Is Fuitammon Start ook voor mij de juiste keuze?

Bij de start van het nieuwe maai- en beweidingsseizoen staat u voor de vraag; wat is de juiste stikstofmeststof? De laatste jaren wordt steeds vaker voor een zwavelhoudende stikstofmeststof gekozen. Waarom is dat? 

 

Het belang van zwavel

Na deze extreem natte winter is de hoeveelheid direct beschikbare zwavel laag.  Bovendien komt in het voorjaar door het koude weer de zwavel mineralisatie trager op gang. Slechts 10% van de zwavel uit uw drijfmest is beschikbaar voor uw gras. Toch is zwavel een zeer belangrijk nutriënt voor zowel de DS-opbrengst als de kwaliteit van het gras. Zwavel is een essentieel onderdeel van eiwitten. Een tekort leidt tot een verlaging van het eiwitgehalte. De Fuitammon Start bevat 12% zwavel (SO3).

 

 

Een ander voordeel van de Fuitammon Start

 

Fuitammon Start bevat een andere verhouding ammoniumstikstof en nitraatstikstof dan reguliere KAS.  Ammonium is i.t.t. nitraat weinig uitspoeling gevoelig en bindt zich in de bodem. Het wordt bij lage bodemtemperaturen langzaam omgezet in nitraat. Daardoor treedt minder uitspoeling op dan bij nitraat. KAS 27% bevat géén zwavel en  bevat 13,5 % Ammonium en 13,5% Nitraat. Fuitammon Start bevat ruim 13,5% Ammonium en 10,5% Nitraat, daarnaast nog 12% Zwavel (SO3).

 

Novurea en Novurea S

 

Novurea is een  ureummeststof mét ureaseremmer  Een ureaseremmer vertraagt de omzetting van ureum naar ammonium, hetgeen ongewenst stikstofverlies door N-vervluchtiging tot een minimum beperkt. Ureum wordt geleidelijk omgezet in ammonium, een stikstofvorm die niet gevoelig is voor uitspoeling. Ook deze meststof kan 10 tot 14 dagen vroeger toegepast worden. Novurea is ook verkrijgbaar  in een variant met Zwavel.

Doorzaaien verhoogt opbrengst

Ervaringen met de nieuwe verpakking van de Prominend Elite

Eind vorig jaar hebben wij onze nieuwe verpakking voor de Prominend Elite op de boer geïntroduceerd. Hierbij hebben we vooral gekeken hoe we het  arbeidsgemak kunnen vergroten en het hergebruik van de pallets.

 

Een bedrijf dat met het vloeibaar onbeperkt voeren-systeem al enige jaren ervaring heeft opgedaan is Mts. Van Werven-Gunnink aan de Mandjeswaard in Kampen. Dit bedrijf met gemiddeld 100 melkkoeien fokt haar jongvee op met Prominend Elite. Op dit bedrijf zijn we ooit begonnen met dit voersysteem om zo te besparen op arbeid. “Kalveren voeren kostte veel tijd en daarmee kwamen we in de knel. Met de Prominend Elite kunnen we de kalveren voeren op de tijden die ons die dag uitkomen. We hoeven alleen te zorgen voor voldoende voorraad” vertelt Fabian. “Daarnaast is het gemak waarmee de melk klaargemaakt wordt ideaal. De Prominend Elite lost vanzelf op in het water ongeacht de temperatuur. Met het vooruitzicht dat we onze kalveren waarschijnlijk in de toekomst 4 weken moeten gaan houden zorgt dit systeem voor arbeidsverlichting”.

