Bufferen in de zomer nodig?

graskuilen jaar 2020

Waarom is bufferen belangrijk?

De melkproductie van onze koeien stijgt steeds iets door. Dit is mogelijk doordat de voeropname en verteerbaarheid van het (ruw)voer steeds hoger wordt. Een hogere verteerbaarheid zorgt voor meer productie van vluchtige vetzuren. Deze vetzuren zorgen voor een daling van de pens pH. Als de pH te diep daalt, kunnen we te maken krijgen met pensverzuring.

Van nature buffert een koe haar pensinhoud door speeksel te produceren. Speeksel bevat natriumbicarbonaat, wat er voor zorgt dat de pens pH minder daalt. Echter bij een hoge zuurproductie of te weinig herkauwactiviteit, kan het zijn dat het speeksel niet meer voldoende buffert en de koe toch in een subklinische pensverzuring komt (SARA). Dit leidt tot dalende voeropname en tegenvallende producties.

Wanneer Bufferen?

Vaak wordt pas gebufferd als de koeien verschijnselen van verzuring laten zien (zoals tegenvallende productie, voeropname ondermaats, wisselende mest). Echter bij de huidige productieniveaus en rantsoenen kan het zinvol zijn structureel buffers in te zetten. Dit om een verzekering in te bouwen voor koeien die gevoeliger voor pensverzuring zijn. Bijvoorbeeld vanwege ruwvoer met een lagere structuurwaarde, hogere krachtvoergiften wegens hoge productie, selectie van krachtvoerachtigen aan het voerhek of kreupelheid van de koe.
Daarnaast mag het effect van hittestress niet onderschat worden. Denken we pas na over hittestress als de liters onder druk komen te staan, dan zijn we te laat. Er is namelijk al sprake van hittestress als de ademfrequentie van de koeien stijgt (boven 20 graden Celsius met een hoge luchtvochtigheid). We zien dat koeien minder gaan liggen (herkauwen) en dat de voeropname daalt. Om de koeien dan te ondersteunen, is het belangrijk extra buffers te voeren.

Hoe Bufferen?

De meest bekende en gebruikte buffer is natriumbicarbonaat, omdat deze ook in het speeksel van de koe voorkomt. Natriumbicarbonaat werkt krachtig, maar kort. De Fuite Buffermix combineert verschillende buffers (met verschillende bronnen aan calcium, natrium en magnesium) zodat de bufferende werking in de pens veel langer aanhoudt (figuur 1). Hierdoor blijven de koeien beter aan het vreten en kunnen ze ook beter met de warmte omgaan. Doordat de buffermix breder en langer werkt, is de dagelijkse dosering veel lager, waardoor het per koe per dag ook goedkoper is.

 

Bespreek met uw Fuite voeradviseur of het in uw situatie wenselijk is om een buffer te gaan voeren.

Voorkom extra mastitis in de zomer

Tijdens de warmere maanden doet zich geregeld een stijging van het tankcelgetal of een toename van het aantal koeien met uierontsteking voor (afbeelding 1). Toch is dit niet standaard op ieder bedrijf zo. Wat kunnen we leren van bedrijven waar de uiergezondheid ook zomers onder controle blijft?

Voorbeeld stijging tankcelgetal gedurende de zomermaanden.  Overgenomen uit Fuiteffect.

 

 

Koegebonden of omgevingsgebonden bacteriën

De infectiedruk houdt het aantal ziekteverwekkers in waar de koe (de uier) mee in aanraking komt. Omgevingsbacteriën zoals S.uberis of E.coli bevinden zich in mest, water, strooisel, grond. De melk van ‘celgetalkoeien’ vormt een andere belangrijke besmettingsbron. Rondom het melken treden de infecties op met de meer koegebonden bacteriën zoals S. aureus.

Voldoende ventilatie in de stal draagt bij aan het voorkomen van te warm of te vochtig diepstrooiselmateriaal.

 

 

De infectiedruk kan in de zomer snel toenemen

Bacteriën houden erg van vocht en warmte. In stallen waar onvoldoende wordt geventileerd, wordt het vrij snel benauwd en vochtig. Te natte diepstrooiselboxen zullen gaan broeien, waardoor het aantal bacteriën zich in een hoog tempo zal vermeerderen. Niet alleen de ligboxen, maar ook de  potstal of afkalfstal kan zo in korte tijd een vervelende bron van bacteriën worden. Een typische celgetalstijging of mastitis-uitbraak kan het gevolg zijn.

Met name op bedrijven die weiden of vers gras voeren, kan ook opspattende mest een reden zijn voor een toename van de infectiedruk tijdens het seizoen. Onderzoek heeft meermaals aangetoond dat hoe vuiler de koeien, des te meer uierontsteking er voorkomt.

Vuile koeien zijn een signaal dat de infectiedruk op het bedrijf te hoog is.

