op een aantal veelvoorkomende vragen uit de praktijk.

 

Welke signalen wijzen op selectie aan het voerhek?

  • Het vreetgedrag verraadt veel. Als koeien niet recht van boven vreten bijvoorbeeld. Je ziet koeien graven, schuiven en gooien met het voer.
  • Wanneer er een uur na het voeren gaten in het gevoerde mengsel verschijnen.
  • Of wanneer er veel voer (meel) aan de neusspiegels van de koeien plakt tijdens het eten
  • Als je zowel dunne als dikke mest ziet: geen homogeen mestbeeld.
  • Uiteenlopende lichaamscondities binnen de koppel kunnen ook het gevolg zijn van selectief vreten.
  • Drukte aan het voerhek op het moment van voeren. (Dit kan ook een teken zijn van te krap (rest)voer)

 

Welke invloed heeft de laadvolgorde op het gemengde rantsoen?

Van “grof naar fijn”, van “nat naar droog” of juist andersom? Er bestaan verschillende theorieën over de juiste laadvolgorde. Van klein naar groot mengen geeft in de praktijk het beste resultaat: doe je de koffiemelk als eerste in het kopje dan mengt het vanzelf. De laadvolgorde is zelfs van invloed op de mate van broei aan het voerhek. Om broei te voorkomen kun je het water het beste vóór de kuil in de mengwagen doen.

 

Hoe voorkom je bolletjes in het voer?

Als het om gemengd voeren gaat, zien we wel eens ongewenste bolletjes graskuil in het voer. De eerste variant ontstaat in de opraapwagen, doordat het gras tussen de messen van de volle opraapwagen door wordt gedrukt. Het tweede type bolletjes ontstaat tijdens het mengen. Plakkende natte kuilen hebben hier sneller last van. Tips om het ontstaan van deze tweede variant bolletjes te voorkomen zijn;

  • Voorkom een te volle mengwagen
  • Gebruik een tegenmes in de wagen
  • Zorg voor scherpe messen in de mengwagen

 

Welke mengwagen mengt het beste?

Er bestaan drie types mengwagens; een horizontale mengwagen, een verticale mengwagen en een zogeheten peddelmenger. Alle mengwagens kunnen goed mengen wanneer aan de juiste (type afhankelijke) voorwaarden wordt voldaan. Voor iedere mengwagen geldt dat overbeladen van de wagen een goed mengproces verhinderd. Bij het bepalen voor hoeveel koeien de wagen geschikt is spelen diverse factoren mee. Zoals; het aantal kuubs, het type vijzel en de te mengen componenten.

Niet alleen het aantal kuubs, maar ook het type vijzel en de te mengen componenten bepalen voor hoeveel koeien de wagen geschikt is om goed te mengen. Om te weten hoe vol de wagen kan, moet je er in kijken. Immers niet de hoogte van de bak, maar de hoogte van het laatste mes bepaalt hoe vol de mengwagen kan worden geladen. Iedere mengwagen kan een goed gemengd rantsoen voordraaien, wanneer onderstaande factoren goed op elkaar zijn afgestemd:

  • Mengwagen inhoud en type vijzel
  • Deeltjeslengtes rantsoencomponenten
  • Toerental en mengtijd

Een berekend rantsoen komt alleen tot zijn recht, wanneer dit ook als zodanig wordt gevreten. Het mengen en voeren van de koeien is van grote invloed op wat iedere koe werkelijk opneemt. De melkveespecialisten van Gebrs Fuite denken graag met u mee. Zo zijn er schudboxen aanwezig om het gemengde rantsoen te controleren. Ook onze timelapse camera’s zijn heel handig om het vreetgedrag (ook ’s nachts) in beeld te brengen.

Onze melkvee collega’s helpen u graag met hun kennis en ervaring.

De lever: dé energiegenerator van de koe!

Een negatieve energiebalans aan het begin van de lactatie is onvermijdelijk. Een orgaan dat we daarbij niet moeten onderschatten is de lever. Deze kan namelijk lichaamsvet omzetten in glucose wat als energiebron dient.

 

Negatieve energiebalans risicomoment voor ontstaan leververvetting

 

Een negatieve energiebalans aan het begin van de lactatie is onvermijdelijk. Immers de voeropname is nog niet maximaal en de melkproductie piekt. Hierdoor ontstaat een tekort aan glucose en wordt lichaamsvet gemobiliseerd als energiebron. Wanneer een koe veel lichaamsvet mobiliseert, kan de lever dit onvoldoende verwerken. Dit kan leiden tot leververvetting.

 

Wat is het risico bij leververvetting?

