BEX voordeel stikstof bij betere eiwitbenutting

melkproductie verhogen? kies maisvlokken

In de afgelopen maand zijn alle mestboekhoudingen van 2019 afgerond. Het valt op dat met maisvlokken in het rantsoen regelmatig een groter voordeel in de BEX van stikstof is te halen.

Wanneer er efficiënt met het eiwit om wordt gesprongen op het bedrijf is er een groter BEX voordeel voor stikstof te behalen. Als het rantsoen goed in balans is en de pens flink aan het werk wordt gezet om het eigen ruwvoer goed te benutten, wordt er efficiënter omgesprongen met het eiwit. Maisvlokken stimuleren een goede benutting van het eiwit uit eigen ruwvoer doordat ze veel goede en rustige pens energie bevatten. De pensmicroben kunnen daardoor veel penseiwit vormen wat de basis is voor melkeiwit.

Een voorbeeld: Op een bedrijf met 150 koeien op 75 hectare kan door een goede benutting van het eigen eiwit bijvoorbeeld een BEX voordeel van 8% op stikstof behaald worden. Daardoor hoeft er zo’n 360 kuub minder mest afgevoerd te worden. Dat leidt niet alleen tot lagere mest-afzet kosten, maar zorgt er ook voor dat er meer mest op het eigen bedrijf aangewend kan worden.

Onze adviseurs adviseren u graag hoe u betere benutting van het eiwit van uw eigen land kunt realiseren.

Neem hier contact op

V/d Kolk roodbontfokker van het jaar!

Bossink Holsteins, familie Van der Kolk,  melkvee in Wierden (Ov.) is uitgeroepen tot roodbontfokker van het jaar 2019.

Succesvol op keuring

De veestapel bestaat voor driekwart uit roodbonte Holsteins. De gemiddelde exterieurscore ligt op 87 punten en hiermee hoort het bedrijf bij de top van Nederland. Tijdens keuringen waren er diverse mooie resultaten. Zo pakte Bossink Gerda 64 (Curtis) het reserve kampioen middenklasse op de NRM en pakte Bossink Rika 631 (Ladd P) het kampioenschap middenklasse op de HHH show. Ook nam de familie van der Kolk in Belgie (Libramont) met Bossink Red Lawn (Jotan) deel aan het EK.

Vernieuwende fokkerij

De prijs wordt verstrekt aan Bossink Holsteins voor de prachtige resultaten tijdens regionale en nationale keuringen.  Daarnaast heeft van der  Kolk een heel eigen, vernieuwende kijk op fokkerij.

De veestapel heeft een gemiddelde leeftijd van 5 jaar en 5 maanden en het vervangingspercentage ligt op slechts 12% per jaar.

Verse koe gezond door goed voeren

hittestress koeien tegengaan
“Ons melkvet was het 3e laagste van CRV afgelopen jaar” vertelt melkveehouder Dick Aalbers uit Zwolle lachend. Een ‘prestatie’ waar hij zichzelf niet voor schaamt. “Het is simpel” legt hij uit. “Verse koeien hebben veel energie nodig en die bieden wij ze aan door een energierijke brok en 3 kg maisvlokken te voeren. Daardoor starten de koeien goed op, qua liters, eiwitgehalte en gezondheid. Het vetgehalte is in verhouding niet hoog, omdat de koe die energie juist voor zichzelf gebruikt. Daarbij: eiwit wordt ook nog eens beter betaald dan vet.”

Naast 8 a 9 kg snijmais, energierijke brok en maisvlokken houdt de familie Aalbers zo lang als mogelijk vers gras in het rantsoen. Met een 305-dagen productie van 11.360 kg melk loopt het goed op het bedrijf. Met 410 kg vet en 413 kg eiwit per koe per jaar levert familie Aalbers meer eiwit af, dan vet. Dat de koeien zo veel eiwit produceren, daar is de familie Aalbers trots op. Ook resulteert dat in goed melkgeld, gezien eiwit bij de fabriek van Aalbers twee maal zo hoog wordt beloond als vet. De koeien zijn goed in conditie, laten de tocht goed zien en worden zeer gemakkelijk drachtig. De tussenkalftijd op het bedrijf is gemiddeld 389 dagen.