 

Onbeperkte toegang tot melk zorgt voor optimale ontwikkeling

Kalveren starten de eerste twee weken in de eenlingboxen. Ze krijgen hier drie dagen biest en daarna krijgen ze koe melk. Na deze twee weken komen de kalveren in de groepshokken. Hier krijgen de kalveren onbeperkt Prominend Elite. Fabian ervaart dat dit eenvoudig wordt opgepakt door de kalveren; “het aanleren van Elite drinken leren de kalveren van elkaar. Kalveren drinken gemiddeld 8 liter. En dat mooi over de dag verdeeld. Soms zien we uitschieters naar 10 liter. Wat opvalt is dat in de zomer de gemiddelde opname een stuk hoger ligt. Dan drinken de kalveren namelijk wel 10 tot 12 liter per dag. De vochtbehoefte van kalveren is in deze warmere perioden dus ook veel hoger. De kalveren pakken dan de liters naar behoefte. Doordat de kalveren altijd beschikking hebben tot melk zien we dat deze kalveren telkens rustig een beetje melk pakken. Dit zorgt ervoor dat de lebmaag altijd gevuld is. Wat zorgt voor een optimale ontwikkeling. Naast de melk krijgen deze kalveren onbeperkt kalversmulmuesli van Fuite. Wat verder opvalt is dat de kalveren die de meeste liters melk drinken, later ook de meeste kilo’s muesli en later Kalverbrok vreten. Een hoge opname melk zorgt ook voor hogere opname brok. Na 3 maand gaan de kalveren van de melk af. Hierna krijgen ze onbeperkt hooi en brok.

Ervaringen met de nieuwe verpakking van de Prominend Elite

De nieuwe verpakking van de Elite bevalt heel goed, we kunnen op tijd zien wanneer de doos leeg is doormiddel van de 2 kijkgaten. Daarnaast is de nieuwe RVS kraan eenvoudig regelmatig te reinigen. De chauffeurs van Fuite weten precies op welke plek ze de nieuwe doos melk neer kunnen zetten dus ook daar hebben we geen omkijken meer naar.

Wat de Brix-waarde vertelt over biestkwaliteit

Het meten van biestkwaliteit is steeds vaker een goede gewoonte op het boerenerf. Zwitserse onderzoekers hebben in 2021 onderzocht of het meten van de brix-waarde met een refractometer een betrouwbare methode is.

 

Goede kwaliteit biest bevat voldoende antistoffen

 

De hoeveelheid antistoffen (IgG) in biest is van belang voor de opbouw van immuniteit. Het jonge dier is volledig afhankelijk van de opname van deze antistoffen, om zich te kunnen beschermen tegen ziekten. Biest met voldoende antistoffen, noemen we biest van goede kwaliteit.

 

De onderzoekers hebben ruim 300 biestmonsters onderzocht van zowel koeien-, als schapen- en geitenbiest. De brix-waarde heeft bij alle drie de diersoorten een duidelijke relatie met de hoeveelheid antistoffen in biest en is dan ook een betrouwbare manier om de kwaliteit te bepalen.

 

Brix-waarde is meer dan de hoeveelheid antistoffen

 

Naast de hoeveelheid antistoffen zijn er ook andere parameters die de hoogte van de brix-waarde in meer of mindere mate beïnvloeden. Deze relaties staan weergegeven in onderstaande figuur en zijn niet voor alle drie de diersoorten gelijk.

 

  • Zo blijkt dat het eiwitgehalte en het antistoffengehalte (IgG) voor alle drie de diersoorten de twee meest bepalende factoren zijn. Hoe hoger het eiwitgehalte of IgG-gehalte (ook eiwit) des te hoger de brix-waarde.
  • Bij zowel schapen als geiten is het vetpercentage ook van invloed op de brix-waarde. Voor koeien geldt dit niet.
  • Ook laat de figuur zien dat het lactosegehalte negatief geassocieerd is met de brix-waarde. Dit komt doordat een hoog eiwitgehalte gepaard gaat met een wat lager lactosegehalte en vice versa.
  • Voor schapen en koeien geldt dat het moment van uitmelken (of drinken) van invloed is. Wanneer er een langer interval zit tussen uitmelken en de geboorte, heeft dit een negatieve invloed op de brix-waarde en dus de biestkwaliteit. Voor geiten is deze relatie niet duidelijk aangetoond.
  • Tot slot geldt alleen voor koeien een positieve correlatie met de pariteit. Geiten en schapen die al vaker hebben gelamd, hebben volgens dit onderzoek geen grotere kans op betere biest, terwijl oudere koeien dat wel hebben.
Figuur 1. Factoren die van invloed zijn op de Brix waarde. Bron: E C kessler et al, 2021

 

Variërende brix-waardes binnen de koppel

In de praktijk hebben we te maken met een variatie aan biestkwaliteit. Gehaltes in melk en ook in biest zijn deels te beïnvloeden via het rantsoen. Voor een groot deel zijn gehaltes ook erfelijk bepaald. Dit is voor biest niet heel anders dan voor melk. De variatie in gehaltes en dus in biestkwaliteit valt daarmee niet helemaal te vermijden.

