R&D bestaat bij fuite uit ‘regelen en doen’

Sinds 2013 is Wouter Janssen werkzaam in een nutritionele functie in de varkenshouderij en sinds 1 januari actief bij Gebrs. Fuite.  “Al vanaf het moment dat ik het bedrijf leerde kennen voelt het goed bij Gebrs. Fuite. Voor mijn kennismakingsgesprek las ik op de site las over lange termijn relaties met klanten en klanten die partners zijn. Dit is wat me direct aansprak” vertelt Wouter.

Organisatie met korte lijnen en grote betrokkenheid

Fuite is een bijzonder familiebedrijf en dat ervaar je het beste als je in Genemuiden bent. De lijnen zijn kort en de dagelijkse operatie verloopt soepel. Je merkt bij alle collega’s een zeer grote betrokkenheid en passie om samen de beste te zijn! Verder krijgen mensen echt hun verantwoording en pakken deze ook, iets wat motiverend werkt.

 

De kunst van het weglaten

Typerend voor Fuite is hoe er met weinig mensen veel werk wordt verzet. Het  bedrijf is hierop ook georganiseerd. Dit merkt je in alle facetten van het bedrijf en dus ook als nutritionist. Consistentie is daarbij leidend.  Een goed voer wordt niet veranderd. Hierdoor is weinig afstemming nodig met/over inkoop en aanvoer van grondstoffen en dus is er ook geen afdeling die dit hoeft te organiseren.

 

R&D bestaat uit ‘regelen en doen’

Om de beste te zijn wordt continu gewerkt aan productontwikkeling. Dit wordt gedaan met partnerbedrijven in de keten. Door samen te werken bestaat R&D vooral uit ‘regelen en doen’. Naast productverbetering wordt in de sector ook veel onderzoek gedaan naar een lagere kostprijs met resultaatbehoud. Hierbij kun je het geld investeren in dat type onderzoek of dezelfde euro’s investeren om qua voersamenstelling net niet ‘op het randje’ te gaan zitten, waarbij Fuite eerder voor dat laatste kiest. Dit zijn enkele voorbeelden vanuit het nutritionele werk, maar zo zijn voor alle afdelingen voorbeelden te noemen van ‘professionele eenvoud’; bewuste keuzes maken om dingen wel of niet te doen, wat alles bij elkaar een groot verschil maakt. Dit neemt niet weg dat Fuite haar verantwoording neemt om gezamenlijke uitdagingen en initiatieven aan te gaan.

Het ‘varkensteam’

Voor de varkenshouderij hebben we een mooi team wat elkaar versterkt met diverse specialismen. De focus op nutritie mogen Alfons Vrijkorte en ik hierin vervullen.  Hierbij focussen we op rendement onderaan de streep vanuit resultaat in de stal, iets waar het hele team achter staat.

Hierin maken we gebruik van diverse producten uit eigen productie zoals gerstvlokken, maisvlokken, Ferment (met hoog aandeel melkzuurbacteriën) vanuit dochteronderneming Liprovit en over een tijdje premixen vanuit Solprovit.

Het Fuite effect → Ik kom er graag met u over in gesprek.

Opfokzeugen; de prinsessen van uw bedrijf

Op een zeugen bedrijf vormt plus minus 20 % van de zeugen de groep met 1 e worps zeugen. Voeding, management en huisvesting zijn een belangrijk punt van aandacht op de bedrijven. Het maakt daarbij niet uit of gelten dekrijp worden aangekocht of dat het eigen aanfok betreft.

 

Uit welke onderdelen bestaat de opfok van de gelten?

De opfok bestaat op hoofdlijnen uit de volgende onderdelen:

  • Voeding
  • Voerschema’s
  • Ontwikkeling opfokgelten ( spek,spier,gewicht)

 

Wat is belangrijk in de voerkeuze van gelten?

Bij volledig eigen aanfok heeft een 3 fasen voedering de voorkeur. Namelijk start opfok, tussen opfok en opfok. Echter in de praktijk is het aantal beschikbare silo’s vaak beperkt.

 

Wat willen we zien in de ontwikkeling van opfokgelten?