Negatieve energiebalans onvermijdelijk, maar moet wel zo kort mogelijk

Melkkoeien verbruiken – net als ieder ander zoogdier – begin lactatie méér energie dan ze op kunnen vreten. De koe verkeert in de ‘negatieve energie balans’: ze gebruikt lichaamsreserves voor de productie van melk. Koeien in de negatieve energiebalans zijn gevoelig voor klauwproblemen, infecties en worden slecht drachtig of niet tochtig. Ondanks dat het een normaal fenomeen is, is het wel belangrijk dat deze periode van energietekort zo kort mogelijk duurt.

Hoe beperk je de negatieve energiebalans?

De eerste stap om ervoor te zorgen dat koeien zo snel mogelijk weer in een pósitieve energiebalans komen, is zorgen dat koeien geen strobreed in de weg gelegd wordt om überhaupt te vreten. Zorg daarom voor voldoende vreetplaatsen en altijd fris voer voor het voerhek. Echter, ook vanuit de samenstelling van het voer kan het verschil gemaakt worden.

Figuur 1. De energiebalans van koeien herstelt sneller bij koeien die glucogene- i.p.v. lipogene energie kregen bij gelijke VEM in het rantsoen. Bron: WUR, Van Knegsel et al., 2014.

Bij Gebrs. Fuite veevoeders hebben ze een duidelijke visie hoe verse koeien goed gevoerd moeten worden. Door koeien de juiste energiebronnen te geven zijn ze zo’n 2 tot 3 weken sneller uit de negatieve energie balans (figuur 1). Celwanden en vet zijn beiden zogeheten ‘lipogene energie’. Lipogene energie stimuleert de melkvetproductie waardoor de koe dit weer uitscheidt via de melk en het niet als energiebron voor haar eigen lijf kan gebruiken. Hier heeft de verse koe dus niet veel aan. Zetmeel, een vorm van ‘glucogene energie’, is daarentegen juist een hele goede energiebron voor de verse koe. Het stimuleert lactose vorming wat melk-drijvend werkt, maar wordt ook als energiebron in het lijf van de koe gebruikt. Door een zetmeelrijk rantsoen te voeren aan de verse koe, zal haar negatieve energiebalans minder diep zijn en korter duren. Dit wordt ook beloond: productie van liters melk en melkeiwit zijn hoger en de koe is fit en vruchtbaar. De eerste signalen van overschakelen van een lipogeen- naar glucogeen rantsoen zijn vaak al snel zichtbaar: de kleur komt mooier op de koeien.

Heel bewust streven de adviseurs van gebroeders Fuite daarom naar een vlotte opstart qua liters en melkeiwit. Het resultaat: goed melkgeld en een fitte koe die goed opstart en gemakkelijk drachtig wordt.

De adviseurs van Gebrs. Fuite sparren graag sámen met u over de beste opstart voor de verse koeien. Neem hier contact op.

Te weinig biest in herfst en winter

Onvoldoende opname van biest leidt tot meer kalverdiarree en longproblemen bij kalveren. De biestproductie blijkt gemiddeld lager te zijn in de herfst en de winter. Vooral nu is voldoende biestopname essentieel omdat de weerstand van kalveren onder druk staat door vocht en koude. Hoe kunt u ieder kalf toch een goede start geven?

Het seizoen heeft duidelijk invloed op de biestproductie, zo blijkt uit onderzoek uitgevoerd met 2.500 Jerseys in Texas (Gavin et al., 2018).  Bij een stabiel rantsoen was de biestproductie in juni 6,6 kg per koe. In december was de gemiddelde biestproductie slechts 2,5 kg per koe in het onderzoek (zie figuur 1).