Heeft u vragen over het meten of  verbeteren van de biestkwaliteit, neem dan contact met ons op. Wij helpen u graag verder.

Melken met een laag ureum

Een hoger ureum in de melk heeft een directe invloed op de stikstof in de mest en de eventueel af te voeren mest. Hoe kunnen we hier op sturen met het rantsoen?

Hoe ontstaat ureum in de melk?

Ureum is een restproduct van het eiwitmetabolisme. Ureum ontstaat bij een overmaat aan OEB (Onbestendig Eiwit Balans). Hierbij is er een overschot aan pensafbreekbaar eiwit en een tekort aan pensafbreekbare koolhydraten. Bij de penseiwit afbraak wordt dan veel ammoniak gevormd die door het tekort aan pensenergie niet omgezet kan worden in microbieel eiwit. De ammoniak die niet omgezet wordt, wordt door het bloed opgenomen en in de lever omgezet naar ureum. De lever geeft deze weer af aan het bloed waar een evenwicht ontstaat tussen het uier en het bloed. Oftewel het niveau in het uier en in het bloed zijn sterk aan elkaar verbonden.

Hoe kunnen we met voeding hierop inspelen?

Om het eiwitmetabolisme te optimaliseren is het van belang de eiwit en koolhydraat niveaus in de pens goed op elkaar af te stemmen. Hierdoor zal het ureum in de melk dalen. Wat kan praktisch gedaan worden?

  • lager niveau aan ruw eiwit aanbieden
  • aandeel goed verteerbare koolhydraten in de pens verhogen
  • wees kritisch op de grondstofkeuze in krachtvoer

Hoogwaardige grondstoffen als gezonde energiebron

Grondstoffen hebben invloed op de kwaliteit eiwit en energie, welke zorgen voor een optimale benutting. Onderschat de rol van pensenergie niet, denk hierbij ook aan onze maisvlokken en gerstvlokken als gezonde bron van energie voor de pens.

Wilt u weten wat op uw bedrijf het meest optimale ureumgehalte is en of er sprake is van een efficiënte eiwitbenutting? Vraag uw Fuite adviseur!

R&D bestaat bij Fuite uit ‘regelen en doen’

Sinds 2013 is Wouter Janssen werkzaam in een nutritionele functie in de varkenshouderij en sinds 1 januari actief bij Gebrs. Fuite. “Al vanaf het moment dat ik het bedrijf leerde kennen voelt het goed bij Gebrs. Fuite. Voor mijn kennismakingsgesprek las ik op de site over langetermijn relaties met klanten en klanten die partners zijn. Dit is wat me direct aansprak” vertelt Wouter.

Organisatie met korte lijnen en grote betrokkenheid

Fuite is een bijzonder familiebedrijf en dat ervaar je het beste als je in Genemuiden bent. De lijnen zijn kort en de dagelijkse operatie verloopt soepel. Je merkt bij alle collega’s een zeer grote betrokkenheid en passie om samen de beste te zijn! Verder krijgen mensen echt hun verantwoording en pakken deze ook, iets wat motiverend werkt.

 

De kunst van het weglaten

Typerend voor Fuite is hoe er met weinig mensen veel werk wordt verzet. Het  bedrijf is hierop ook georganiseerd. Dit merk je in alle facetten van het bedrijf en dus ook als nutritionist. Consistentie is daarbij leidend. Een goed voer wordt niet veranderd. Hierdoor is weinig afstemming nodig met/over inkoop en aanvoer van grondstoffen en dus is er ook geen afdeling die dit hoeft te organiseren.