Belangrijk is dat de gelten voldoende spek aanzet hebben en hiervoor denken we dan aan een “Fast Food Programma”. We sturen dan heel duidelijk op meer spek aanzet en minder op de spier aanzet. Want spek/vet is reserve energie voor de 1e worps dieren.  Te vleesrijke dieren presteren vaak moeilijker in de 1e lactatie periode en verliezen te veel energie, met als gevolg het second Litter Syndroom.

Wij als specialisten van de Gebrs Fuite helpen u graag om de opfok te optimaliseren en ons voerprogramma toe te lichten. Want een goede start is het halve werk.

Brix-waarde goede maat voor biestkwaliteit

Het meten van biestkwaliteit is steeds vaker een goede gewoonte op het boerenerf. Zwitserse onderzoekers hebben in 2021 onderzocht of het meten van de brix-waarde met een refractometer ook een betrouwbare methode is.

 

Goede kwaliteit biest bevat voldoende antistoffen

De hoeveelheid antistoffen (IgG) in biest is van belang voor de opbouw van immuniteit. Het jonge dier is volledig afhankelijk van de opname van deze antistoffen, om zich te kunnen beschermen tegen ziekten. Biest met voldoende antistoffen, noemen we biest van goede kwaliteit. De onderzoekers hebben ruim 300 biestmonsters onderzocht van zowel koeien-, als schapen- en geitenbiest. De brix-waarde heeft bij alle drie de diersoorten een duidelijke relatie met de hoeveelheid antistoffen in biest en is dan ook een betrouwbare manier om de kwaliteit te bepalen.

Brix-waarde is meer dan de hoeveelheid antistoffen

Naast de hoeveelheid antistoffen zijn er ook andere parameters die de hoogte van de brix-waarde in meer of mindere mate beïnvloeden. Deze relaties staan weergegeven in onderstaande figuur en zijn niet voor alle drie de diersoorten gelijk.

  • Uit figuur 1 blijkt dat het eiwitgehalte en het antistoffengehalte (IgG)  de twee meest bepalende factoren zijn. Hoe hoger het eiwitgehalte of IgG-gehalte (ook eiwit) des te hoger de brix-waarde.
  • Het vetpercentage is bij schapen en geiten van invloed op de brix-waarde.
  • Ook laat de figuur zien dat het lactosegehalte negatief geassocieerd is met de brix-waarde. Dit komt doordat een hoog eiwitgehalte gepaard gaat met een wat lager lactosegehalte en vice versa.
  • Tot slot geldt alleen voor koeien een positieve correlatie met de pariteit. Geiten en schapen die al vaker hebben gelamd, hebben volgens dit onderzoek geen grotere kans op betere biest, terwijl oudere koeien dat wel hebben.

 

Variërende brix-waardes binnen de koppel

In de praktijk hebben we te maken met een variatie aan biestkwaliteit. Gehaltes in melk en ook in biest zijn deels te beïnvloeden via het rantsoen. Voor een groot deel zijn gehaltes ook erfelijk bepaald. Dit is voor biest niet heel anders dan voor melk. De variatie in gehaltes en dus in biestkwaliteit valt daarmee niet helemaal te vermijden.

 

Heeft u vragen over het meten of  verbeteren van de biestkwaliteit, neem dan contact met ons op. Wij helpen u graag verder.

Hoe mestafzetkosten verlagen?

Op dit moment zijn de kosten voor mestafzet erg hoog. Is dit te beïnvloeden door een aanpassing van het rantsoen? Om dit uit te leggen staat hieronder een rekenvoorbeeld en enkele adviezen.

Hoger ureum leidt tot hogere stikstof-mestproductie

Ureum is een maat voor de eiwitbenutting door melkkoeien. Wanneer het ureumgehalte hoog is, is er meestal een overmaat van penseiwit en/of een tekort aan pensenergie. De verhouding van pensenergie en penseiwit in een rantsoen wordt uitgedrukt door het kengetal OEB. Het ureumgehalte wordt ook gebruikt om de stikstof-mestproductie te berekenen. Een hoger ureum betekent dat het voereiwit dus niet optimaal benut wordt en de berekende stikstof-mestproductie hoger is.

