Weidegang en grasgroei: optimaal inspelen op het voorjaar

In veel regio’s is de drijfmest dit voorjaar onder goede omstandigheden uitgereden. In sommige delen van het land was het echter vrij nat, wat de werkzaamheden bemoeilijkte. De kunstmest heeft gelukkig veelal voldoende neerslag gekregen, wat samen met de stijgende temperaturen zorgt voor een flinke grasgroei.

 

Wanneer starten met beweiden?

Wanneer er direct vanaf de eerste snede wordt beweid, lopen de koeien mogelijk al buiten. In andere gevallen is het verstandig om hier op korte termijn mee te starten. Begin liever iets te vroeg dan te laat met weidegang. Wanneer er teveel gras staat bij het inscharen bestaat het risico dat de grasgroei sneller gaat dan de opname door de koeien.

 

Keuze in weidesystemen

Er zijn verschillende vormen van weidegang mogelijk. De keuze voor een bepaald systeem hangt af van uw melksysteem en de gewenste samenstelling van het rantsoen. Waarbij een optimale melkproductie het streven is.

 

Eenvoudig basisrantsoen: Op bedrijven met een relatief eenvoudig rantsoen kan vers gras zorgen voor een duidelijke stijging in melkproductie. Dit komt doordat de voederwaarde van vers gras vaak hoger ligt dan het stalrantsoen.

Rijk basisrantsoen: Bedrijven met een intensiever rantsoen, inclusief veel krachtvoer, zien niet altijd een productiestijging. Hier ligt de uitdaging vooral in het goed afstemmen van de voeropname in de stal op het grasaanbod in de weide. In deze situatie is het belangrijk om een duidelijke keuze te maken: kiest u voor volop weiden of blijft het bij een (beperkte) uitloop?

 

Invloed van het melksysteem

Het melksysteem speelt een belangrijke rol bij weidegang. In een conventioneel melksysteem blijft de melkfrequentie constant, ongeacht het beweiden. Bij een automatisch melksysteem (AMS) heeft weidegang wel invloed op het melkgedrag van de koeien.

 

Weidegang is zeker mogelijk i.c.m. een automatisch melksysteem, maar vraagt om een doordachte aanpak. Met een goed plan kunnen de resultaten optimaal aansluiten bij de verwachtingen en blijft de melkproductie op peil.

 

Onze verkoopadviseurs denken graag met u mee over een weideplan voor de komende zomer.

Succesvolle omschakeling naar Jerseykoeien bij familie Van Gorp

Na jaren van zoeken en omschakelen draait het melkveebedrijf van Johan en Suzanne van Gorp in Alphen weer naar volle tevredenheid. Vier jaar geleden zetten zij voorzichtig de eerste stap richting Jerseykoeien. Inmiddels hebben deze kleine, maar robuuste dieren hun hart veroverd. “Jerseys hebben sterke klauwen, zijn nieuwsgierig en lopen daardoor vlot naar de melkrobot. Hun grootste kracht zit in de hoge gehalten,” vertelt Johan.

 

De overstap van Holstein naar Jersey

 

Op het bedrijf worden momenteel twee koppels koeien gemolken in een serrestal: een groep van 50 Holsteins en een groep met 70 Jerseys. De omschakeling naar volledig Jersey is in volle gang. Beide groepen worden gemolken met een DeLaval Classic melkrobot, waarbij elke groep een eigen robot gebruikt. Het bedrijf beschikt over 52 hectare grond, waarvan het grootste deel wordt benut voor de teelt van snijmaïs.

 

Keerpunt na gezondheidsproblemen

 

De omschakeling begon na een periode waarin de gezondheid van het vee onder druk stond. Doorgaan op dezelfde manier was geen optie meer. Op advies zijn Johan en Suzanne zich gaan verdiepen in Jerseykoeien. Waar Johan in eerste instantie twijfelde, dook Suzanne dieper in de materie. Uiteindelijk werd de knoop doorgehakt en werden de eerste 30 Jerseys aangekocht. De beginjaren waren uitdagend: de productie bleef achter en het melken verliep nog niet optimaal. In 2025 volgde een volgende stap: de overstap van gangbare weidemelk naar levering van VLOG Euro melk.