Figuur 1 Gemiddelde hoeveelheid biest en corresponderende daglichtlengte. Hoe korter de daglichtlengte hoe minder biest per koe. (Gavin et al., 2018)

Kortere dagen leiden tot minder biest

Deze relatie van biestproductie met daglichtlengte kan verklaard worden door hormonen. Melatonine dat afgegeven wordt als het donker is onderdrukt de afgifte van prolactine, het hormoon dat verantwoordelijk is voor biest en melkproductie.

Andere factoren die biestproductie beïnvloeden zijn droogstandslengte, leeftijd van de koe en de genetische aanleg van de koe.

Hoe geeft u ieder kalf toch voldoende goede kwaliteit biest?

Uiteindelijk moet een tekort aan liters of kwaliteit van biest aangevuld worden om het kalf een goede start te geven. Tekorten kunnen aangevuld worden met:

  • Ingevroren biest van goede kwaliteit: let op au bain-marie ontdooien! Bij bedrijven waar Salmonella of paraTBC een rol speelt is biest van een andere koe geven af te raden. Een goed alternatief is dan het geven van kunstbiest.
  • Toevoegen van Prominend Colostrum volgens het Biestprotocol van onze jongveespecialisten. Prominend Colostrum is veilig en gemakkelijk in gebruik. Vraag uw melkveespecialist of jongveespecialist naar het Biestprotocol voor het juiste gebruik.

Eiwit beter benutten: het kan

maximaal eiwit oogsten van je land

Ureumgehaltes boven de 18 geven aan dat er nog ruimte is om het eiwit beter te benutten. Daarmee kan er nog zo’n 50 euro per koe per jaar bespaard worden op aankoop van eiwit. Een gebalanceerd rantsoen met maïsvlokken voeren brengt u al een stap in de goede richting. Het resultaat van het eiwit in ruwvoer voor uw koeien beter benutten? Meer liters én een hoger melkeiwit. 

Onbenut voer-eiwit wordt uitgescheiden als ureum in melk en urine. Een hoog melk-ureum is daarmee een signaal dat het eiwit beter benut kan worden. Het landelijk jaarrond gemiddelde ureum is 22 (figuur 1) terwijl 15 tot 18 hoog genoeg is voor een gezonde koe die goed produceert. Veel melkveebedrijven kunnen dus nog geld besparen door de eiwit efficiëntie te verbeteren.

Tank-ureum maandgemiddelden

Figuur 1 Tank-ureum maandgemiddelden ( • ) met spreiding waar 70% van de bedrijven tussen zit.

Benutbaarheid eiwit in graskuilen verschilt enorm

Tijdens het conserveren van de graskuil wordt een deel van het eiwit afgebroken tot ammoniak (NH3). Dit kan de koe minder goed benutten dan het eiwit zelf. In drogere kuilen blijft in het algemeen de eiwitkwaliteit beter; daarbij gaat maar 6% van het ruw eiwit verloren als ammoniak, terwijl dat in natte kuilen wel 12% is (tabel 1).

ruwvoer koeien graskuil

Tabel 1 Voedingswaarde 1e snede graskuilen van 2019 met gelijke VEM; ingedeeld in vier categorieën o.b.v. drogestof gehalte. DS= droge stof, g/kg; RE tot = ruw eiwit totaal, g/kg DS; DVE= darm verteerbaar eiwit, g/kg DS; NH3= ammoniak-fractie, %.

In droge graskuilen is het gehalte aan darm verteerbaar eiwit hoger (90 vs. 68 g/kg DS), terwijl het ruw eiwit juist lager is vergeleken met een natte graskuil (181 vs. 208 g/kg DS) (tabel 1). Dit houdt in dat koeien het eiwit van droge kuilen veel beter kunnen gebruiken: het ureum in de melk zal lager zijn wanneer een dergelijke kuil gevoerd wordt. Tevens zal een droge kuil met goed benutbaar eiwit  om minder eiwit aanvulling via krachtvoer vragen dan een natte kuil, ondanks dat het ruw eiwit hoger was.