Welke invloed heeft een lager ureumgehalte op mestafvoer?

Om dit te illustreren, staat hieronder een rekenvoorbeeld:

Voorbeeldbedrijf:

  • 100 melkkoeien
  • 35 pinken
  • 35 kalveren
  • 900.000 kg melk met 21 ureum
  • 60 hectare grond in gebruikt met derogatie

Wanneer dit bedrijf een gemiddeld ureum gehalte van 18 zou realiseren, is de benodigde mestafzet 125 kuub rundveedrijfmest (met 4 kg N/ ton) per jaar lager. Bij een gemiddeld ureumgehalte van 16 zou de benodigde mestafzet ruim 200 kuub drijfmest lager zijn!

Invloed jongveebezetting op mestafzet

Gemiddeld 1 kalf + 1 pink minder aanwezig op het bedrijf scheelt ook 25 kuub mestafzet. Wanneer het lukt om dezelfde melkproductie te realiseren met een ureumgehalte van gemiddeld 16 met 99 koeien, 26 pinken en 26 kalveren, is de benodigde mestafzet ruim 450 kuub lager!! Er is dus vaak een forse besparing op mestafzetkosten te realiseren middels enkele managementaanpassingen.

Wilt u weten wat er mogelijk is op uw bedrijf, vraag uw Fuite adviseur!

Zo beschermt u de kalveren in de winter tegen kou en vocht

De winter is vaak een risicovolle periode voor kalveren. Het is meestal kouder en vochtiger dan tijdens de zomermaanden. De kalveren zijn daardoor gevoeliger voor gezondheidsproblemen.

 

Waar let je op als het koud is?

De comfort-temperatuur van jonge kalveren ligt tussen de 15 en 20 °Celsius. Zodra de temperatuur onder de 10 °C komt, stijgt  de energiebehoefte van het kalf met iedere graad temperatuurdaling met zo’n twee procent. De eerste levensweken haalt het kalf de energie uit de melkvoeding.

 

Wat is een aandachtspunt als het nat is?

Vooral bij een hoge luchtvochtigheid,  zoals tijdens hevige regenval, neemt de infectiedruk in de omgeving toe. Wanneer de lucht vochtiger is, verspreiden virussen en bacteriën zich gemakkelijker via de druppeltjes in de lucht. Kalveren kunnen hierdoor sneller besmet raken.

 

Zeven tips om uw kalveren zonder problemen de winter door te helpen:

  • Gebruik kalverdekjes onder de 10 °C . Zo behouden de kalveren hun energie voor gezondheid en groei i.p.v. zich zelf warm te moeten houden. Het dekje mag op zodra het kalf droog is en mag af als het kalf het dekjes niet meer past (4-5 weken).
  • Zorg voor een goed ingestrooid eenlingboxje. Strooi de onderlaag zo dat u de benen van een liggend kalf niet meer ziet. Op deze manier isoleert het stro.
  • Voorkom dat kalveren nat worden. Houd daarom de eenlingboxjes, maar ook de groepshokken en ligboxen bij de oudere kalveren goed droog.
  • Zorg voor de juiste drinktempratuur bij het verstrekken van melk. Los melkpoeder op tussen de 45-50 °Celsius, zodat het kalf melk drinkt op 42°C.
  • Verhoog bij koud weer eventueel uw concentratie kunstmelk met 10 procent. Bijvoorbeeld van 145 gram naar 160 gram in één liter. Zo voorziet u de kalveren bij een toegenomen energiebehoefte van meer energie.
  • Verstrek ook in de wintermaanden vers schoon drinkwater aan uw kalveren.
  • Begin in de eerste levensweek met het aanbieden van krachtvoer. Kalveren die gewend zijn aan vast voer, zullen eerder meer energie uit vast voer kunnen opnemen.

 

Onze adviseurs denken graag met u mee. Neem meteen contact met ons op.