 

Aangepast rantsoen voor optimale prestaties

 

In het najaar van 2023 ontstond het eerste contact met melkvee adviseur Ruud van den Oever. Het rantsoen werd volledig herzien en bestaat uit:

 

  • 70% snijmaïs
  • 30% graskuil
  • Aangevuld met perspulp en maïsbostel

Daarnaast krijgen de koeien 1,5 kilo krachtvoer in de basis, bestaande uit maïsvlokken en een eiwitaanvulling. Via de krachtvoerbox en melkrobots wordt aanvullend gevoerd met VLOG Euro Lacto en VLOG Euro Maiskern. Hoewel beide koppels hetzelfde basisrantsoen krijgen, zit het verschil in de krachtvoerinstellingen. Jerseys vragen namelijk een andere benadering dan Holsteins. Door hun hoge gehalten leveren zij relatief veel meetmelk, en daar zijn de krachtvoerinstellingen specifiek op afgestemd.

 

Sterke resultaten en tevreden ondernemers

 

De inspanningen werpen hun vruchten af. “Het loopt lekker,” zegt Johan tevreden. “En we melken ook enorm hard met de Jerseys.” Eind december 2025 werd een belangrijke mijlpaal bereikt: de Jerseys doorbraken de grens van BSK 50, met een productie van 2,9 kilogram vet en eiwit. Ook het melkgedrag is uitstekend: gemiddeld 2,8 tot 3,1 melkbeurten per dag. Per keer 8 tot 12 liter melk. Na jaren van uitdagingen staat het bedrijf er nu weer sterk voor, met een duidelijke toekomst richting Jerseykoeien.

 

Slimme instellingen in de krachtvoerinstelling in de melkrobot

De robot waar de Jerseys op gemolken worden is op enkele onderdelen aangepast. Zo gaat de achterdeur een stukje verder dicht en is er een ventilator geplaatst tegen de vliegen, dat gaf veel meer rust. Ook zijn er speciale tepelvoeringen geplaatst die passen bij de kleinere spenen van de koeien. Daarnaast is er extra aandacht gegeven aan het zo comfortabel mogelijk bezoeken van de melkrobot.

Deze aanpassingen zorgen ervoor dat de koeien de robot gemakkelijker en rustiger bezoeken.

Standaard ijzer toedienen aan kalveren bij voeren poedermelk niet noodzakelijk

Kalveren worden geboren met een lage ijzervoorraad. Omdat ijzer essentieel is voor groei, weerstand en zuurstoftransport, rijst vaak de vraag: is extra ijzer toedienen wenselijk? In veel gevallen is het antwoord: nee, mits de kalveren goed worden gevoerd en gezond zijn.

Waarom is ijzer belangrijk voor kalveren?

IJzer speelt een cruciale rol in het lichaam van het kalf. Het is een belangrijk bestanddeel van:

Hemoglobine (voor zuurstoftransport in het bloed) en Myoglobine (voor zuurstofopslag in spieren).

 

Daarnaast heeft ijzer een belangrijke rol bij;

  • de ontwikkeling van het immuunsysteem
  • energiemetabolisme
  • de afweer
  • algemene groei en ontwikkeling

 

Lage ijzervoorraad bij geboorte is normaal

Het is normaal dat kalveren met een relatief lage ijzervoorraad worden geboren. Factoren zoals ras, geslacht, seizoen en tweelingdracht kunnen hier invloed op hebben. Uit onderzoeken naar de ijzervoorraad bij de geboorte, blijkt dat er geen verband bestaat tussen de ijzervoorraad van de moeder en die van het pasgeboren kalf. Extra ijzer geven aan de koe tijdens de dracht heeft dus geen effect op de ijzervoorraad van het kalf.