 

R&D bestaat uit ‘regelen en doen’

Om de beste te zijn wordt continu gewerkt aan productontwikkeling. Dit wordt gedaan met partnerbedrijven in de keten. Door samen te werken bestaat R&D vooral uit ‘regelen en doen’. Zomaar een voorbeeld vanuit het nutritionele werk, maar zo zijn voor alle afdelingen voorbeelden te noemen van ‘professionele eenvoud’; bewuste keuzes maken om dingen wel of niet te doen, wat alles bij elkaar een groot verschil maakt. Dit neemt niet weg dat Fuite haar verantwoording neemt om gezamenlijke uitdagingen en initiatieven aan te gaan.

Het ‘varkensteam’

Voor de varkenshouderij hebben we een mooi team wat elkaar versterkt met diverse specialismen. De focus op nutritie mogen Alfons Vrijkorte en ik hierin vervullen. Hierbij focussen we op rendement onderaan de streep vanuit resultaat in de stal, iets waar het hele team achter staat. Hiervoor maken we gebruik van diverse producten uit eigen productie zoals gerstvlokken, maisvlokken, Ferment (met hoog aandeel melkzuurbacteriën) vanuit dochteronderneming Liprovit en over een tijdje premixen vanuit Solprovit.

Het Fuite effect → Ik kom er graag met u over in gesprek.

Opfokzeugen; de prinsessen van uw bedrijf

Op een zeugen bedrijf vormt plus minus 20 % van de zeugen de groep met 1e worps zeugen. Voeding, management en huisvesting zijn een belangrijk punt van aandacht op de bedrijven. Het maakt daarbij niet uit of gelten dekrijp worden aangekocht of dat het eigen aanfok betreft.

 

Uit welke onderdelen bestaat de opfok van de gelten?

De opfok bestaat op hoofdlijnen uit de volgende onderdelen:

  • Voeding
  • Voerschema’s
  • Ontwikkeling opfokgelten ( spek,spier,gewicht)

 

Wat is belangrijk in de voerkeuze van gelten?

Bij volledig eigen aanfok heeft het voeren in 3 fasen de voorkeur. Namelijk start opfok, tussen opfok en opfok. Echter in de praktijk is het aantal beschikbare silo’s vaak beperkt.

 

Wat willen we zien in de ontwikkeling van opfokgelten?

Belangrijk is dat de gelten voldoende spek aanzet hebben. Hiervoor denken we dan aan een “Fast Food Programma”. We sturen dan heel duidelijk op meer spek aanzet en minder op de spier aanzet. Want spek/vet is reserve energie voor de 1e worps dieren.  Te vleesrijke dieren presteren vaak moeilijker in de 1e lactatie periode en verliezen te veel energie, met als gevolg het second Litter Syndroom.

Wij als specialisten van de Gebrs Fuite helpen u graag om de opfok te optimaliseren en ons voerprogramma toe te lichten. Want een goede start is het halve werk.

Brix-waarde goede maat voor biestkwaliteit

Het meten van biestkwaliteit is steeds vaker een goede gewoonte op het boerenerf. Zwitserse onderzoekers hebben in 2021 onderzocht of het meten van de brix-waarde met een refractometer ook een betrouwbare methode is.

 

Goede kwaliteit biest bevat voldoende antistoffen

De hoeveelheid antistoffen (IgG) in biest is van belang voor de opbouw van immuniteit. Het jonge dier is volledig afhankelijk van de opname van deze antistoffen, om zich te kunnen beschermen tegen ziekten. Biest met voldoende antistoffen, noemen we biest van goede kwaliteit. De onderzoekers hebben ruim 300 biestmonsters onderzocht van zowel koeien-, als schapen- en geitenbiest. De brix-waarde heeft bij alle drie de diersoorten een duidelijke relatie met de hoeveelheid antistoffen in biest en is dan ook een betrouwbare manier om de kwaliteit te bepalen.

Brix-waarde is meer dan de hoeveelheid antistoffen

Naast de hoeveelheid antistoffen zijn er ook andere parameters die de hoogte van de brix-waarde in meer of mindere mate beïnvloeden. Deze relaties staan weergegeven in onderstaande figuur en zijn niet voor alle drie de diersoorten gelijk.

