Een succesvolle snijmaisoogst begint met het juiste oogstmoment en eindigt pas wanneer de kuil goed is afgesloten. Door aandacht te besteden aan de afrijping, korrelverwerking, verdichting en conservering haalt u meer rendement uit uw maïs en voorkomt u onnodige verliezen door broei en schimmels. In dit artikel zetten we de belangrijkste aandachtspunten voor de maisoogst en het inkuilen op een rij.
Bepaal het juiste oogstmoment
Het oogstmoment heeft grote invloed op zowel de opbrengst als de voederwaarde van snijmaïs. Een gezonde maïsplant slaat tijdens de afrijping nog ongeveer 3% zetmeel per week op in de kolf. Te vroeg oogsten kost dus zetmeel, terwijl te laat oogsten het inkuilen lastiger maakt. Streef naar een drogestofpercentage van 33 tot 38% van de gehele plant. Bij dit percentage zijn de korrels goed gevuld met zetmeel en is de restplant voldoende droog voor een goede conservering.
Zo beoordeelt u de rijpheid
Pluk op meerdere plaatsen in het perceel enkele kolven:
- Breek enkele kolven open.
- Snijd een aantal korrels doormidden.
- Beoordeel de melklijn (zie afbeelding hieronder). Dit geeft een goede indicatie van het drogestof percentage.

Deegrijp (±50% DS korrel)
De korrel is donkergeel en nog vochtig aan de spilzijde. Over ongeveer een week is het ideale oogstmoment bereikt.
Hard deegrijp (±55% DS korrel)
De korrel is stevig, donkergeel en de melklijn is verdwenen. Dit is het ideale oogstmoment voor snijmaïs.
Volledig rijp (±60% DS korrel)
De korrel is hard, glazig en het zwarte puntje (black layer) is zichtbaar. Dit stadium is geschikt voor MKS en CCM.
Controleer daarnaast of de bladeren onder de kolf en de schutbladeren grotendeels zijn opgedroogd. Een gezond gewas is boven de kolf vaak nog groen.
Zorg voor een goede korrelkneuzing
Niet alleen het oogstmoment bepaalt de benutting van zetmeel. Ook de korrelverkleining is essentieel. Slecht gekneusde korrels verlaten de koe onverteerd, waardoor waardevol zetmeel verloren gaat. Controleer daarom tijdens het hakselen regelmatig de korrelgrootte en stel de korrelkneuzer indien nodig bij of stem dit af met de loonwerker. Vooral Flint-rassen vragen vaak om een intensievere kneuzing dan Dent-rassen.
Goed aanrijden voorkomt broei
Een goede verdichting is één van de belangrijkste voorwaarden voor een stabiele maïskuil. Zeker bij drogere maïs blijft gemakkelijk lucht tussen de gehakselde delen aanwezig. Zuurstof vergroot de kans op broei en schimmelvorming.
Let daarom op de volgende punten:
- verdeel de maïs in dunne lagen over de volledige kuillengte;
- neem voldoende tijd voor het aanrijden, over de volledige lengte van de kuil;
- gebruik voldoende zware machines;
- houd de banden schoon om vervuiling met grond te voorkomen.
Sluit de kuil snel en luchtdicht af
Na het inkuilen is snelheid belangrijk. Hoe sneller de kuil luchtdicht wordt afgesloten, hoe minder conserveringsverliezen optreden.
Voor een goed resultaat:
- gebruik schoon en nieuw kuilfolie;
- breng voldoende grond of ander gewicht aan;
- voorkom dat er lucht onder het plastic achterblijft;
- zorg voor een recht snijvlak bij het openen van de kuil.
Wanneer u zowel Dent- als Flint-maïs inkuilt, verdient het de voorkeur om Dent-maïs als eerste te voeren. Dent-rassen ontwikkelen na een korte inkuilperiode doorgaans sneller een hogere zetmeelverteerbaarheid dan Flint-rassen.
Voorkom zetmeelverlies met een inkuilmiddel
Om de conservering van uw maiskuil te verbeteren en de broei te remmen is het gebruik van een toevoegmiddel aan te raden. Wij kunnen inkuil middelen leveren van diverse leveranciers. Lees er hier meer over.
Heeft u vragen over de afrijping van uw maïs, het ideale oogstmoment of het gebruik van inkuilmiddelen? Neem dan contact op met uw adviseur. Samen kijkt u naar de beste aanpak voor uw situatie en haalt u het maximale uit uw maïsoogst.