Balanceren in het rantsoen

Deze verschillen in darm-verteerbaar eiwit tussen graskuilen vragen elk om hun aanpak in het rantsoen. Daarbij staat en valt alles met een goede balans van energie en eiwit in de pens, en dus, met het totaalrantsoen. Pensbacteriën hebben behoefte aan goede bouwstenen voor eiwit (in de vorm van darm verteerbaar eiwit) en energie om te kunnen groeien. De moeilijkheid hierbij is dat er voldoende energie aanwezig moet zijn, maar dat het rantsoen niet té snel mag worden. Dat is balanceren en vraagt om expertise van veehouder en voeradviseur. Wanneer er bij een natte kuil bijvoorbeeld enkel naar het ruw-eiwit gekeken wordt dan lijkt een eiwit aanvulling niet nodig, maar dan wordt er tekort gedaan op melkeiwit productie door de koeien en zal het melk ureum in de melk te hoog zijn.

Ruwvoer koeien beter benutten: meer liters én hoger melkeiwit

De voeradviseurs van Gebrs. Fuite zijn dagelijks bezig met het verbeteren van de benutting van het eigen ruwvoer van klanten. Maïsvlokken uit de fabriek van Fuite kunnen in combinatie met een passend krachtvoer veel goede pens-energie leveren. Dat zorgt ervoor dat eiwit uit ruwvoer voor uw koeien goed benut kan worden. Zo wordt het een win-win situatie: het eigen ruwvoer wordt beter benut en koeien produceren meer liters én hoger melkeiwit doordat er meer microbieel eiwit gevormd wordt in de pens.

Zó benut u het eigen gras goed

  • Maak droge graskuilen zodat de eiwitkwaliteit goed blijft
  • Voer een uitgebalanceerd rantsoen met maïsvlokken van Fuite voor een goede benutting van het ruwvoer voor uw koeien

Het resultaat: goede benutting van het eiwit van eigen land waardoor u minder eiwit in de vorm van krachtvoer hoeft aan te kopen en u zo’n 50 euro per koe per jaar kan besparen.

Koe geen last van kou, wel van tocht

Nu de temperatuur daalt hebben wij mensen het al snel koud. De stal dichtmaken tegen de kou is dus al snel aanlokkelijk. Doet u het daarmee ook goed voor uw koeien?

Elk dier heeft een temperatuur-range waarbinnen het comfortabel is en het weinig energie kost om op temperatuur te blijven. Voor een mens ligt de ondergrens rond de 18 graden boven nul, terwijl voor de volwassen koe de ondergrens zo’n 10-15 graden ónder het vriespunt ligt.

Voor de volwassen koe is het in Nederland dus niet snel te koud. Wél heeft de koe belang bij frisse lucht en voldoende zuurstof aanvoer (500m3 lucht/koe/uur bij een productie van 8.000 kg melk/jaar). Van puur wind heeft een koe geen last. Echter, tocht is wél funest voor koeien. Tocht komt voor wanneer het in de stal duidelijk warmer is dan buiten, maar er nog een klein beetje koude lucht via een spleet naar binnen komt. Wanneer die koude luchtstroom op de koe komt, heeft ze daar last van. Als het kleed nét niet helemaal dicht is kan zo bijvoorbeeld tocht voorkomen. Minder ventileren kan voor meer tocht zorgen.

De stal open houden is dus ook bij kouder weer gezond voor de volwassen koeien. De kalveren hebben wel sneller last van kou. Lees hier tips bij kou voor jongvee.

Grote variatie in voederwaarde snijmais!

Behoud voederwaarde met inkuilmiddel

Het groeiseizoen van 2019 kenmerkte zich vanaf half juni tot eind augustus door hoge temperaturen en droogte. Door de aanhoudende droogte verdroogden maispercelen die niet beregend werden m.n. in het oosten en zuiden van het land. Hierdoor waren de verschillen tussen maispercelen groot. Door de droge warme zomer was de snijmais vroeg rijp. Veel snijmais is daardoor al in september gehakseld.