 

Koemelk versus poedermelk: verschil in ijzergehalte

Koemelk bevat van nature weinig ijzer en voorziet daarom niet volledig in de behoefte van jonge kalveren. Vast voer bevat meestal wel voldoende ijzer, maar jonge kalveren nemen hier in het begin nog te weinig van op. Melkpoeder bevat wel voldoende ijzer. Ongeveer 10 keer zoveel ijzer als koemelk. Hierdoor krijgen kalveren die voldoende poedermelk drinken doorgaans genoeg ijzer binnen.

Symptomen van ijzertekort bij kalveren

Een ijzertekort (bloedarmoede) kan leiden tot:

  • Bleke slijmvliezen (neus en ogen)
  • Lusteloosheid
  • Verminderde drinklust
  • Slechtere groei
  • Meer vatbaar voor ziektes

Bij twijfel kan het hemoglobinegehalte in het bloed worden gemeten. Extra ijzer toedienen kan nodig zijn in specifieke situaties, zoals: bij ziekte of door bloedverlies (bijvoorbeeld door diarree).

Toedienen van ijzer kan via: injecties, drankjes of bolussen. Maar als kalveren voldoende poedermelk opnemen, goed groeien en gezond zijn is standaard ijzer toedienen niet nodig.

 

Voorkom vliegenoverlast bij stijgende temperaturen

Met de oplopende temperaturen in de afgelopen weken neemt ook het aantal vliegen rondom dieren toe. Vooral in stallen kan dit al snel leiden tot ernstige vliegenoverlast. Dit zorgt niet alleen voor irritatie, maar heeft ook invloed op het welzijn en de prestaties van je dieren.

Denk bijvoorbeeld aan koeien die tijdens het melken onrustig worden en blijven trappen. Of drinkemmers bij kalveren die vol zitten met vliegen. Dit zijn veelvoorkomende problemen die eenvoudig verminderd kunnen worden door tijdig in te grijpen.

Begin op tijd met vliegen bestrijden

Het is belangrijk om vroeg in het seizoen te starten met het bestrijden van vliegen. Vliegen planten zich snel voort en kunnen in korte tijd uitgroeien tot een plaag als er niet tijdig actie wordt ondernomen.

Daarnaast vormen vliegen een serieus gezondheidsrisico voor jonge dieren, zoals kalveren en lammeren. Ze kunnen namelijk ziekteverwekkers verspreiden. Stalvliegen spugen eerst op hun voedsel voordat ze het opnemen, waardoor bacteriën en ziektekiemen gemakkelijk worden overgedragen.

Bescherm je dieren en voorkom problemen

Door preventief maatregelen te nemen tegen vliegen, verbeter je niet alleen het comfort in de stal, maar verklein je ook de kans op ziektes. Een effectieve vliegenbestrijding draagt bij aan gezonde dieren en betere prestaties op je bedrijf.

Neporex is breed toepasbaar

Neporex stopt de ontwikkeling van larven. Ze groeien niet meer uit tot poppen en vliegen. Het beste effect wordt bereikt door Neporex in te zetten in strohokken, iglo’s en eenlinghokken, strohokken (bij kalveren en afkalfhok) en eventueel langs de randen van de mestkelder. Er zijn drie verschillende toepassingsmethoden:

  • strooien (poeder)
  • gieten (opgelost in water)
  • spuiten

De natuurlijke vijanden (o.a. kevers, sluipwespen en mijten) blijven in leven en bestrijden dus, samen met de Neporex, de vliegenmaden.

Voor meer informatie neem contact op met uw rundveeadviseur of kalveropfokspecialist. Zij kunnen alles vertellen over verpakking, gebruik en dosering.

Hoeveel biest moet een kalf hebben?

Meer lebmaagverplaatsingen bij koeien tijdens het weideseizoen?