 

 

De weerstand kan zomers onder druk komen te staan

Hittestress verlaagt de weerstand van de koe op verschillende manieren. Ten eerste zijn het de hormonen die vrijkomen bij (hitte)stress die het immuunsysteem ontregelen. Koeien die niet goed kunnen koelen, zullen daarnaast minder voer opnemen. Dit gebeurt uiteraard ook wanneer het voer zelf vanwege de warmte niet fris meer is. Het immuunsysteem heeft naast de nodige vitamines, mineralen en spoorelementen ook voldoende energie en eiwit nodig om te kunnen functioneren. Er kan geen enkel middel op tegen een volle pens en een hoge voeropname. Blijven koeien met hittestress meer staan of hangen in de ligbox om zo hun warmte kwijt te raken? Koeien die te weinig liggen, functioneren minder goed. Ze krijgen eerder last van klauwaandoeningen en herkauwen minder. Zo komt de pens- en darmgezondheid onder druk te staan. Het microbioom in de darm staat ook bij koeien weer in nauw contact met het immuunsysteem.

 

 

Tips om de weerstand en de infectiedruk ook zomers onder controle te houden:

  1. Ventileer! Ook bij de droge koeien en in de afkalfstal.
  2. Houd de ligboxen schoon en droog. Dit begint bij een juiste afstelling van de boxmaten en voldoende vulling van diepstrooiselboxen.
  3. Verwijder natte plekken en mest meerdere keren per dag. Vergeet ook hierbij de droge koeien niet.
  4. Voorkom vuile ligplekken of modderige doorgangen in de wei.
  5. Laat de mestrobot of schuif zo vaak mogelijk hun werk doen. Schone roosters voorkomen verspreiding van mest.
  6. Scheer staarten en (brand) uiers, zodat er zo min mogelijk mest of materiaal aan de koe blijft hangen.
  7. Zorg voor schoon en voldoende beschikbaar drinkwater. Ook buiten.
  8. Vermijd verlies van smakelijkheid van het rantsoen.  Voer vers en voeg eventueel extra middelen toe.
  9. Houdt de pensgezondheid op peil door de koe op tijd te helpen met bufferen.
  10. Denk aan vliegenbestrijding. Vliegen kunnen ook mastitisverwekkers overbrengen en bijvoorbeeld zomerwrang veroorzaken.

 

De ligboxen dienen meerdere keren per dag te worden gecontroleerd op natte plekken en mest om een hoge infectiedruk te voorkomen.

 

 

Fuite Melkvee plan Uiergezondheid

Komt u er met behulp van deze tips toch nog niet helemaal uit? Speciaal voor onze melkveehouders heeft Gebrs Fuite het Fuite Melkvee Plan Uiergezondheid ontwikkeld. Na het invullen van een digitaal vragenformulier en een bedrijfsbezoek door onze dierenarts, ontvangt u een uitgebreide uiergezondheid-analyse van uw eigen bedrijf. Gezamenlijk kan zo worden bepaald welke maatregelen het meest effectief zijn om de uiergezondheid op uw bedrijf te verbeteren.

Neem hier contact op voor meer informatie.

 

Waarom zijn de eerste dagen na het spenen zo belangrijk?

Een goede start van de voeropname na het spenen, met prestarter en smakelijke voeders, is cruciaal om de gezondheid en prestaties van biggen te optimaliseren.

 

Zolang we varkens houden, houden we ons bezig met de aanpassing van de big. Van een situatie met veel zeugenmelk, naar een situatie met 100% mengvoer na het spenen. De gastro-intestinale gevolgen (misselijkheid, waterige diarree en buikpijn) van het spenen zijn bekend en er zijn verschillende voedings- en managementstrategieën ontwikkeld om deze fase te verbeteren.

Onderzoeker Eric Bruininx  stelde in 2001 al vast dat op dag drie na het spenen 10% van de biggen nog geen voer had opgenomen. Uit andere onderzoeken blijkt dat 30% van de biggen in de eerste dagen na spenen minder dan de helft van hun onderhoudsbehoefte eet.
De uitdaging is dan ook om biggen direct na het spenen aan het eten te krijgen.

Een big van 7 kg heeft om niet af te vallen al minimaal 240 gram speenvoer per dag nodig. Dan komen de volgende vragen naar voren:

  • Wat is de minimale voeropname om het darmepitheel / de darmvlokken in takt te houden?
  • Kunnen we biggen die direct na spenen een te lage voeropname hebben helpen?

Als de minimale voeropname om de darmvlokken in takt te houden niet gehaald wordt zullen de darmen niet in staat zijn om de darmvilli op lengte te houden. Gevolg is dan dat er een slechtere darmgezondheid ontstaat en er ontstekingen gaan optreden. Onder normale omstandigheden worden de cellen van de darmwand, inclusief de cellen van de villi, iedere 3 tot 5 dagen vervangen door nieuwe. Dit snelle vervangingsproces is essentieel omdat de darmwand voortdurend wordt blootgesteld aan mechanische slijtage door voedsel en enzymen.
Komt dit proces, door te lage voeropname in de knel, dan worden de darmvilli korter, met als gevolg dat er minder water en voedingsstoffen uit de darm worden opgenomen en slijmlaag in de darm (te) dun wordt. Gevolg hiervan is dat doorlaatbaarheid van de darm hoog wordt en ongewenste bacteriën vanuit de darm in de bloedbaan kunnen komen.
De minimale voeropname om darmepitheel / de darmvlokken in takt te houden is voor het individuele big:  15-18 gram / kg lichaamsgewicht.