 

Door een vervette lever kan minder glucose geproduceerd worden. Terwijl dit juist belangrijk is voor een goede productie en een goed werkend afweersysteem. Tevens zal een vervette lever minder goed werken als filter van het bloed. Dat is nadelig voor de weerstand. Leververvetting is daarnaast een belangrijke oorzaak van vruchtbaarheidsproblemen.

 

Hoe draagt Choline bij aan een gezonde koe?

 

Een hulpmiddel om de lever schoon te houden is Choline chloride. Pensbestendige choline chloride kan bijdragen aan een betere gezondheid van de lever. Het ontvet de lever waardoor de kans op ketose, oftewel slepende melkziekte aanzienlijk verkleind wordt. In meerdere start- en transitievoeders zetten we choline in, om de energievoorziening te optimaliseren. Vraag onze adviseurs welke voeders choline bevatten om uw koeien te ondersteunen.

 

Betere benutting eigen ruwvoer door inkuilmiddel

Volop drukte rondom het maaien van de eerste snede. Voldoende, smakelijk ruwvoer, van goede kwaliteit is de basis voor uw melkveebedrijf. Goed en smakelijk ruwvoer betekent gezonde dieren met een hogere melkproductie en een beter voersaldo!

Recent onderzoek door Groeikracht toont aan dat door het gebruik van een inkuilmiddel de drogestof-verliezen ongeveer worden gehalveerd. Bovendien is de kuil sneller stabiel. Zie figuur 1.

Figuur 1. Minder drogestof-verliezen door gebruik inkuilmiddel. 

Doordat de kuil sneller stabiel is met het gebruik van een inkuilmiddel gaat er ook minder kostbaar eiwit verloren uit uw ruwvoer verloren.

 

Ook tijdens het inkuilproces treden verliezen op. Enkele tips om verliezen te voorkomen:

  • Maai niet te kort (minimaal 6 cm). Tekort maaien belemmert de hergroei en verhoogt het risico op vervuiling met grond en mest resten.
  • Kuil niet te droog in. Droger gras verhoogt de kans op broei en schimmel (bij uitkuilen). Kuil ook niet te nat. Een lagere DS-gehalte geeft een slechtere eiwitbenutting en een lager melkeiwitgehalte. Ideaal is een DS-gehalte tussen 40 – 50%!
  • Goed aanrijden van de kuil is van groot belang voor een goede conservering.
  • Sluit de kuil direct goed af. Gebruik plastic in combinatie met een onderfolie en dek de kuil goed af met een beschermkleed en gronddek.
  • Gebruik altijd een conserveringsmiddel. Welk middel u kiest is afhankelijk van het DS-gehalte.
  • Zorg voor voldoende voersnelheid.
  • Werk met een recht snijvlak.

 

Gebrs. Fuite levert diverse inkuilmiddelen

 

Inkuilmiddelen van Pioneer

Welk middel u inzet is afhankelijk van het droge stof gehalte. Nat gras (tot 30% DS) moet snel geconserveerd worden om voederwaardeverliezen te voorkomen. Hiervoor gebruikt u Pioneer 1188.

Is het gras wat droger, rond de 35-45 % DS,  dan kan ook verlies optreden door schimmels en broei bij uitkuilen. Dan is Pioneer 11G22 een uitstekende keuze. Bij droge kuilen van meer dan 45% DS is de kans op conserveringsverliezen duidelijk minder maar ligt de kans op broei en schimmel op de loer. Dán gebruikt u Pioneer 11A44.

 

Inkuilmiddelen van Barenbrug

Inkuilmiddelen van Barenbrug zijn o.a.:

  • Bonsilage Plus
  • Bonsilage Forte
  • Bonsilage Fit Gras

Vragen of advies? Neem contact op met onze verkoopbinnendienst  of vraag uw melkvee-adviseur.

Vliegen bestrijden doe je zo!

Het voorjaar is begonnen, de temperatuur stijgt. Als gevolg hiervan treffen we in de buurt van dieren (meer) vliegen aan. Het aantal vliegen kan zo hoog worden dat ze overlast veroorzaken, bijvoorbeeld bij de koeien tijdens het melken of bij drinkemmers van de kalveren. Daarnaast verspreiden vliegen ook heel gemakkelijk ziektekiemen van dier tot dier. Kortom iets om dit jaar eens goed aan te pakken!

Vliegen zijn een bron van overdracht van ziekteverwekkers bij jonge dieren zoals kalveren en lammeren. De stalvliegen spugen namelijk eerst in hun voedsel voor ze het opeten. Zo verspreiden vliegen niet alleen zichzelf (wist je dat een vlieg wel 500 tot 1000 eitjes kan leggen) maar ook ziekteverwekkers.