  • Uit figuur 1 blijkt dat het eiwitgehalte en het antistoffengehalte (IgG)  de twee meest bepalende factoren zijn. Hoe hoger het eiwitgehalte of IgG-gehalte (ook eiwit) des te hoger de brix-waarde.
  • Het vetpercentage is bij schapen en geiten van invloed op de brix-waarde.
  • Ook laat de figuur zien dat het lactosegehalte negatief geassocieerd is met de brix-waarde. Dit komt doordat een hoog eiwitgehalte gepaard gaat met een wat lager lactosegehalte en vice versa.
  • Tot slot geldt alleen voor koeien een positieve correlatie met de pariteit. Geiten en schapen die al vaker hebben gelamd, hebben volgens dit onderzoek geen grotere kans op betere biest, terwijl oudere koeien dat wel hebben.

 

Variërende brix-waardes binnen de koppel

In de praktijk hebben we te maken met een variatie aan biestkwaliteit. Gehaltes in melk en ook in biest zijn deels te beïnvloeden via het rantsoen. Voor een groot deel zijn gehaltes ook erfelijk bepaald. Dit is voor biest niet heel anders dan voor melk. De variatie in gehaltes en dus in biestkwaliteit valt daarmee niet helemaal te vermijden.

 

Heeft u vragen over het meten of  verbeteren van de biestkwaliteit, neem dan contact met ons op. Wij helpen u graag verder.

Hoe mestafzetkosten verlagen?

Op dit moment zijn de kosten voor mestafzet erg hoog. Is dit te beïnvloeden door een aanpassing van het rantsoen? Om dit uit te leggen staat hieronder een rekenvoorbeeld en enkele adviezen.

Hoger ureum leidt tot hogere stikstof-mestproductie

Ureum is een maat voor de eiwitbenutting door melkkoeien. Wanneer het ureumgehalte hoog is, is er meestal een overmaat van penseiwit en/of een tekort aan pensenergie. De verhouding van pensenergie en penseiwit in een rantsoen wordt uitgedrukt door het kengetal OEB. Het ureumgehalte wordt ook gebruikt om de stikstof-mestproductie te berekenen. Een hoger ureum betekent dat het voereiwit dus niet optimaal benut wordt en de berekende stikstof-mestproductie hoger is.

Welke invloed heeft een lager ureumgehalte op mestafvoer?

Om dit te illustreren, staat hieronder een rekenvoorbeeld:

Voorbeeldbedrijf:

  • 100 melkkoeien
  • 35 pinken
  • 35 kalveren
  • 900.000 kg melk met 21 ureum
  • 60 hectare grond in gebruikt met derogatie

Wanneer dit bedrijf een gemiddeld ureum gehalte van 18 zou realiseren, is de benodigde mestafzet 125 kuub rundveedrijfmest (met 4 kg N/ ton) per jaar lager. Bij een gemiddeld ureumgehalte van 16 zou de benodigde mestafzet ruim 200 kuub drijfmest lager zijn!

Invloed jongveebezetting op mestafzet

Gemiddeld 1 kalf + 1 pink minder aanwezig op het bedrijf scheelt ook 25 kuub mestafzet. Wanneer het lukt om dezelfde melkproductie te realiseren met een ureumgehalte van gemiddeld 16 met 99 koeien, 26 pinken en 26 kalveren, is de benodigde mestafzet ruim 450 kuub lager!! Er is dus vaak een forse besparing op mestafzetkosten te realiseren middels enkele managementaanpassingen.

Wilt u weten wat er mogelijk is op uw bedrijf, vraag uw Fuite adviseur!

Zo beschermt u de kalveren in de winter tegen kou en vocht

De winter is vaak een risicovolle periode voor kalveren. Het is meestal kouder en vochtiger dan tijdens de zomermaanden. De kalveren zijn daardoor gevoeliger voor gezondheidsproblemen.

 

Waar let je op als het koud is?

De comfort-temperatuur van jonge kalveren ligt tussen de 15 en 20 °Celsius. Zodra de temperatuur onder de 10 °C komt, stijgt  de energiebehoefte van het kalf met iedere graad temperatuurdaling met zo’n twee procent. De eerste levensweken haalt het kalf de energie uit de melkvoeding.