Tijdens het weideseizoen krijgen melkkoeien te maken met wisselende grassamenstellingen en hogere temperaturen. Dit kan leiden tot een minder constante voeropname. Juist daardoor zien we in het weideseizoen vaker gevallen van lebmaagverplaatsing bij koeien.

Wat is een lebmaagverplaatsing?

De lebmaag is de vierde maag van de koe en vergelijkbaar met de menselijke maag. Normaal ligt deze op de buikbodem. Wanneer er gas ophoopt en er ruimte ontstaat in de buik, kan de lebmaag omhoog bewegen langs de buikwand. Deze verplaatsing kan naar links of naar rechts optreden.

Lebmaagverplaatsing naar links (meest voorkomend):

  • Komt meestal voor 1 tot 3 weken na afkalven
  • Daling in melkproductie
  • Verminderde herkauwactiviteit
  • Dunne, slecht verteerde mest
  • Geen koorts
  • Soms zichtbare opbolling in de linkerflank

 

Lebmaagverplaatsing naar rechts (ernstiger):

  • Grotere kans op draaiing van de maag (torsie)
  • Kan leiden tot een levensbedreigende situatie
  • Koe is vaak ernstig ziek
  • Operatief ingrijpen is noodzakelijk

Sommige bedrijven hebben er nauwelijks last van, terwijl het op andere bedrijven regelmatig voorkomt. Meerdere gevallen binnen één koppel wijzen vaak op problemen in het rantsoen of de voeropname tijdens de transitieperiode.

Risicofactoren voor lebmaagverplaatsing bij koeien

Een lebmaagverplaatsing ontstaat vrijwel altijd door onderliggende factoren:

  • Verminderde voeropname → zorgt voor een lege(re) pens en meer ruimte in de buik
  • Snelle veranderingen rond afkalven → zoals ruimte die vrijkomt na geboorte
  • Stofwisselingsziekten, zoals: Melkziekte (calciumtekort)  of Ketose (slepende melkziekte / energietekort)
  • Verminderde penswerking

In de praktijk zien we vaak dat koeien met een lebmaagverplaatsing ook last hebben van ketose.

Lebmaagverplaatsing voorkomen: praktische tips

Preventie begint bij een hoge en stabiele voeropname rond het afkalven. Met de juiste aanpak verklein je het risico aanzienlijk:

  • Zorg voor een smakelijk en uitgebalanceerd droogstandsrantsoen
  • Voorkom transitieziekten zoals melkziekte en ketose
  • Bouw het lactatierantsoen geleidelijk op na afkalven
  • Monitor de voeropname in de eerste lactatiedagen
  • Let extra op risicokoeien, zoals:
    • Tweelingkoeien
    • Kreupele koeien
    • Koeien met melkziekte
    • Koeien na een zware geboorte
  • Grijp vroegtijdig in bij: verminderde pensvulling en minder herkauwen

Snelle actie kan een lebmaagverplaatsing voorkomen. Lebmaagverplaatsing bij koeien komt vaker voor tijdens het weideseizoen door schommelingen in voeropname en rantsoen. Door aandacht te besteden aan voeding, transitiemanagement en vroege signalen, zijn veel problemen voorkomen. Voorkomen is beter dan genezen – een goede voorbereiding maakt het verschil.

Kleur mee en win!

Ben jij net als wij dol op dieren én houd je ook van kleuren? Dan hebben wij iets leuks voor jou! Ga aan de slag met onze kleurplaat en maak kans op een superleuke boerderijprijs 🐄🎁

👉 Download hier de kleurplaat   en begin meteen!

Er zijn vier leeftijdscategorieën:

  • t/m 3 jaar
  • 4 t/m 6 jaar
  • 7 t/m 9 jaar
  • 10 jaar en ouder

Dus of je nu net begint met kleuren of al een echte kunstenaar bent – iedereen kan meedoen!

📬 Stuur jouw mooiste kunstwerk uiterlijk 2 mei a.s. naar:
reactie@fuite.nl

Laat je fantasie de vrije loop en wie weet ben jij één van de winnaars!

