Meer lebmaagverplaatsingen bij koeien tijdens het weideseizoen?

Tijdens het weideseizoen krijgen melkkoeien te maken met wisselende grassamenstellingen en hogere temperaturen. Dit kan leiden tot een minder constante voeropname. Juist daardoor zien we in het weideseizoen vaker gevallen van lebmaagverplaatsing bij koeien.

Wat is een lebmaagverplaatsing?

De lebmaag is de vierde maag van de koe en vergelijkbaar met de menselijke maag. Normaal ligt deze op de buikbodem. Wanneer er gas ophoopt en er ruimte ontstaat in de buik, kan de lebmaag omhoog bewegen langs de buikwand. Deze verplaatsing kan zowel aan de linker- als aan de rechterkant van de koe optreden.

Lebmaagverplaatsing naar links (meest voorkomend):

  • In veel gevallen tussen de één en 3 weken na afkalven
  • Daling in melkproductie
  • Verminderde herkauwactiviteit
  • Dunne, slecht verteerde mest
  • Geen koorts
  • Soms zichtbare opbolling in de linkerflank

 

Lebmaagverplaatsing naar rechts (ernstiger):

  • Grotere kans op draaiing van de maag (torsie)
  • Kan leiden tot een levensbedreigende situatie
  • Koe is vaak ernstig ziek
  • Operatief ingrijpen is noodzakelijk

Sommige bedrijven hebben er nauwelijks last van, terwijl het zich op andere bedrijven regelmatig voordoet. Meerdere gevallen binnen één koppel wijzen vaak op problemen gerelateerd aan het rantsoen en de voeropname tijdens de transitieperiode.

Risicofactoren voor lebmaagverplaatsing bij koeien

Een lebmaagverplaatsing ontstaat vrijwel altijd door onderliggende factoren:

  • Verminderde voeropname → zorgt voor een lege(re) pens en meer ruimte in de buik
  • Snelle veranderingen rond afkalven → zoals ruimte die vrijkomt na geboorte
  • Stofwisselingsziekten, zoals: Melkziekte (calciumtekort)  of Ketose (slepende melkziekte / energietekort)
  • Verminderde penswerking

In de praktijk zien we vaak dat koeien met een lebmaagverplaatsing ook last hebben van ketose.

Lebmaagverplaatsing voorkomen: praktische tips

Preventie begint bij een hoge en stabiele voeropname rond het afkalven. Met de juiste aanpak verklein je het risico aanzienlijk:

  • Zorg voor een smakelijk en uitgebalanceerd droogstandsrantsoen
  • Voorkom transitieziekten zoals melkziekte en ketose
  • Bouw het lactatierantsoen geleidelijk op na afkalven
  • Monitor de voeropname in de eerste lactatiedagen
  • Let extra op risicokoeien, zoals:
    • Tweelingkoeien
    • Kreupele koeien
    • Koeien met melkziekte
    • Koeien na een zware geboorte
  • Grijp vroegtijdig in bij: verminderde pensvulling en minder herkauwen

Snelle actie kan een lebmaagverplaatsing voorkomen. Lebmaagverplaatsing bij koeien komt vaker voor tijdens het weideseizoen door schommelingen in voeropname en rantsoen. Door aandacht te besteden aan voeding, transitiemanagement en vroege signalen, zijn veel problemen te voorkomen. Voorkomen is beter dan genezen – een goede voorbereiding maakt het verschil.