Tabel 1: voederwaarde snijmais 2019

Het DS-gehalte en zetmeelgehalte is gemiddeld lager dan voorgaande jaren. Dit wordt m.n. veroorzaakt door het lagere zetmeelgehalte als gevolg van een lager kolfaandeel bij de verdroogde maispercelen. De spreiding is dit jaar erg groot. De 25% snijmais met het laagste DS-gehalte zit gemiddeld maar op 296 g zetmeel/kg DS. Hierdoor is een flink deel van de snijmais dus van matige kwaliteit. Er zal dan flink zetmeel aangevuld moeten worden in de rantsoenen om normaal te kunnen melken.

Ook in droge goed afgerijpte mais is het zetmeelgehalte dit jaar gemiddeld. Er zal dus gemiddeld gemolken worden van deze snijmais.

Weerbaardere klauwen met de juiste mineralen

Klauwproblemen doen een koe pijn en kosten ú tijd en geld. De koe vreet minder en zal slechter produceren. Door een goede mineralenvoorziening kan klauwkwaliteit verbeterd worden. Lees hier hoe.

Klauwen bestaan uit hoorn: als het ware sterk verdikte huid. Voor hoorn aanmaak zijn eiwitten, vetten, mineralen/spoorelementen en vitaminen nodig. Bij niet-infectieuze klauw aandoeningen spelen kwaliteit van die hoorn, maar ook huisvesting, management en bekapbeleid een rol. Bij infectieuze klauw aandoeningen spelen infectiedruk (hygiëne) en het voorkomen van huidirritaties een grote rol.

Met een goede mineralenvoorziening zijn klauwen weerbaarder tegen klauwproblemen. Zink, mangaan en biotine zijn belangrijke elementen voor goede hoorn kwaliteit. Daarnaast is zink belangrijk om de huid in goede conditie te houden.

De speciale ‘Klauwen mineralen’ van Fuite bevatten alle elementen die belangrijk zijn voor aanmaak van goed hoorn. Doordat de sporenelementen voor een deel organisch gebonden zijn is de beschikbaarheid voor de koe uitstekend. Het resultaat: de klauwen zullen minder gevoelig zijn voor zaken die klauwproblemen veroorzaken.

Onze adviseurs bekijken graag samen met u hoe u de klauwen van u koeien weerbaarder kunt maken. Neem hier contact op.

Hoe hou je droge koeien aan het vreten?

Een hoogdrachtige koe vreet minder dan een koe midden lactatie. Richting afkalven daalt de voeropname, maar hierin zien we grote verschillen tussen bedrijven. Een lage voeropname vóór of rondom afkalven is direct gerelateerd aan melkziekte, slepende melkziekte en baarmoederontsteking. Wat kunt u zelf doen om de voeropname op peil te houden?

Bij een praktijkproef op 15 bedrijven uitgevoerd in 2018 door Jaap Hoepel bleek dat de droge stof opname in de gehele droogstand varieerde van 16,5 tot 8,7 kg DS per koe per dag. Huisvesting, voermanagement en individuele verzorging maken een groot verschil in voeropname van droge koeien. Uit onderzoek blijkt dat koeien met transitieziekten zoals slepende melkziekte al vóór afkalven een lagere droge stof opname hebben dan gezonde dieren (zie figuur 1). Hoe kunt u de voeropname van uw droge koeien op peil houden?

Figuur 1. Droge stof opname in de transitieperiode van gezonde koeien ten opzichte van koeien met subklinische ketose. Naar figuur van Goldhawk et al., 2009.

Kan iedere koe wel vreten?

Iedere koe moet daadwerkelijk toegang hebben tot het rantsoen. Hiertoe moet iedere koe minstens één vreetplaats hebben, liefst zijn er enkele vreetplaatsen over. Een droge koe is zwaarder en breder dan een koe in lactatie en heeft daarom meer ruimte nodig aan het voerhek, minimaal 75 cm per koe. Voldoende ruimte achter het voerhek en voeren op ‘grashoogte’ (10-15 cm boven de klauw) dragen ook bij aan een betere voeropname.

Voldoende en smakelijk rantsoen

Broei en speeksel van andere koeien maken een rantsoen minder smakelijk. Door dagelijks vers te voeren houdt u het voer smakelijk. Daarnaast moet er altijd voldoende voer beschikbaar zijn zodat ook rang lagere dieren voldoende kunnen vreten. Schoon en fris water moet bereikbaar zijn voor alle droogstaande dieren. Wateropname is direct gecorreleerd aan voeropname.