Wat zijn de mogelijkheden om big direct na spenen voldoende voer te laten opnemen?
1) Loop alle stappen van ons 5 stappenplan na of vraag hulp aan onze buitendienst.
(https://fuite.nl/het-5-stappenplan-naar-een-succesvolle-biggenopfok/ )
De basis voor een goede voeropname na het spenen ligt in het leren eten in de kraamperiode.
2) Maak het de biggen makkelijk in de eerste dagen na het spenen. Biggen zijn bij de zeug gewend
geweest aan gezamenlijk eten en drinken dus zet dit voort na het spenen. Voer, meerdere keren
per dag, extra bij in ronde voerbakken waar de biggen gezamenlijk kunnen eten of voer op de
dichte vloer.
3) Maak gebruik van Pigger Muesli of Varkens Muesli van Gebrs. Fuite. De verschillende
deeltjesgrootte van de grondstoffen in Pigger Muesli of Varkens Muesli stimuleren de big tot
extra opname.
4) Kijk kritisch vanaf moment van spenen naar biggen die onvoldoende gevuld staan en stimuleer
deze biggen tot voeropname. Leg deze biggen eventueel apart en verstrek deze Pigger Cream om
weer voldoende voedingsstoffen in de big te krijgen.

Waarom zijn de eerste dagen na het spenen zo belangrijk?

Hier wordt de basis gelegd voor een probleemloze opfok en een topprestatie als vleesvarken.

Wilt u meer weten?

Neem contact op met Gebrs. Fuite

 

“In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst!”

Hoewel deze uitspraak vaak wordt gehoord, blijkt in de praktijk dat er nog regelmatig beslissingen worden genomen op basis van resultaten van dieren die al geruime tijd geleden zijn geleverd. Bij Gebrs. Fuite Veevoeders kiezen we steeds vaker voor een andere aanpak: monitoring per afdeling of koppel, daar waar dit mogelijk is.

 

Deze manier van werken biedt enorm veel inzicht. Door te sturen op basis van actuele gegevens – zoals groei, voederconversie, classificatie en uitval – kunnen we snel en doelgericht bijsturen. Deze cijfers zijn direct gekoppeld aan de geleverde dieren, waardoor we werken met feitelijke prestaties in plaats van aannames.

 

Samen met de varkenshouder stellen we realistische doelstellingen op, afgestemd op het bedrijf, de genetica en het voerpakket. Deze doelen worden ingevoerd in ons vleesvarkensprogramma, wat resulteert in een heldere hokkaart. Deze kaart geeft per dag inzicht in de gewenste ontwikkeling van de dieren. Daarnaast worden er afdelingskaarten op maat gemaakt voor elk koppel of afdeling. Zo zijn voerschakelingen, gewichtsontwikkeling en het ideale aflevermoment vanaf de opleg al inzichtelijk.

 

Na afloop van elke ronde evalueren we samen met de klant de resultaten. Op basis hiervan kunnen we bijsturen voor de volgende koppel of zelfs de lat hoger leggen. Zo blijven we continu verbeteren – met actuele cijfers, heldere doelen en tastbare resultaten.

 

En daarom vinden wij bij Gebrs. Fuite: “In het verleden behaalde resultaten bieden zekerheid voor de toekomst!”

 

 

Meer weten over onze aanpak?

Neem contact op met uw specialist van Fuite Veevoeders.

 

“Wat mij bij Fuite direct opviel, was de open en vertrouwde sfeer.” – Ken Wijenberg, verkoopadviseur varkens

“Sinds 1 januari 2024 ben ik werkzaam bij Fuite als adviseur varkenshouderij. Daarvoor heb ik vijf jaar ervaring opgedaan bij een ander mengvoerbedrijf. Binnen mijn huidige rol ondersteun ik klanten in én buiten de stal. Samen werken we aan het behalen van mooie doelen en sterke technische en economische resultaten.

 

Wat mij bij Fuite direct opviel, was de open en vertrouwde sfeer. Tijdens mijn eerste dag kreeg ik een rondleiding door het bedrijf in Genemuiden. Je merkt meteen hoe familiair het bedrijf is ingericht en hoeveel passie er bij de medewerkers leeft. Die betrokkenheid zie je niet alleen intern, maar vooral ook richting de klant.

Het mooie aan Fuite is dat innovatie er écht leeft. Iedereen binnen de Fuite Groep denkt mee en wil vooruit. Die gezamenlijke drive zorgt ervoor dat we continu kunnen blijven verbeteren. Door hoge eisen te stellen aan het voer, kunnen we goed voorspellen wat de resultaten in de stal zullen zijn. Dat geeft mij en de klant houvast en vertrouwen.