Tip 1:

Zorg voor een goede hygiëne in de stal. Een vlieg heeft een sterke voorkeur voor voer, warmte en vocht. Regelmatig uitmesten en restvoer tijdig vervangen kan hier bij helpen.

Tip 2:

Start begin april met bestrijden van de maden. Zo doorbreken we de cyclus en voorkomen we dat deze maden vliegen worden. Tel je nu ongeveer 10 vliegen in je stal, dan komen er de komende tijd nog eens 50 bij! Wij adviseren om  Neporex te gebruiken. Dit middel is eenvoudig toepasbaar en breed inzetbaar.

Tip 3:

Vraag uw jongvee specialist voor een passend advies op uw bedrijf. Om het gewenste resultaat te halen op uw bedrijf is het van belang om niets over het hoofd te zien en de middelen juist toe te passen. Onze jongvee specialisten hebben de juiste kennis en ervaring om u hierbij verder te helpen.

Unieke Pigger Cream nu in verbeterde verpakking

Pigger Cream is een houdbare biggenmelk die kant-en-klaar geleverd wordt. Het bevat uitsluitend zuivel-ingrediënten waardoor het goed verteerbaar is. Dat resulteert in vitale biggen met een hogere groei. Recentelijk is de verpakking van de 500 kg vernieuwd! Waardoor beter vast te stellen is hoeveel Pigger Cream er nog in de doos zit.

 

Smakelijke kant-en-klare biggenmelk met hoge eiwitkwaliteit

Door het drogestofgehalte (37 %) in de Pigger Cream wordt de DS-opname bevorderd. Hierdoor worden de groei en ontwikkeling van het maagdarmstelsel ondersteund (zie figuur 1).

Er hoeft geen water aan de melk toegevoegd te worden. Hierdoor wordt de hygiëne gewaarborgd en het arbeidsgemak verhoogd. De Pigger Cream kan meteen na de biestperiode worden verstrekt.

Kenmerken van de Pigger Cream:

  • Uitstekende eiwitkwaliteit, dus goed verteerbaar
  • Smakelijke kant-en-klare UHT-melk
  • Hoog drogestofpercentage verhoogt voeropname

Nu met verbeterde verpakking

Pigger Cream is één jaar houdbaar in ongeopende verpakking en acht weken in geopende verpakking. De Pigger Cream is beschikbaar in 2 formaten, namelijk 20 kg en 500 kg. De verpakking van de 500 kg is recentelijk vernieuwd! Er zit nu een kijkglaasje in deze doos, waardoor eenvoudig vast te stellen is hoeveel Pigger Cream er nog in zit.

Voordelen van de Pigger Cream:

  • Eenvoudig en snel toe te passen
  • Verkleint de kans op voerfouten
  • Leverbaar in handige verpakking
  • Kant en klaar product
  • Samenstelling (qua nutriënten) vergelijkbaar met zeugenmelk

 

Wilt u meer weten over deze vloeibare biggenmelk? Neem dan contact met ons op.

Najaarsverwerpen voorkomen begint nu!

In de periode september t/m november krijgen veel bedrijven te maken met najaarsverwerpen c.q. een hoger terugkompercentage. Met het oplopen van de voorjaarstemperaturen is de natte, koudere herfst nog niet in onze gedachten. Najaarsverwerpen wordt opgemerkt door het afkomen van vruchtjes bij gezonde zeugen in de eerste maand van de dracht. Deze zeugen dragen nadat ze opnieuw gedekt zijn vaak probleemloos. Daarnaast valt onder de term najaarsdip ook het geboren worden van zwakkere biggen, kleinere tomen en tomen van mindere kwaliteit.

 

Aandachtspunten om najaarsverwerpen te voorkomen:

  • Voeropname kraamstal / conditieverlies zoogperiode
  • Voeropname dekstal
  • Stalklimaat (hittestress)
  • Daglengte invloed
  • Hogere luchtvochtigheid

Opvallend is dat we het fenomeen najaarsverwerpen eigenlijk niet zien bij gelten. Kijk hier eens naar in uw managementsysteem. De doorslaggevende invloed is dus te zoeken in het conditieverlies van de zeugen tijdens de kraamstalperiode i.c.m. de conditie waar de zeug de kraamstal mee in komt. Het doel is dat de zeugen in de zomer met de juiste gewichten de kraamstal inkomen en weer uitgaan.

 

Aanpak vanuit Gebrs. Fuite

Hoe bereiken we de juiste gewichten bij werpen:

Onze adviseurs denken graag met u mee!

×

Hallo!

Neem contact op met een medewerker van de binnendienst via WhatsApp of stuur een mail naar: info@fuite.nl

× Hoe kan ik je helpen?