Succesvol groeien met behulp van de Fuite robot aanpak

Maatschap Oerlemans- Simons is gevestigd in Hoogerheide (Brabant). Het bedrijf bestaat uit melkvee, loonwerk en akkerbouw. De koeien worden gemolken door 3 VMS Classic melkrobots.  Mts Oerlemans – Simons voert sinds enkele jaren van Fuite Veevoeders onder begeleiding van rundvee- en robotspecialist Ruud van den Oever. Sinds het bedrijf van Fuite voert zijn de koeien in een half jaar tijd  met vijftien punten in BSK gestegen, tot een productie van 11.500 kg melk. De familie wilde succesvoller verder groeien. 

 

Tweede melkvee locatie in België

In 2022 is het bedrijf zich gaan oriënteren op een tweede melkvee locatie. De familie heeft er bewust voor gekozen om adviseur Ruud te betrekken bij hun plannen voor een tweede locatie. Het melkveebedrijf is uiteindelijk gevonden in Pelt (België). Vestigen in België was in eerste instantie niet het doel. Uiteindelijk bleek dit wel aantrekkelijk vanwege het ontbreken van de fosfaatwetgeving. Michael Oerlemans (30) is namens de maatschap verantwoordelijk voor de locatie in België. Samen met zijn vader Peter Oerlemans (55), moeder Jolanda (53) en broer Marcel (29) geeft hij leiding aan het bedrijf. Op deze locatie is 60 hectare grond in gebruik. Dit wordt hoofdzakelijk ingezet voor de teelt van snijmais. Na de maisoogst wordt er een mengsel van Italiaans raaigras ingezaaid. Hier wordt in het voorjaar één snede van gemaaid, waarna er weer mais op komt. Daarnaast wordt ook in Pelt een gedeelte voor akkerbouw gebruikt om aan de teeltrotatie te voldoen.

Opstarten in Pelt

Ruud is zowel bij de voorbereiding als de opstart van de tweede locatie uitgebreid betrokken geweest.  “Het is ontzettend leuk om mee te mogen denken en werken bij een stap als dit”, aldus Van den Oever. “Er zijn verschillende opties bekeken. Uiteindelijk is er voor gekozen om een bedrijf te kopen met een nagenoeg nieuwe stal die nog niet volledig afgebouwd was. De stal biedt ruimte aan ongeveer 260 melkkoeien. Ondanks de aanwezigheid van een melkstal, is er voor gekozen om met vier robots te gaan melken.

 

Samenvoegen van diverse koppels koeien

“Op 31 januari 2023 zijn we gestart met robot melken. Er zijn 200 koeien aangekocht, afkomstig uit België en Denemarken” vertelt Michael.  Ruud heeft de opstart begeleid en de instellingen van de Lely’s voor zijn rekening genomen. In eerste instantie hadden we de melktoestemming heel ruim staan om de koeien het melken door een robot snel te leren. Elke koe mocht elke 4 uur komen. De toestemming is daarna geleidelijk terug gezet, om zo de koeien niet in hun ritme te  storen. Op 1 november 2023 zijn er nog eens 80 koeien bijgekomen uit Tsjechië.  De koeien lopen samen in één koppel. De robots zijn zo ingesteld dat de nieuwe koeien toch ook weer een ruimere melktoestemming hebben dan de koeien die al langer op het bedrijf zijn.

 

Goed georganiseerd door korte lijnen

Vanaf 1 november is medewerker Hans Schone begonnen als bedrijfsleider en voor het uitvoeren van het dagelijkse werk. Michael Oerlemans werkt een dag in de week mee op het bedrijf in Pelt.  Alle betrokkenen worden op de hoogte gehouden via een groepsapp, waar bijvoorbeeld ook de veearts in zit. “Op deze manier werken we strategisch samen en proberen we problemen te voorkomen”, legt Michael uit.

 

Automatisering is de kracht

De kracht van de familie Oerlemans zit in het automatiseren van het bedrijf. Zowel in Hoogerheide als in Pelt wordt gemolken met robots. In Hoogerheide staan drie VMS Classics van De Laval en in Pelt vier Lely A5 robots. In Hoogerheide draait daarnaast een automatisch voersysteem. Het plan is om in 2024 ook op de tweede locatie hetzelfde voersysteem  te installeren. Ook werken ze met een automatisch voetbad met automatisch hekwerk, waardoor klauwen behandelen vrijwel vanzelf gaat.  De maatschap heeft zich tot doel gesteld om op termijn  het werk  in de stal  in 40 uur per week rond te kunnen zetten.