Daarnaast staat Fuite voor professionele eenvoud: vaste samenstellingen, korte lijnen en oplossingen die werken in de praktijk. Dat past bij mij én bij de manier waarop ik samen met klanten naar de toekomst wil kijken.

Wat ik belangrijk vind, is dat klanten merken dat het hele bedrijf achter hen staat. Of je nu in Genemuiden op kantoor bent of contact hebt met collega’s van de planning of binnendienst: je proeft aan alles dat we ons volledig inzetten om de klant optimaal te ondersteunen – met goede service én goede resultaten.”

 

Maisvlokken de perfecte aanvulling naast vers gras

In De Beemster houdt de familie Kooij 170 melkkoeien met 110 stuks jongvee. De melk wordt verwerkt door Cono Kaasmakers tot echte Beemsterkaas. Het bedrijf voldoet aan de eco-regeling en de koeien weiden jaarlijks dan ook 1500 uur. Daarnaast wordt er vers gras op stal gevoerd. Arjan Kooij heeft een duidelijke visie en legt uit waarom juist de maisvlokken van Gebrs Fuite zo goed passen bij zijn bedrijfsstrategie.

 

In De Beemster houdt de familie Kooij 170 melkkoeien met 110 stuks jongvee.

 

Melken in De Beemster

Arjan (54) heeft de dagelijkse leiding op het bedrijf en verdeeld de taken met zijn zoon Idse (17). Ooit begonnen als vrachtwagenchauffeur, heeft Arjan dertien jaar lang een eigen vrachtwagen gehad en was daarmee veel van huis. Zijn ouders hadden een pachtbedrijf met ruim 30 koeien. Zo’n dertig jaar geleden kreeg de familie de kans om het bedrijf te verplaatsen en meer grond te kopen. Op deze locatie is een stal gebouwd voor zestig koeien. Goed voor een jaarproductie van toen 500.000 kilogram melk. Door de jaren heen is het bedrijf gegroeid tot de huidige omvang. In 2024 is er 1.4 miljoen liter melk afgeleverd met mooie gehaltes van 4.64% vet, 3.81% eiwit en een ureum van 18.

 

Luzerne voor de droge koeien

Het bedrijf heeft ruim 100 hectare grasland in gebruik. Acht hectare wordt verhuurd voor de teelt van knoflook. Daarnaast wordt er luzerne, snijmais en voederbieten verbouwd. De zeeklei maakt dat alle grond geschikt is voor akkerbouw. De luzerne wordt in balen aan de droge koeien gevoerd. “Luzerne is veel constanter dan gras qua samenstelling en komt beter uit met de kali-gehaltes”, zo licht Arjan toe.

Naast flink wat uren weidegang, wordt het gras voor een groot deel via stalvoedering verstrekt met behulp van een zerograzer

 

Veel vers gras in de koe

Naast flink wat uren weidegang, wordt het gras voor een groot deel via stalvoedering verstrekt. Ook wel ‘groen-voeren’ zoals ze in het Noord-Hollandse zeggen. De koeien worden twee keer daags gemolken en krijgen in de melkstal op de top een mengsel van acht kilogram brok gemengd met maisvlokken. Via de krachtvoerautomaat wordt daarnaast nog een mengsel van gerst- en maisvlokken gevoerd in aanvulling op het basisrantsoen. Van het vroege voorjaar tot laat in de herfst bestaat het rantsoen op stal uit enkele kilo’s snijmais aangevuld met zo veel mogelijk vers gras. Vanaf september tot februari komen daar ook voederbieten bij.

Vanaf september start Kooij ook met het bijvoeren van de voederbieten die in 3 fases gerooid worden.
Via de krachtvoerautomaat wordt nog een mengsel van gerst- en maisvlokken gevoerd in aanvulling op het basisrantsoen.

 

Hoge eiwit-efficiëntie en laag ureum

Kooij mengt de brok tot vijftig procent met maisvlokken. “Ik heb gezocht naar een product dat onbestendig is en energie geeft op pensniveau, dat heb ik gevonden in de vorm van maisvlokken”, vertelt hij.  “Maisvlokken blijven in tegenstelling tot maismeel drijven in de pens,” vult Jillis Slingerland aan, melkveespecialist bij Gebrs Fuite. Veel krachtvoeders komen geheel of gedeeltelijk pas op darmniveau beschikbaar. Door de vlokvorm blijft deze langer in de pens en gaat de fermentatie geleidelijk. De energie komt dus volledig maar ook rustig in de pens beschikbaar. Precies daar waar je het hebben wilt om het eiwit uit het gras optimaal te benutten.  “Een gemiddeld ureum van 18 naast het hoge melkeiwit laten zien dat er sprake is van een goede eiwitefficiëntie en een gezonde pensfunctie. De mest is het hele jaar mooi en de vertering goed. Ik kan het ureum zo goed sturen”, vertelt Arjan tevreden.