Stress voorkomen

Dieren die stress ervaren vreten minder. Bij stress in de droogstand kunt u denken aan een te krappe huisvesting met doodlopende paden, te weinig lig/vreetplaatsen, te weinig voer, veel wisselingen in groepssamenstelling. Een vaars moet ongeveer één maand acclimatiseren in een nieuwe groep. Droge koeien kunnen ook last hebben van hitte stress dus voldoende ventileren is gewenst.

Dagelijkse controle

Ook als aan alle randvoorwaarden in huisvesting en voermanagement is voldaan heeft iedere veehouder alsnog sporadisch dieren die te weinig vreten. Dit kunt u zien aan de buik- en/of pensvulling (te beoordelen aan de linker hongergroeve van de koe). Dagelijkse controle van de droge koeien is noodzakelijk om deze koeien op te sporen. Een droge koe met te weinig buik of pensvulling wordt bij voorkeur in het strohok geplaatst zodat deze individueel gevoerd kan worden, meer ligcomfort heeft en eventueel behandeld kan worden mocht dit nodig zijn.

Wilt u transitieziekten voorkomen door de voeropname van uw droge koeien te verhogen? Onze vertegenwoordigers kunnen met u bekijken welke optimalisaties u op uw bedrijf kan doen ter verbetering van de opname.

“Pas het voer aan en los het stikstofprobleem op? Was het maar zo simpel”

Het doorbreken van de ‘stikstofimpasse’ houdt de gemoederen flink bezig. De landbouw heeft collectief een pakket aan maatregelen gepresenteerd om de depositie te verlagen. Verlagen van eiwitgehalte in veevoer lijkt daarin cruciaal. Melkveebedrijf.nl vroeg veevoederbedrijven in de aanloop naar de Rundvee en Mechanisatie Vakdagen in Gorinchem welke rol zij voor zichzelf zien in het oplossingstraject.

Het verbeteren van benutting van eiwit van eigen land is volgens Jarig Jan Odinga, teamleider melkvee bij Gebrs Fuite B.V., altijd een speerpunt. Ongeacht de stikstofimpasse. “Onze adviseurs zijn alle dagen bij veehouders op het bedrijf om naar dit aspect te kijken. Dat is nog niet zo simpel en vraagt om maatwerk. Neem bijvoorbeeld de invloed van stikstofbemesting op grasgroei in het zomerseizoen of het inscharen. Dat is altijd anders. Het ureumgehalte is de belangrijkste leidraad. Is er sprake van een overmaat aan eiwitten, dan moet je daar met energierijke componenten op sturen.”

“We passen het voer aan en lossen zo het stikstofprobleem op? Was het maar zo simpel” 

Volgens Odinga is het wachten op criteria waarop het veevoer beoordeeld gaat worden. “Een concreet ureum- of eiwitgehalte bepaalt uiteindelijk ook de rantsoensamenstelling. De variabelen per bedrijf maken de opgave ingewikkeld. Per boer, per rantsoen is het anders. De basis ligt echter op het bedrijf. Als je kijkt naar eigen benutting is er nog wel winst te boeken.” Odinga stelt dat de oplossing niet ligt in bijvoorbeeld een additief in het voer waarmee stikstof wordt gereduceerd. “Was het maar zo simpel, dan was die natuurlijk al lang ontwikkeld.”

Om de eiwitten voor de melk beter te benutten zijn de maisvlokken van Gebr. Fuite wel een concreet product, dat past bij ontwikkelingen rondom betere benutting van de componenten in voer. Het veevoederbedrijf produceert de vlokken van ontsloten mais zelf en neemt het product ook mee naar de RMV in Gorinchem. “De maisvlokken verlagen het ureumgehalte, zorgen voor een hogere melkproductie en meer melkeiwit. Daar wil je naar toe.”

Bron: melkveebedrijf.nl

Tekst: Martin de Vries