 

Rantsoen met extra  weerstand-ondersteuning

Het bedrijf is intensief; ruwvoer wordt aangekocht in de vorm van snijmais. Gras en luzerne worden in eigen beheer geteeld.  Het rantsoen in Pelt bestaat uit 25 kg snijmais, 12,7 kg graskuil, 13 kg perspulp en 0,3 kg Luzerne. In de basis wordt nog 2 kg eiwitmeel per koe gevoerd. Op de robots krijgen de koeien 2 kg eiwitcorrectiebrok en tot 8 kg productiebrok via een plustabel. Omdat er verschillende koppels gemengd zijn en er een compleet nieuwe opstart heeft plaats gevonden willen we de weerstand van de koeien extra ondersteunen. Daarvoor worden maatmineralen met weerstand ondersteunende componenten verstrekt.

 

 

Doelen  stellen naar de toekomst toe

Op dit moment lopen er 220 koeien in Overpelt die samen 2 miljoen liter melk moeten gaan produceren in 2024. Zoals het er nu voor staat moet dat lukken. De koppels zijn aan elkaar gewend en de productie loopt op schema. Voor de komende jaren is het doel om te stijgen in aantal koeien en productie per koe. Zo wil het bedrijf 2,2 miljoen liter afleveren  in 2025 en 2,6 miljoen liter in 2026 met uiteindelijk 240 koeien. Door middel van vergaande automatisering met goede begeleiding is mts. Oerlemans-Simons vol vertrouwen dat dit gaat lukken.

Onzichtbare melkziekte: de grote onbekende!

hittestress koeien tegengaan

Wist u dat veel koeien te maken hebben met “onzichtbare” oftewel subklinische melkziekte? Koeien met subklinische melkziekte liggen dan wel niet aan de grond met koude oren, maar ze lijden wel degelijk aan een te laag calciumgehalte in het bloed.

Wat kunnen de gevolgen van subklinische melkziekte zijn?

  • Aan de nageboorte blijven staan
  • Baarmoederontsteking
  • Verminderde penswerking
  • Verminderde droge stof opname
  • Ketose
  • Uierontsteking bij de verse koeien

 

Breng risicofactoren voor melkziekte op uw bedrijf in kaart

Het begin van het jaar is een mooi moment om terug te kijken op het afgelopen jaar. Kwamen deze gezondheidsproblemen te vaak voor op uw bedrijf?  Breng dan eens samen met uw adviseur de mogelijke risicofactoren voor melkziekte in beeld. Het is goed mogelijk dat de problemen een gevolg zijn van een onderliggend melkziekteprobleem. Subklinische melkziekte kan namelijk tot wel 50% van een koppel treffen. Het aantal gebruikte infusen geeft slechts het topje van de spreekwoordelijke ijsberg weer.

Veehouder Auke ter Braak laat het droogstandsrantsoen in aparte balen persen. Auke merkte dat door een constant smakelijk droogstands rantsoen te voeren problemen als melkziekte en aan de nageboorte blijven staan een stuk minder voorkomen.

 

Onze adviseurs denken graag met u mee. Neem meteen contact met ons op.

Breng pH van uw percelen op peil voor uitrijden drijfmest

Eurofins Agro heeft de pH van zandgrond in kaart gebracht.  Sommige grondsoorten hebben van nature een (te) lage pH . Ook door het toedienen van kunstmest verzuurt de bodem. Een te lage pH kost opbrengst.

 

Verhogen van pH door bekalken kan opbrengst tot wel 20% verhogen

Meer dan 30% van de Nederlandse zandgronden heeft een pH die onder de streefwaarde (pH 5) ligt blijkt uit onderzoek door Eurofins Agro (zie afbeelding 1.)