Het rantsoen wordt aangevuld met extra mineralen vanwege de beperkte hoeveelheid brok.

 

Vers gras voeren staat centraal

De bedrijfsvoering is volledig ingericht op het voeren van vers gras. Zodoende zijn ook de andere werkzaamheden daar op zijn aangepast. Het bedrijf heeft zelf een mesttank gekocht met hoge capaciteit en een laag eigen gewicht. Het hele jaar door is het mogelijk om achter het stalvoeren aan te bemesten.

De tank heeft een brede bemester, met veel kouters, zodat de mest breed weggelegd wordt. De kunststof tank geeft een licht eigen gewicht, waardoor de combinatie met 15 kuub mest nog goed bruikbaar is op het land.

 

Eenvoudig zelf sturen

De veehouder wil nog wat aanpassingen doen om zelf de dosering maisvlokken te kunnen regelen. Het plan is om bij de melkstal twee nieuwe silo’s te plaatsen. Eén silo voor brok en één silo voor maisvlokken, die uitmonden in een menger waar de hoeveelheid vlokken kan worden aangepast. “Het verstrekken van de vlokken in de melkstal bevalt erg goed. Er kan zonder problemen een aantal kilo’s in één keer worden verstrekt. Na het melken is de bak leeg; de vlokken worden goed gevreten. Het is verder ook gewoon mooi om te kunnen zien wat je voert”, zo besluit Kooij.

De Beemsterkaas is ook te vinden in de boerderijwinkel op het erf.

 

Voor meer informatie over het voeren of bestellen van maisvlokken kunt hier contact opnemen.

 

 

 

Hittestress tijdens de droogstand effect op het ongeboren kalf

HOeveel biest voor een pasgeboren kalf?

Wist u dat een koe minder melk produceert gedurende de eerste twee lactaties, wanneer de moeder hittestress heeft ervaren tijdens de dracht van deze koe?

  

Niet met zwangerschapsverlof

Droogstaande koeien zijn niet in productie, maar bereiden zich hier wel op voor. Ook dragen ze de kalveren die de toekomstige producenten zijn van het bedrijf. Uit onderzoek blijkt dat de gevolgen van hittestress in de droogstand niet alleen in de weken erna, maar zelfs jaren later nog aanwezig kunnen zijn. Met name wanneer de droogstaande koeien in een aparte stal worden gehuisvest, zien we onderweg nog kansen om deze groep koeien beter te beschermen tegen de gevolgen van hittestress.

 

Melkproductie van dochters en kleindochters lager

Onderzoekers hebben twee groepen koeien met elkaar vergeleken. De ene groep droge koeien werd goed gekoeld tijdens een periode van hittestress en de andere groep niet. Vervolgens werden de dochters én kleindochters van deze koeien gevolgd.

De dochters van koeien met hittestress tijdens de droogstand, gaven de eerste twee lactaties minder melk vergeleken met dochters van gekoelde koeien. Het verschil liep op tot wel 2,2 liter melk per koe per dag (figuur 1). Ook leefden de dochters van koeien met hittestress gemiddeld een jaar korter.

Zelfs bij de kleindochters was het effect nog steeds zichtbaar. Tijdens de eerste lactatie waren deze dieren een stuk minder persistent en gaven ze 1,3 kg melk per dag minder vergeleken met kleindochters van de gekoelde koeien zonder hittestress.

Figuur 1. Melkproductie tijdens de eerste lactatie van dochters van droge koeien die tijdens hittestress wel- of niet gekoeld werden. Bron: Laporta et al., 2020

 

Productie en gezondheid in het geding

 Naast dit effect van hittestress op het ongeboren kalf, zijn ook op de kortere termijn gevolgen voor koe en kalf zichtbaar, wanneer er sprake is geweest van hittestress tijdens de droogstand:

 

  • Koeien die lijden aan hittestress vreten minder. Verminderde voeropname tijdens de droogstand is de voorbode voor problemen rondom afkalven en tijdens de eerste weken van de lactatie.
  • Hittestress vergroot het risico op te vroeg afkalven. Met als gevolg dat het uier nog niet zo ver is en er kan een minder vitaal kalf worden geboren.
  • Verminderde voeropname tijdens de droogstand, eventueel in combinatie met te vroeg afkalven zal leiden tot het niet behalen van de beoogde piekproductie en dus verlies van veel melk gedurende de hele lactatie.
  • Daarnaast ziet men vaak een afname van de biestkwaliteit. Het risico op het ontstaan van kalverdiarree neemt in dat geval flink toe.

 

Voorkom (de gevolgen van) hittestress

  1. Houdt minimaal één lig- en vreetplaats per koe aan. Het liefst met een uitloop naar buiten voor voldoende beweegruimte.
  2. Zorg voor een schone, goed bereikbare watervoorziening
  3. Installeer ventilatie- en of andere verkoelingssystemen juist ook ter hoogte van de droge koeien en de afkalfstal.
  4. Mest strohokken of potstallen vaker uit in de zomer.
  5. Houdt de voeropname op peil met een smakelijk en iedere dag vers gevoerd rantsoen.