Precusoren verklaring

Een precusorenverklaring is een verplicht document onder EU-verordening 2019/1148 waarin u verklaart dat stikstofhoudende meststoffen of specifieke chemicaliën uitsluitend voor legitieme, professionele doeleinden (zoals landbouw) worden gebruikt.

  • Het doel is het voorkomen van misbruik bij de productie van explosieven.
  • De verklaring is meestal 12 maanden geldig.
  • Als leverancier zijn wij verplicht gesteld om bij verkoop van deze producten boven de gestelde grenswaarde een controle op de juiste toepassing van het gebruik voor professionele doeleinden van deze producten uit te voeren bij de afnemer.
  • Daarnaast dient ook een identiteitsverificatie en registratie uitgevoerd te worden.
  • Deze verplichtingen zijn opgenomen in de verklaring.
  • Wij dienen u tevens te informeren dat wanneer er door ons of u een verdachte verdwijning of transactie waargenomen wordt van dit product, er een meldingsplicht geldt aan de autoriteiten.

Meststoffenverklaring 2026

Meer informatie ontvangen? Neem contact op met onze verkoop binnendienst.

Invloed drogestofgehalte graskuil op eiwitbenutting

De benutbaarheid van het eiwit in graskuilen verschilt enorm. Door uw gras droog in te kuilen, gaat er zo min mogelijk goed eiwit verloren. Lees verder hoe dit zit….

Eiwitbenutting in graskuil verbeteren: kies voor droog inkuilen

Tijdens het conserveren van  graskuil wordt een deel van het eiwit afgebroken tot ammoniak (NH3). Dit is een vorm van stikstof die geiten minder goed kan benutten. Hoe natter de kuil, hoe groter dit verlies. Onderzoek laat zien dat in droge graskuilen slechts circa 6% van het ruw eiwit verloren gaat als ammoniak. Bij natte kuilen kan dit oplopen tot wel 12%, zie ook tabel 1. Dit verschil heeft direct invloed op de voederwaarde..

Tabel 1 invloed ds-gehalte graskuil op eiwitbenutting.

Meer darmverteerbaar eiwit bij droge kuilen

Droge graskuilen bevatten aanzienlijk meer darmverteerbaar eiwit (DVE): ongeveer 90 g/kg droge stof, tegenover 68 g/kg bij natte kuilen. Hoewel het ruw eiwitgehalte in droge kuilen juist lager  ligt (181 vs. 208 g/kg DS), is de kwaliteit en benutbaarheid juist hoger.

Voordelen voor geiten en rantsoen

Een betere eiwitkwaliteit zorgt voor:

  • Lagere ureumwaarden in de melk
  • Efficiëntere eiwitbenutting
  • Minder behoefte aan eiwitrijke krachtvoeders
  • Lagere voerkosten

Optimaliseer uw inkuilmanagement

Wilt u het maximale uit uw graskuil halen en de eiwitbenutting verbeteren? Goed inkuilmanagement is essentieel. Onze adviseurs kunnen u er alles over vertellen.

Pigger Speen Muesli in de praktijk

De Pigger Speen Muesli van Gebrs Fuite is de afgelopen maanden steeds zichtbaarder geworden in de markt. Steeds meer zeugenhouders zien de toegevoegde waarde van dit product. De toegevoegde waarde komt vooral voort in een optimale start voor biggen in de speenfase, een cruciale periode waarin gezondheid en groei bepalend zijn voor de verdere ontwikkeling.

 

De muesli onderscheidt zich door zijn smakelijkheid en structuur. Biggen worden gestimuleerd om al vroeg voer op te nemen, waardoor de overgang van melk naar vast voer soepeler verloopt. Dit resulteert in minder speenstress, een betere darmgezondheid en een hogere voeropname. Zeugenhouders merken daardoor vaak een gelijkmatigere groei en minder uitval in de eerste weken na het spenen.