Bij een optimale pH worden de elementen uit de bodem (fosfaat, stikstof, kali en magnesium) beter opgenomen. Verhogen van de pH van 4,0 naar 5,0 kan de opbrengst met 10 tot 20% verhogen zo bleek uit praktijk proeven. Een te lage pH (lager dan 5) kan nu (tot 14 dagen voor het uitrijden van de drijfmest) nog gecompenseerd worden door te bekalken.

 

Meer opbrengst door optimale pH

Uit praktijk proeven is gebleken dat bij een optimale pH:

  • stikstof, fosfaat, kali en magnesium beter worden opgenomen uit de bodem
  • het gewas zich beter ontwikkelt en wortels meer stikstof opnemen
  • de opbrengst van kg DS, VEM en RE toeneemt
  • er minder stikstof uitspoelt

 

Gebrs. Fuite biedt u een compleet assortiment met de meest gangbare kalksoorten. Vraag onze collega’s van de verkoopbinnendienst voor meer informatie.

Doorzaaien verhoogt opbrengst

Eindejaarboodschap 2023

Geachte relatie,

Aan het einde van 2023 en uitziend naar het nieuwe jaar leeft bij velen, bewust of onbewust de vraag; hoe nu verder? Dit is een vraag waarop een passend antwoord niet eenvoudig  te geven is. Het voorbij gevlogen jaar is verdwenen in het verleden. Herinneringen en gevoelens kunnen het nog in gedachten naar het nu trekken maar overdoen is onmogelijk. We werden van persoonlijk lief en leed op de hoogte gebracht. Was voor de één 2023 een jaar van onpeilbaar verdriet, voor de ander kende het jaar hoogtepunten van vreugde. In dat alles hebben we als Gebrs. Fuite en familie proberen mee te leven en mee te voelen zoveel als in ons vermogen lag.

 

Een veel bewogen jaar, zo mogen we ook 2023 toch wel noemen. Politiek en maatschappelijk gezien heeft het gestormd en nog steeds hangen dreigende buien boven ons land. Hiermee omgaan eist alle aandacht. Toch valt niet te ontkennen dat het belang van een goed georganiseerde voedselvoorziening voorzichtig onderkend wordt. U zult begrijpen dat Gebrs Fuite hierop strategisch gestuurd heeft. Zal de wind dan nu eindelijk uit een andere hoek komen?

Het is van wezenlijk belang om ons niet te laten afleiden van zaken die wel door ons beïnvloed kunnen worden. Praktische vakkennis en innovatieve ontwikkelingen maken het verschil op stal. Want… de stal is de baas! Dat fundamentele principe mogen we nooit loslaten.

 

Hoe nu verder?

Een passend antwoord is niet eenvoudig. In het jaar 1672 hing het voortbestaan van Nederland aan een zijden draad. Een oorlog op meerdere fronten werd gevoerd, een totaal verkeerde inschatting van de Europese verhoudingen was daar de oorzaak van. Er staat over dat rampjaar geschreven: “het land reddeloos de regering radeloos en het volk redeloos”.  En toch, “couragieuse voorsigtigheijt”!

Wat word daar mee bedoeld? De welbekende Michiel de Ruyter, vocht in die tijd op zee met weinig middelen een strijd tegen een grote overmacht waar de toekomst van Holland van afhing. De Ruyter, zijn successen en de wending in de geschiedenis van Holland daardoor, worden tekenend beschreven in een brief aan de prins van Oranje.

Ik citeer uit die brief; “De Ruyter, betoond met kennis en kunde te handelen en bovenal is hij een voorbeeld van couragieuse voorsigtigheijt”. Deze houding, om met kennis en kunde de zaken waar we verantwoordelijk voor zijn moedig voorzichtig te besturen, willen wij u meegeven op weg naar 2024.

Meer dan ooit moeten beslissingen afgezet worden tegen gevolgen op termijn. Deze manier van denken dwingt ook de verschillende generaties om het samen eens te zijn over de te volgen koers. Hiermee raken we weer een kernwaarde van de agrarische wereld, het belang van de familie en de kracht van het gezinsbedrijf. Wees zuinig op deze voorrechten.