 

Verhoog zo de voeropname en de productie

De eerste snede is grotendeels weg en de verwachtingen zijn hoog. De zomersnedes zijn echter vaak minder makkelijk te verteren en daardoor is er vaak ook moelijker van te melken. Hoe kunnen we hier op inspelen?

Stengelvorming en NDF

Richting de langste dag van het jaar wil gras zich vermeerderen, en schiet daarmee in de aar. Hierbij wordt stengel gevormd die veel NDF bevat en daarmee ook slechter verteerbaar is. Tijdens droogte, of bij zware snedes zien we ook weer meer stengel, dus meer NDF en dus een minder makkelijk verteerbaar product. Lees hieronder onze tip om ook deze snedes zo optimaal mogelijk om te zetten in liters melk.

 

Heeft deeltjeslengte invloed?
In een groot onderzoek is de drogestofopname gemeten bij verschillende graslengtes. Uit dit onderzoek bleek dat de deeltjeslengte enorm van invloed is op de drogestofopname van melkkoeien. De verschillende rantsoenen in dit onderzoek zagen er als volgt uit:

  1. 100% graskuil lang
  2. 100% graskuil kort
  3. 60% graskuil lang : 40% maiskuil
  4. 60% graskuil kort : 40% maiskuil

Van rantsoen 3 en 4 met mais, namen de koeien 3.2 kg drogestof meer voer op dan bij rantsoen 1 en 2 met enkel gras. Maar ook van het korte gras in rantsoen 2 namen de koeien 0.9 kg drogestof meer op in vergelijking tot het lange gras in rantsoen 1. Dit  verschil in opname resulteerde in  2.4 kg meer melk voor de koeien met de hogere voeropname.  Kortom: een hogere voeropname, meer melk!

 

Is het wel gezond voeren met fijner voer?
Vaak wordt gezegd dat de koeien deeltjeslengte nodig hebben om te herkauwen en de pens pH op peil te houden. Ook hier is in dit onderzoek naar gekeken. Het meer vreten heeft geen invloed op de pens pH. Uit de studie blijkt dat bij kortere deeltjes de totale eettijd, als ook de eettijd per kg droge stof fors daalt. Hierdoor ziet men ook dat koeien meer tijd hebben om te herkauwen (tabel 1). Deze stijging in opname als ook in herkauwtijd kunnen verklaren waarom de productie stijgt, met behoud van gehaltes en gezonde koeien.

Tabel 1: Deze waardes zijn overgenomen uit het onderzoek van Tayyab et al. 2019 bron: Animal, vol. 13:3, pages 524-532.

 

Het effect van de deeltjeslengte op de voeropname wordt groter naarmate het grasaandeel in het rantsoen toeneemt. Dit is onder andere te verklaren door het hogere aandeel NDF in grasrantsoenen, ten opzichte van rantsoenen met mais.

Hoe kunnen we dit gebruiken in de praktijk?

Hoe grover de kuil, des te moeilijker verteerbaar en hoe lager de opname. In rantsoenen met een flink aandeel gras kan dit effect op de productie erg groot zijn.

In de volgende situaties is het raadzaam om de deeltjeslengte van het gras te verkorten:

  • Wanneer het grasbestand in de aar begint te schieten
  • Het een zwaardere snede is
  • Het grasaandeel in het rantsoen hoog is
  • Een productiestijging gewenst is

Indien u vragen heeft vraag gerust onze melkvee adviseurs

 

Voldoende melk is de basis voor later

De melkperiode van het kalf is een zeer belangrijke ontwikkelingsfase in het leven van de koe. Gedurende de eerste levensweken wordt de basis gelegd voor zowel de immuunontwikkeling (“weerstand”) als ook het productieve potentieel later. Waar de afgelopen dertig jaar de focus vooral heeft gelegen op pensontwikkeling, het voorkomen van kalversterfte en tijdig kunnen spenen, zien we een verschuiving plaatsvinden naar later spenen en maximaal melk voeren. Een hogere groei als kalf leidt tot een hogere productie als vaars. Het voerniveau vóór spenen is daarnaast direct van invloed op de gezondheid en de prestaties direct na spenen. Hoe dat zit, leest u hier.

 

Goed voeren

Kalveren zijn beter bestand tegen een luchtweginfectie na het spenen, wanneer ze voldoende melk hebben gekregen tijdens de melkperiode. In de onderstaande tabel zijn de belangrijkste resultaten van een onderzoek waar dat wordt aangetoond samengevat. Er zijn twee groepen gelijkwaardige Holstein kalveren op twee verschillende niveaus gevoerd. De kalveren zijn van dag 54 tot dag 70 geleidelijk gespeend. Op dag 81 zijn ze vervolgens geïnfecteerd met het IBR-virus, waarna ze drie dagen later daar een Mannheimia heamolytica infectie bij kregen. (In de praktijk zien we vaak dat virale luchtweginfecties worden gevolgd door een secundaire bacteriële infectie.)