 

Daarnaast speelt de samenstelling een belangrijke rol. De Pigger Speen Muesli bevat zorgvuldig geselecteerde, goed verteerbare grondstoffen die aansluiten bij de behoeften van jonge biggen. Dit draagt bij aan een gezonde darmflora en ondersteunt een sterke start van het immuunsysteem.

 

Het succes van dit product blijkt ook uit praktijkervaringen: de gebruikers geven aan dat er minder speenproblematiek is en een lagere streptococcendruk in de latere opfokfase. Een betere speenfase is van grote invloed op de resultaten in de biggenopfok.

 

Wilt u Pigger Speen Muesli zelf ervaren op uw bedrijf? Vul het contactformulier in, dan neemt één van de adviseurs contact met u op.

 

NVWA scherpt regels voor hokverrijking aan; wat betekent dit voor uw stal?

Hokverrijking staat momenteel hoog op de agenda binnen de varkenshouderij. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, NVWA) heeft de interpretatie van de bestaande regels aangescherpt. Dit heeft gevolgen voor de manier waarop verrijkingsmateriaal in de stal wordt toegepast.

 

Permanent beschikbaar en functioneel materiaal

De kern van de aangescherpte interpretatie is dat varkens permanent toegang moeten hebben tot geschikt verrijkingsmateriaal. Dit materiaal moet zowel eetbaar als wroetbaar zijn. Met andere woorden: het moet aantrekkelijk zijn voor de dieren om te onderzoeken, te manipuleren en (deels) op te eten.

Daarnaast moet het materiaal continu beschikbaar zijn voor de dieren in het hok. De NVWA hanteert hierbij als richtlijn dat minimaal 25% van de varkens tegelijkertijd met het materiaal bezig moet kunnen zijn.

Dit betekent dat een enkele ketting of plastic speeltje niet langer voldoende is als verrijkingsmateriaal. Dergelijke materialen mogen nog wel aanwezig zijn, maar tellen niet meer mee als volwaardige hokverrijking.

Waar let de NVWA op bij inspecties?

Tijdens inspecties let de NVWA onder andere op de volgende punten:

  • Het materiaal is eetbaar en wroetbaar

  • Het is goed bereikbaar voor de varkens (bijvoorbeeld niet boven schouderhoogte)

  • Er is voldoende materiaal aanwezig voor minimaal 25% van de dieren tegelijk

  • Het materiaal is veilig en veroorzaakt geen verwondingen

  • Het blijft interessant en bruikbaar voor de dieren

 

Waarom scherpt de NVWA de regels aan?

De aangescherpte regels sluiten aan bij de ontwikkeling richting het houden van varkens met intacte staarten in de toekomst. Goede hokverrijking wordt gezien als een belangrijke voorwaarde om staartbijten te voorkomen en het welzijn van de dieren te verbeteren.

Overgangsperiode: wanneer gaat NVWA handhaven?

De NVWA geeft varkenshouders eerst de tijd om hun stallen aan te passen. In eerste instantie ligt de nadruk op nalevingshulp en waarschuwingen. Later kan handhaving volgen.

Vanaf 1 juni 2026 kan de NVWA volgens het interventiebeleid daadwerkelijk optreden wanneer bedrijven niet aan de eisen voldoen.

Checklist: voldoet uw stal al aan de nieuwe eisen ?

Loop de komende periode kritisch door uw stal en stel uzelf de volgende vragen:

  • Is het verrijkingsmateriaal eetbaar én wroetbaar?

  • Kunnen 25% van de dieren tegelijk ermee bezig zijn?

  • Is het materiaal continu beschikbaar en goed bereikbaar?

Wanneer u deze vragen met “ja” kunt beantwoorden, zit u in de meeste gevallen al op de goede weg richting de nieuwe NVWA-eisen.

Heeft u vragen over deze regels of wilt u sparren over passende oplossingen in uw stal?