 

Nog een laatste boodschap, de aloude maar steeds weer nieuwe woorden van kerst moeten toch genoemd worden. Kerst ten diepste het feest van het Licht en de Vrede. Want een Kind is ons geboren een Zoon is ons gegeven staat er geschreven. Eén van de namen van dat Kind is Vredevorst. In deze boodschap ligt uiteindelijk alles wat nodig is om zaken, die de tijd overschrijden en die er werkelijk toe doen, te overdenken.

Tenslotte, wederzijds respect en vertrouwen zijn fundamenteel voor een zakelijke relatie, en is zeker geen vanzelfsprekendheid. Wij spreken onze dank uit voor het geschonken vertrouwen. Gebrs. Fuite, medewerkers en familie, wensen u en de uwen in alle opzichten gezegende kerstdagen en een voorspoedig 2024 toe.

Koop Fuite

Continuïteit voor een optimale melkproductie

Onlangs organiseerde Gebrs. Fuite een studiedag voor geitenhouders. Tijdens deze bijeenkomst deelde Ruud Vullers zijn visie op hoe continuïteit invloed heeft op de melkproductie. Een geit is anders dan een koe. Maar wat is er anders en waar kunnen we op sturen? Beiden zijn herkauwers, waarbij de pens de belangrijkste van vier magen is. Waar zit het verschil?

In figuur 1 is het onderscheid tussen de verschillende herkauwers al mooi weergegeven. De geit staat centraal, met twee grote verschillen ten opzicht van een rund. Te weten het vreetgedrag en de grootte van de netmaag.

 

 

Andere vertering

De geit vreet vaker en kleinere porties. Ze stuurt in de natuur tussen bladmateriaal en stengel. Wat ook mede haar drang om te selecteren kan verklaren. De netmaag van de geit is veel kleiner in vergelijking met een koe. Hierdoor stroomt het voer sneller door naar de darm. Er is sprake van een hogere passagesnelheid van het voer in de geit. Deze combinatie zorgt ervoor dat de geit daadwerkelijk een andere en snellere vertering heeft. Door de hogere passagesnelheid is de voeropname ook hoger in relatie tot het lichaamsgewicht.  Bij het maken van rantsoenen voor geiten moet rekening worden gehouden met deze verschillen in de vertering ten opzichte van de koe.

Nemen we het totale rantsoen van de geit in ogenschouw vreet ze ongeveer 1 kg droge stof aan ruwvoer en 2 kg droge stof(of meer) aan krachtvoer. Krachtvoer is daarmee het hoofbestanddeel van het rantsoen en de samenstelling hier van is dus van wezenlijk belang.

Een goede melkproductie is het gevolg van een stabiele en optimale vertering van voer. Wisselingen in de samenstelling van het voer, kunnen daarom het beste zo veel mogelijk worden vermeden.

Verschillende grondstoffen hebben verschillende afbouw karakteristieken. Dit betekend dat niet de nutriënten maar de karakteristieken van de grondstoffen de effectiviteit van de vertering bepalen.  Door de hogere passagesnelheid is het van belang om structuurbronnen te voeren om de passage iets te remmen. Echter is de behoefte naar snel verteerbare koolhydraten niet te onderschatten. Als we dit niet doen hebben we het risico dat het voer onverteerd de darm bereikt. Vaak hebben we het over diarree met als oorzaak pensverzuring. Echter als het voer onverteerd in de darm komt, vindt hier (te)veel vertering plaats, wat ook voor diarree kan zorgen, door darmverzuring.

Samengevat: willen we in de vertering de passagesnelheid van het voer wat remmen, en tevens de snel verteerbare energie verhogen om te zorgen dat het voer in de pens verteerd kan worden. Onze geiten specialisten beoordelen graag samen met u de samenstelling van uw ruwvoeders en krachtvoeders. Voor een stabiel en hoogwaardig rantsoen voor uw geiten.

 

 

 

 

 

×

Hallo!

Neem contact op met een medewerker van de binnendienst via WhatsApp of stuur een mail naar: info@fuite.nl

× Hoe kan ik je helpen?