 Tabel 1. Vergelijking tussen luchtweginfecties bij kalveren na het spenen, na verschillende voerniveau ’s in de melkperiode. Een samenvatting van de uitkomsten uit het onderzoek van Sharon et al 2019.

 

Meer melk, minder uitval

De kalveren die onvoldoende melk gevoerd hadden gekregen, lieten een duidelijk andere immuunreactie zien. Ook stierven er vier van de vijftien kalveren uit de groep van weinig melk ten gevolge van de luchtweginfectie, terwijl er in de andere groep geen kalveren stierven of geëuthanaseerd hoefden te worden. (tabel 1)

 

Verminderd effect van vaccinaties

Ook werd gezien dat het effect van vaccinatie bij de voldoende gevoerde kalveren beter was dan bij kalveren die op een lager niveau waren gevoerd. De hoeveelheid antistoffen in het bloed was bij de eerste groep hoger.

Het is nog niet helemaal duidelijk waar het verschil in immuniteit precies door wordt veroorzaakt. Mogelijk dat een verschillende omvang en ontwikkeling van belangrijke organen zoals de lever en de thymus hier mee te maken heeft.

 

Een melkdrinker is nog geen herkauwer

Gezonde kalveren die goed groeien doen het dus niet alleen op dat moment, maar ook later beter. Investeren in de relatief korte melkperiode kan een hoop werk en uitval voorkomen. Zoals ook uit het hierboven aangehaalde onderzoek blijkt (tabel 1), verteren en groeien jonge kalveren efficiënter door het verteren van energie en eiwit uit melk. Dit is logisch en komt doordat het verteringsstelsel dat van een melkdrinker is en nog niet van een herkauwer. Voldoende en  lang genoeg melk voeren van goede kwaliteit wordt daarom ook op steeds meer bedrijven geadviseerd en gedaan. Als vuistregel kan 1 kilo poeder per dier per dag worden aangehouden. Vast voer aanbieden tijdens de melkperiode is daarnaast zeker goed om te doen. Echter de opname hier van is laag en kan niet worden meegerekend als vervanging van energie uit melk.

 

Is meer dan altijd beter?

Veel problemen bij kalveren zijn terug te herleiden naar een te laag voerniveau vanaf de geboorte. Echter is overvoeren ook mogelijk en ook niet zonder gevolgen. Een te hoge concentratie melkpoeder bijvoorbeeld, kan leiden tot verteringsproblemen waardoor de voeropname en gezondheid in het geding komen. De eigenschappen van het melkpoeder en de combinatie met het voersysteem bepalen per situatie waar het optimum ligt.

Onze kalverspecialisten denken graag met u mee. Gebrs Fuite heeft verschillende melkpoeders ontwikkeld, om aan te sluiten bij de verschillende voersystemen en wensen van u als veehouder. Onze jongveespecialisten houden zich dagelijks bezig met het ijken van drinkautomaten, maar kunnen ook eens meekijken wanneer de melk wordt aanmaakt. Weet u de hoeveelheid melkpoeder die u dagelijks aan uw kalveren voert? Klik hier voor het maken van een afspraak.

Dochteronderneming Liprovit: de jongdier innovator

 

In de komende nieuwsbrieven stellen we graag verschillende bedrijven binnen de Fuite groep aan u voor. We beginnen met Liprovit, waar Stefan Arends ons een kijkje geeft in dit mooie bedrijf.

 

Liprovit is een bedrijf binnen de Fuite groep dat gespecialiseerd is in de productie van hoogwaardige melkproducten voor jonge dieren. De hoogwaardige apparatuur en innovatieve ideeën maken dat we unieke producten in de markt kunnen zetten.

Liprovit brengt drie productlijnen naar de agrarische markt, te weten:
– Pigger (melk en melkproducten voor biggen)
– Prominend (het totale kalvervoedingsportfolio)
– Liprospray (gesproeidroogde melk en melkproducten t.b.v. productie van hoogwaardige
kalvermelkpoeders en biggenvoeders).

Naast producten voor de agrarische markt (Feed) worden er ook producten gemaakt voor de humane voeding (Food). U kunt grondstoffen en producten gemaakt door Liprovit tegenkomen in onder andere sportvoeding, melk en creamers in koffieautomaten, ijsjes etc.

De fabriek in Kampen produceert sinds 2012 vloeibare kalvermelkvoeders, sinds 2016 de UHT Pigger Cream en Prominend Elite. Sinds 2020 is de droogtoren in gebruik voor de productie van de wei-vetkern van de poeders voor diervoeding, en sinds 2022 ook voor de productie van kernen voor humane consumptie.

 

Wat zijn de belangrijkste grondstoffen die naar Liprovit komen?
We verwerken zeer veel reststromen uit de zuivelindustrie te weten: Zoete wei, ontzoute wei, ontsuikerde wei, wei-eiwit concentraat, wei permeaat, mager melk concentraat, karnemelk en diverse plantaardige oliën.