 

Wat is een aandachtspunt als het nat is?

Vooral bij een hoge luchtvochtigheid,  zoals tijdens hevige regenval, neemt de infectiedruk in de omgeving toe. Wanneer de lucht vochtiger is, verspreiden virussen en bacteriën zich gemakkelijker via de druppeltjes in de lucht. Kalveren kunnen hierdoor sneller besmet raken.

 

Zeven tips om uw kalveren zonder problemen de winter door te helpen:

  • Gebruik kalverdekjes onder de 10 °C . Zo behouden de kalveren hun energie voor gezondheid en groei i.p.v. zich zelf warm te moeten houden. Het dekje mag op zodra het kalf droog is en mag af als het kalf het dekjes niet meer past (4-5 weken).
  • Zorg voor een goed ingestrooid eenlingboxje. Strooi de onderlaag zo dat u de benen van een liggend kalf niet meer ziet. Op deze manier isoleert het stro.
  • Voorkom dat kalveren nat worden. Houd daarom de eenlingboxjes, maar ook de groepshokken en ligboxen bij de oudere kalveren goed droog.
  • Zorg voor de juiste drinktempratuur bij het verstrekken van melk. Los melkpoeder op tussen de 45-50 °Celsius, zodat het kalf melk drinkt op 42°C.
  • Verhoog bij koud weer eventueel uw concentratie kunstmelk met 10 procent. Bijvoorbeeld van 145 gram naar 160 gram in één liter. Zo voorziet u de kalveren bij een toegenomen energiebehoefte van meer energie.
  • Verstrek ook in de wintermaanden vers schoon drinkwater aan uw kalveren.
  • Begin in de eerste levensweek met het aanbieden van krachtvoer. Kalveren die gewend zijn aan vast voer, zullen eerder meer energie uit vast voer kunnen opnemen.

 

Onze adviseurs denken graag met u mee. Neem meteen contact met ons op.

Succesvol groeien met behulp van de Fuite robot aanpak

Maatschap Oerlemans- Simons is gevestigd in Hoogerheide (Brabant). Het bedrijf bestaat uit melkvee, loonwerk en akkerbouw. De koeien worden gemolken door 3 VMS Classic melkrobots.  Mts Oerlemans – Simons voert sinds enkele jaren van Fuite Veevoeders onder begeleiding van rundvee- en robotspecialist Ruud van den Oever. Sinds het bedrijf van Fuite voert zijn de koeien in een half jaar tijd  met vijftien punten in BSK gestegen, tot een productie van 11.500 kg melk. De familie wilde succesvoller verder groeien. 

 

Tweede melkvee locatie in België

In 2022 is het bedrijf zich gaan oriënteren op een tweede melkvee locatie. De familie heeft er bewust voor gekozen om adviseur Ruud te betrekken bij hun plannen voor een tweede locatie. Het melkveebedrijf is uiteindelijk gevonden in Pelt (België). Vestigen in België was in eerste instantie niet het doel. Uiteindelijk bleek dit wel aantrekkelijk vanwege het ontbreken van de fosfaatwetgeving. Michael Oerlemans (30) is namens de maatschap verantwoordelijk voor de locatie in België. Samen met zijn vader Peter Oerlemans (55), moeder Jolanda (53) en broer Marcel (29) geeft hij leiding aan het bedrijf. Op deze locatie is 60 hectare grond in gebruik. Dit wordt hoofdzakelijk ingezet voor de teelt van snijmais. Na de maisoogst wordt er een mengsel van Italiaans raaigras ingezaaid. Hier wordt in het voorjaar één snede van gemaaid, waarna er weer mais op komt. Daarnaast wordt ook in Pelt een gedeelte voor akkerbouw gebruikt om aan de teeltrotatie te voldoen.

Opstarten in Pelt

Ruud is zowel bij de voorbereiding als de opstart van de tweede locatie uitgebreid betrokken geweest.  “Het is ontzettend leuk om mee te mogen denken en werken bij een stap als dit”, aldus Van den Oever. “Er zijn verschillende opties bekeken. Uiteindelijk is er voor gekozen om een bedrijf te kopen met een nagenoeg nieuwe stal die nog niet volledig afgebouwd was. De stal biedt ruimte aan ongeveer 260 melkkoeien. Ondanks de aanwezigheid van een melkstal, is er voor gekozen om met vier robots te gaan melken.

 

Samenvoegen van diverse koppels koeien

“Op 31 januari 2023 zijn we gestart met robot melken. Er zijn 200 koeien aangekocht, afkomstig uit België en Denemarken” vertelt Michael.  Ruud heeft de opstart begeleid en de instellingen van de Lely’s voor zijn rekening genomen. In eerste instantie hadden we de melktoestemming heel ruim staan om de koeien het melken door een robot snel te leren. Elke koe mocht elke 4 uur komen. De toestemming is daarna geleidelijk terug gezet, om zo de koeien niet in hun ritme te  storen. Op 1 november 2023 zijn er nog eens 80 koeien bijgekomen uit Tsjechië.  De koeien lopen samen in één koppel. De robots zijn zo ingesteld dat de nieuwe koeien toch ook weer een ruimere melktoestemming hebben dan de koeien die al langer op het bedrijf zijn.

 

Goed georganiseerd door korte lijnen

Vanaf 1 november is medewerker Hans Schone begonnen als bedrijfsleider en voor het uitvoeren van het dagelijkse werk. Michael Oerlemans werkt een dag in de week mee op het bedrijf in Pelt.  Alle betrokkenen worden op de hoogte gehouden via een groepsapp, waar bijvoorbeeld ook de veearts in zit. “Op deze manier werken we strategisch samen en proberen we problemen te voorkomen”, legt Michael uit.

 

Automatisering is de kracht

De kracht van de familie Oerlemans zit in het automatiseren van het bedrijf. Zowel in Hoogerheide als in Pelt wordt gemolken met robots. In Hoogerheide staan drie VMS Classics van De Laval en in Pelt vier Lely A5 robots. In Hoogerheide draait daarnaast een automatisch voersysteem. Het plan is om in 2024 ook op de tweede locatie hetzelfde voersysteem  te installeren. Ook werken ze met een automatisch voetbad met automatisch hekwerk, waardoor klauwen behandelen vrijwel vanzelf gaat.  De maatschap heeft zich tot doel gesteld om op termijn  het werk  in de stal  in 40 uur per week rond te kunnen zetten.

 

Rantsoen met extra  weerstand-ondersteuning

Het bedrijf is intensief; ruwvoer wordt aangekocht in de vorm van snijmais. Gras en luzerne worden in eigen beheer geteeld.  Het rantsoen in Pelt bestaat uit 25 kg snijmais, 12,7 kg graskuil, 13 kg perspulp en 0,3 kg Luzerne. In de basis wordt nog 2 kg eiwitmeel per koe gevoerd. Op de robots krijgen de koeien 2 kg eiwitcorrectiebrok en tot 8 kg productiebrok via een plustabel. Omdat er verschillende koppels gemengd zijn en er een compleet nieuwe opstart heeft plaats gevonden willen we de weerstand van de koeien extra ondersteunen. Daarvoor worden maatmineralen met weerstand ondersteunende componenten verstrekt.

 

 

Doelen  stellen naar de toekomst toe

Op dit moment lopen er 220 koeien in Overpelt die samen 2 miljoen liter melk moeten gaan produceren in 2024. Zoals het er nu voor staat moet dat lukken. De koppels zijn aan elkaar gewend en de productie loopt op schema. Voor de komende jaren is het doel om te stijgen in aantal koeien en productie per koe. Zo wil het bedrijf 2,2 miljoen liter afleveren  in 2025 en 2,6 miljoen liter in 2026 met uiteindelijk 240 koeien. Door middel van vergaande automatisering met goede begeleiding is mts. Oerlemans-Simons vol vertrouwen dat dit gaat lukken.

×

Hallo!

Neem contact op met een medewerker van de binnendienst via WhatsApp of stuur een mail naar: info@fuite.nl

× Hoe kan ik je helpen?