 

Liprovit verwerkt zoete wei. Is het daarmee een directe concurrent van onze varkenshouderij?
Zeker niet! De wei die naar Liprovit komt is de eerste wei die beschikbaar komt bij het maken van kaas. Dit is de wei die ontstaat bij het eruit halen van de wrongel.
De wei die normaliter in de varkenshouderij verwerkt wordt is de perswei. Dit is de wei die vrij komt bij het samenpersen van de wrongel in de kaasvorm. Deze bevat normaal 4% droge stof terwijl de wei die als grondstof naar Liprovit komt, rond de 30% ligt. Dat is een fors meer (7,5x) geconcentreerder product.

 

In welke producten voor landbouwhuisdieren zijn producten van Liprovit verwerkt en welke worden bij Liprovit gemaakt?
Diervoeding breed worden er diverse Liprovit producten verwerkt in kalveren-, varkens- en lammerenvoeding.
Pigger Cream (vloeibare biggenmelk) en Fermentmix worden op de Liprovit productielocatie geproduceerd. Pigger Cream wordt, met succes, in Nederland gebruikt door diverse zeugenhouders en wordt eveneens in diverse verpakkingseenheden geleverd in alle werelddelen aan varkenshouders. Fermentmix wordt uitgeleverd aan de mengvoerfabriek van Gebrs Fuite.
De vet/eiwit kern vanuit de droogtoren is belangrijke grondstof voor biggenmelk, prestarters en Topheat.

 

Kun je ons iets meer vertellen over het productieproces van de verschillende producten?
Pigger Cream is een mengsel van Wei, Wei-Eiwit concentraat, plantaardige olie, emulgatoren en bindmiddelen. Na homogenisatie is de melk stabiel en wordt vervolgens door middel van UHT behandeling (4 seconden op 140C) steriel gemaakt. Door het op deze manier te maken zorgen we ervoor dat de smaak, aroma en voedingswaarde optimaal blijft. Pigger Cream is dus steriel en heeft een houdbaarheid van ongeveer 1 jaar.

Fermentmix wordt gemaakt door de beste zuivelgrondstoffen eerst te pasteuriseren om de mogelijke schadelijke bacteriën af te doden, en er vervolgens melkzuurbacteriën aan toe te voegen. Daarna volgt een gecontroleerde fermentatie, vergelijkbaar met de productie van Yakult of yoghurt. In de fabriek kunnen we dit uitermate nauwkeurig en hebben altijd een eindcontrole voor uitlevering naar de mengvoerfabriek van Gebrs. Fuite. Dit zorgt er voor dat wij altijd de goede bacteriën op de brok hebben.

Het maken van een vet/eiwit kern houdt in dat zuivel wordt ingedikt, om energie te besparen, en er vetten/oliën worden toegevoegd. Het geheel wordt gehomogeniseerd en gepasteuriseerd, daarna wordt het onder hoge druk verneveld en gedroogd in de sproeidroger. De manier hoe wij het proces beheersen zorgt er voor dat wij altijd het zelfde product leveren zomer en winter, dag en nacht. Dankzij dit proces voldoet ons product aan de hoge kwaliteitsnormen van onze eindgebruikers en wordt het gebruikt in de meest luxueuze poeders.

 

Welke plek heeft Liprovit in de keten?
De zuivelindustrie is steeds beter in het gebruiken van de, zo genoemde, zijstromen die vrijkomen in hun productieprocessen. Kijk naar de wei vroeger ging dit in de sloot, later ging dit naar de varkens en nu worden er allemaal mooie producten van gemaakt voor diervoeder maar ook sport voeding en zelfs kindervoeding. Maar daardoor ontstaan wel weer nieuwe reststromen die steeds moeilijker zijn om te verwerken en daardoor bij de vergisting eindigen. Wij zijn partner voor de industrie om dit soort restromen te gebruiken en weer in te zetten voor de diervoeding maar ook de humane voeding.

 

Wat is de belangrijkste uitdaging?
De belangrijkste uitdaging is het zo efficiënt mogelijk omgaan met energie en grondstoffen.

 

Wat maakt de samenwerking binnen de familie van bedrijven zo uniek?
Binnen de familie zijn er zeer korte lijnen en is er een gezamenlijke passie tot verbeteren.
We hebben alles in eigen hand: korte lijnen en een strak en gecontroleerd productieproces in Kampen. Door ons eigen laboratorium en de korte afstand tussen Kampen en Genemuiden kunnen we zowel snel en efficiënt kwaliteitscontroles uitvoeren als processen effectief realiseren.

 

Kunnen we binnenkort nog innovaties vanuit Liprovit verwachten voor de varkenshouderij?
Op dit moment loopt er een veelbelovend project. De eerste resultaten zijn dusdanig dat er binnenkort weer een mooie noviteit gaat komen.